DOC

Chemie in Nederland

By David Reyes,2014-06-01 15:51
14 views 0
Chemie in Nederland

Big en Small Caps

Inleiding

    In dit hoofdstuk zullen enkele verschillen tussen Big en Small Caps besproken worden, alsmede de voor- en nadelen.

    Niet alle ondernemingen zijn even groot. Daar wordt ook op de Amsterdamse effectenbeurs rekening mee gehouden door niet alle fondsen in één index te plaatsen. Amsterdam Exchanges deelt een onderneming in één van de volgende indices: AEX-index, Midcap-index, NMAX-index of de Overige fondsen-index.

    De AEX-index is voor de 25 grootste en meest verhandelde beursfondsen die genoteerd staan aan de Amsterdamse beurs. De Midcap-index is voor grote fondsen die te klein zijn voor de AEX-index. De NMAX-index wordt ook wel de babybeurs genoemd, hieruit blijkt wel dat deze index voor hele kleine fondsen is bedoeld. De Overige fondsen, de naam zegt het al, is voor alle overige fondsen.

    De fondsen die opgenomen zijn in de AEX- en de Midcap-index beschouwen wij als Big Caps. Alle andere fondsen beschouwen wij als Small Caps.

Verschillen

    Wij zullen ingaan op de voor- en nadelen van en de verschillen tussen tussen Big en Small Caps die tot uitdrukking zullen komen in de volgende punten:

    ; Marktwaarde

    ; Koers/Winst verhouding

    ; Handelsvolume

    ; Naamsbekendheid

    ; Optiehandel

    Marktwaarde

    De marktwaarde van een fonds wordt bepaald door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de beurskoers van datzelfde aandeel. Omdat er door Big Caps veel meer aandelen worden uitgegeven dan door Small Caps is de marktwaarde van Big Caps hoger dan van Small Caps. Omdat er meer aandelen in omloop zijn zal ook de handel in Big Caps beter verlopen dan in Small Caps. In sommige Small Caps worden per dag slechts enkele duizenden aandelen verhandeld. Dit is slecht voor de prijsvorming van het aandeel. Als iemand zijn stukken ter verkoop aanbiedt en er is geen koper dan zal de prijs van het aandeel net zolang zakken totdat er wel een koper is gevonden. Relatief grote transacties kunnen dus grote koersschommelingen tot gevolg hebben.

    Koers/Winst verhouding

    De Koers/Winst verhouding, meestal weergegeven als K/W, is de prijs van het aandeel gedeeld door de winst per aandeel. Hiermee is een vergelijkingsmaatstaf gecreëerd. Het is

    mogelijk om de waardering van de verschillende beursfondsen op basis van de K/W te vergelijken. In het algemeen hebben Big Caps een hogere K/W dan Small Caps. Het voordeel van een hoge K/W is ondermeer dat bij het uitgeven van nieuwe aandelen er meer kapitaal kan worden aangetrokken.

Handelsvolume

    Om in één van de indices opgenomen te worden, is het nodig om aan bepaalde criteria te voldoen. Zo is voor de AEX-index niet alleen de waarde van het fonds belangrijk maar ook het handelsvolume. Er bestaat een aanzienlijk verschil in handelsvolume tussen Big en Small Caps.

Naamsbekendheid

    Bij Big Caps vaak gaat om (inter)nationaal bekende bedrijven die een grote naamsbekendheid hebben. Small Caps daarentegen hebben vaak maar weinig bekendheid bij, vooral, niet-beleggers. Het nadeel hiervan is dat vooral particulieren sneller in een bedrijf zullen willen beleggen als zij het bedrijf, al is het maar van naam, kennen.

Optiehandel

    Het voordeel van de mogelijkheid tot kopen van een optie op een bepaald fonds is dat daarmee het risico beperkt kan worden. Voor veel grote marktpartijen is dit een heel belangrijk punt, want zij moeten beleggen voor hun klanten en willen een jaarlijks gelijkmatig rendement halen. Hierbij is het gebruik van opties, in de optiek van veel vermogensbeheerders zoals verzekeraars en pensioenfondsen, noodzakelijk.

Conclusie

    Er zijn een aantal verschillen tussen Small en Big Caps. Big Caps zijn over het algemeen hoger gewaardeerd in termen van K/W. Meer marktaandeel, een grotere naamsbekendheid, betere verhandelbaarheid van de aandelen en de mogelijkheid tot optiehandel lijken de hogere waardering te rechtvaardigen. Onze voorkeur gaat dan ook uit naar Big Caps.

Chemie in Nederland

Het belang van Chemie.

    De chemie is een belangrijke sector in Nederland. Chemische producten die in ons land gemaakt worden in diverse andere sectoren verder getransporteerd, verwerkt en toegepast. Hierbij moet u denken aan sectoren als de landbouw of voedingsmiddelen. Er zijn grofweg drie historische oorzaken aan te dragen om de aan het begin genoemde evidentie te verklaren.

     Allereerst speelt de geografische ligging van Nederland een rol. De wereldhaven in Rotterdam heeft zijn huidige belangrijkheid voor een aanzienlijk deel te danken aan het grote Duitse industriegebied dat meer landinwaarts ligt. De Rotterdamse haven is de toegangspoort van het Ruhrgebied waar een aanzienlijk deel van de binnengekomen producten, al dan niet bewerkt in Rijnmond, naar toe wordt getransporteerd. Aardolie b.v. komt aan in Rotterdam wordt geraffineerd en omgezet in chemische bulkproducten die in Duitsland verder worden verwerkt. Duitse bedrijven als Bayer, BASF, Hoechst maken er fijnchemicaliën en farmaceutische producten van. De ligging van ons land heeft dus een stimulerende invloed gehad op de groei die o.a. de Nederlandse chemie heeft doorgemaakt.

    Vervolgens is te zien dat ons land enkele bodemschatten bezit. Voor b.v. DSM geldt dat zij is ontstaan door de kennis die opgedaan is bij de winning van steenkool in de jaren zeventig in Zuid-Limburg. Steenkool werd namelijk niet alleen gebruikt als brandstof maar ook als chemische grondstof. Zout is met name van belang geweest voor Akzo Nobel. Aardgas is de belangrijkste hulpbron in Nederlandse bodem. De Chemie heeft als voordeel gehad dat zij de relatief schone brandstof tegen goedkope tarieven konden gebruiken. Het doel was het, d.m.v. lage brandstofprijzen, aantrekkelijker maken van het zich vestigen of uitbreiden van de activiteiten in Nederland. Daarnaast heeft aardgas een kleine rol gespeeld als grondstof voor enkele chemische producten als methanol, polycarbonaat of kunstmest. Ook bodemschatten hebben zijn dus van belang voor de huidige staat van de Chemie.

Kansen en bedreigingen.

    De jaren 1997 en 1998 stonden in het teken van de crises in Azië, Zuid-Amerika en Rusland. Dit had zijn weerslag op de economie in Europa en Amerika en vanzelfsprekend ook op de Chemie. De Aziëcrises was de grootste boosdoener t.a.v. de Europese chemie. Met name de perikelen aldaar troffen de chemie ondanks het feit dat de daadwerkelijke afzet van Europese chemieproducten in het Verre Oosten slechts zeer beperkt is. De meeste bedrijven zijn voor nog geen 10% van hun omzet aangewezen op Azië. Het was echter niet de Europese afzet in het Verre Oosten die voor de problemen zorgde, maar de bedrijven afkomstig uit dat gebied. Die ondernemingen konden hun producten namelijk met geen mogelijkheid meer kwijt op de thuismarkt. Dit had als gevolg dat er grote partijen aangeboden werden op de Europese en Amerikaanse markt tegen veel lagere prijzen dan gebruikelijk is. Een onhoudbare situatie vanwege de toch al flinterdunne marges op dergelijke massaproducten. Een belangrijk positief punt voor de toekomst is dat Aziatische partijen weer tegen normale prijzen kunnen gaan afzetten in eigen land bij economisch herstel in die regio. De economie in Azië is inmiddels weer aan het aantrekken en het lijkt erop dat deze trend zich in de komende jaren door zal zetten. De marges zullen daardoor weer oplopen wat het bedrijfsresultaat van Europese chemiebedrijven ten goede komt. Bovendien is de economische groei in Amerika en Europa zelf een enorme steun in de rug van de sector. In de jaarverslagen van onder andere Akzo Nobel en DSM is te lezen dat men erg voorzichtig en wellicht ietwat somber is t.a.v. de

    ontwikkeling van de economie in Europa en de VS. Dit is echter niet uitgekomen waardoor de vooruitzichten in dat opzicht positief kunnen worden bijgesteld.

     Tegenover de positieve ontwikkelingen op economisch vlak staat een hogere olieprijs. Ik wil dit benadrukken omdat het met name van belang is voor DSM. De olieprijs is het afgelopen jaar van circa $10 per vat Brent olie gestegen naar circa $25. Een stijging van 150%! Deze stijging is te danken aan de Opec, een oliekartel van de belangrijkste olieproducerende landen. De Opec heeft vorig jaar afspraken gemaakt over het beperken van de olieproductie. Tot nu toe hebben de leden van het kartel zich ook aan de afspraken gehouden waardoor het aanbod beperkt is gebleven wat de prijzen enorm heeft opgejaagd. De rol van olie in de chemische industrie is niet te onderschatten. Voor de productie van allerlei soorten plastic zijn ethyleen en propyleen belangrijke grondstoffen. De producenten van dergelijke plastics kunnen deze zelf maken of inkopen. Uit ruwe olie wordt worden de grondstoffen gewonnen. Dit proces van het winnen van plastics uit ruwe olie wordt kraken genoemd. Een hogere olieprijs betekend dus dat het duurder wordt deze plastics te produceren. Toen de olieprijs nog aan het begin van zijn opmars stond was het voor DSM moeilijk de hogere olieprijzen door te berekenen aan haar afnemers. Inmiddels is dat niet meer het geval omdat de olieprijs blijvend hoger is geweest afgelopen jaar. De verwachting is dat in de loop van 2000 de olieprijs wat zal gaan dalen waardoor de vraag naar petrochemische producten met ongeveer 4% kan aantrekken. Daartegenover staat echter dat de productiecapaciteit naar verwachting met 5,6% zal stijgen. Dit levert per saldo geen bijzonder goede groeiperspectieven voor 2000.

     Verder is te zien dat de chemische ondernemingen telkens meer de laagrenderende basischemie probeert te ontvluchten. DSM tracht dit te bereiken door meer en meer toe te werken naar een positie als toeleverancier van de farmaceutische en

    voedingsmiddelenindustrie. De zwaar cyclische divisie polymeren wil men meer naar de achtergrond brengen binnen het bedrijf. In met name de farmaceutische industrie zien we een enorme drang tot grote fusies en spraakmakende overnames. In de chemische hoek lijkt tot op heden geen van de partijen in te zijn voor een dergelijke samenklontering. Men wil kennelijk eerst het eigen bedrijf goed op orde hebben alvorens men gaat nadenken over een eventuele samensmelting.

    De chemische sector is uiteindelijk niet bijzonder interessant voor beleggers. Er zal slechts een geringe toename van de vraag plaatsvinden terwijl de productiecapaciteit relatief meer toeneemt. Bij het handhaven van de afspraken van de leden van de Opec zal de olieprijs hoog blijven wat de sector ook niet ten goede komt. Er is bovendien weinig fusie en overnamefantasie binnen de sector wat de mening bevestigd dat het niet aantrekkelijk is voor beleggers.

DSM

De Organisatie

    DSM (voorheen De Nederlandse Staatsmijnen) is een hecht geïntegreerde groep van Ondernemingen, die wereldwijd actief is in het produceren en ontwikkelen van chemische en biotechnologische producten en plastics voor diverse eindmarkten, zoals transport, verpakkingen, bouw, agro, elektronica en de farmacie. DSM is daarmee het tweede beursgenoteerde chemieconcern in ons land. De organisatie heeft vestigingen in Europa, Verenigde Staten en, Azië en Australië. Het hoofdkantoor is gevestigd in Heerlen ( Limburg). De bedrijfsactiviteiten van DSM worden samengebracht in zogenaamde „business-groups‟,

    die de betreffende produkt/marktcombinaties omvatten. Deze 3 segmenten worden gebruikt om de strategische doelstellingen van DSM te verduidelijken/ aan te geven.

     3 clusters, bestaande uit:

    - Life Science Products

    - Performance Materials

    - Polymers and Industrial Chemicals

De voornaamste producten zijn:

    - Halffabrikaten en grondstoffen voor de farmaceutische en voedings-industrie - Productiematerialen ( zoals industriële plastics, coatings en synthetische rubbers voor o.a.

    de automobiel en elektrotechnische-industrie)

    - polymeren en industriële chemicaliën voor een breed scala aan gerelateerde bedrijven

Verder is DSM wereldleider in de volgende producten:

- penicilline

    - melamine

    - EPDM Rubber

    De drijfveren voor de activiteiten van DSM lijken eerder nobel dan winststrevend. Het bedrijf wil een duidelijke bijdrage leveren aan het welzijn van de samenleving, door zorg te dragen, direct of indirect, voor voeding, kleding, huisvesting en vervoer. Ook streeft zij naar een zomin mogelijke belasting voor het milieu. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de ontwikkeling van nieuwe milieubesparende producten en technieken. Ook schenkt de onderneming veel aandacht aan het zogenaamde Product-Life-cycle-management.

De toekomst

    DSM is duidelijk op de goede weg. De strategie is erop gericht om in het jaar 2002 30% van de omzet te genereren uit de minder conjunctuur gevoelige Life-Sciences. Met de overname van Gist-Brocades heeft de onderneming een hele grote stap in deze richting gemaakt. Verder profiteert DSM van de sterk verbeterde gang van zaken in de petrochemische industrie, waardoor zowel de winstgevendheid als de marges omhoog zijn gegaan. DSM heeft over het derde kwartaal resultaten geboekt die boven de gemiddelde marktverwachting lagen. Het bedrijfsresultaat steeg met 8 procent. Dit was voornamelijk te danken aan de betere gang van zaken bij de divisies Life Sciences en Performance Materials. DSM verwacht dat de

    winststijging in het vierde kwartaal beperkt zal blijven tot 10 a 20 procent. Onze mening is dat wanneer de huidige hype en wellicht ook overwaardering van de internet-gerelateerde fondsen voorbij is, beleggers weer terug keren naar de relatief achtergebleven “veilige waarden”. En in deze sector van productiebedrijven is DSM naar ons inzicht de grootste kanshebber.

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com