EPUB

Loon, Paul van - [Dolfje Weerwolfje 08] Weerwolfbende

By Francisco Riley,2014-04-01 13:47
10 views 0
Loon, Paul van - [Dolfje Weerwolfje 08] Weerwolfbende

    == dolfjeweerwolfje.nl degriezelbus.nl paulvanloon.nl ? Paul van Loon ? Weerwolfbende ? Tekeningen Hugo van Look ? ?

    Leopold Amsterdam 2011 ? avi 7 / m 6 ? Tweede druk 2011 ? 2010 tekst: Paul van Loon ? Omslag en illustraties: Hugo van Look Auteursfoto: Manisha van Loon Uitgeverij Leopold bv, Amsterdam / www.leopold.nl isbn 978 90 258 5687 8 / nur 282 ? Deze digitale editie is gemaakt naar de eerste druk, 2010 Voor Richard

    Inhoud 1.Vreemde schaduwen

    2.Oude bekende3.O... pa

    4.Wro... au!

    5.’t Was nacht...6.Baard

    7.Is daar iemand?8.Weerwolven?

    9.Giftig

    10.Meester Kikker11.Varkenskont

    12.Bullebak

    13.Watje

    14.Niet pluis

    15.Kunstgebit

    16.Scherven

    17.Jij bent het!18.Koffertje

    19.Fles

    20.De Flesman

    21.Jongetje

    22.Iets harigs

    23.Schuur

    24.Bloemetjesjurk25.Rennen!

    26.Weerwolfbende27.Het Verschrikkelijke Plan

    28.Vluchten

    29.Veilig?

    30.Schijterd?

    31.Iets in de kast32.Verdwaald

    33.Begrijp je?

    34.Gekken!

    35.Honderd jaar36.Bezoek

    37.Drrring!

    38.De Vincentclub39.De fanclub

    40.Weg

    41.Weerwolvenbos42.Weerloos

    43.Mes

    44.Achterste kant45.Hekel

    46.Geen haar

    47.Droom?

    48.Red mij!

49.Grijp!

    50.Drie druppels51.Plan

    52.Thuis

    53.Oerwoud

    54.Weerwolvenwerk55.Reus

    56.Vriend?

    57.Nu of nooit!58.Raak!

    59.Rups

    60.Amandelen

    61.Wilde kastanjes62.Geen droom

    63.Een maand laterPaul van Loon over Weerwolfbende

    1 Vreemde schaduwen

    ‘Wrow!’ zuchtte Dolfje Weerwolfje. Hij stond onder een lantaarnpaal en keek omhoog. Daar strekte de nachthemel zich uit. De volle maan keek op hem neer. Wel een miljoen sterren knipoogden naar Dolfje. Net als de maan kenden zij zijn geheim. Dolfje keek naar zijn witte, behaarde handen. Zijn klauwen glinsterden in het maanlicht. Het was doodstil op straat. Iedereen sliep. Zelfs het huis van mevrouw Krijtjes was donker. Hij bleef even staan voor het huis. Gelukkig hoef ik voor haar niet meer bang te zijn, dacht hij. Zij durft zich nooit te laten zien met volle maan. Ze schaamt zich vast dat ze een weerwolf is. Nou, ik niet hoor! Het is hartstikke fijn om een weerwolf te zijn. Ik ga nu snel naar Noura toe. Lekker dollen onder de volle maan. Hij schraapte zijn keel. Argh! Beetje keelpijn! Niet te veel naar de maan huilen, dacht hij. Dan gaat het vanzelf over. Dolfje maakte zich klaar om te gaan rennen. Maar opeens zag hij in zijn ooghoeken iets bewegen. Twee schaduwen verschenen in de straat. Eentje links. Eentje rechts. Ze schoven over de straatstenen. Er klonk gegrom. Er werd gegrinnikt. ‘Grrrrrrrr.’ ‘Wrrrrrrrrrrw!’ Dolfje keek van links naar rechts. Wat was dat? Pats! ‘Au!’ Er vloog een steentje tegen zijn neus. Iets of iemand giechelde.

    Dolfje gromde. ‘Wrow! Wie deed dat? Aaa... rgh!’ Dolfje slikte. Het voelde alsof hij een kiezelsteen doorslikte. Geen tijd voor pijntjes, dacht Dolfje. Boos keek hij om zich heen. Opnieuw klonk een schurend gegrinnik. Plotseling schoof een wolk voor de maan. Er was nu alleen licht van de lantaarn. Dolfje hoorde rennende voeten. Donkere gedaantes schoten langs hem. Hij kreeg een duw. ‘Wrow, wat...’ ‘Grrr,’ hoorde hij. Dolfje viel opzij. Opnieuw kreeg hij een duw. ‘Grrrrauw!’ Dolfje viel naar de andere kant. De schaduwen lachten grommend. De wolk schoof weg. De volle maan kwam weer tevoorschijn. Dolfje lag op de grond. Hij keek op. Een schaduw viel over hem als een grote paraplu. Vanuit de lucht daalde een zwarte gestalte neer. Hij landde boven op Dolfje.

    2 Oude bekende

    ‘Wrow!’ gromde Dolfje. Hij probeerde de zwarte gedaante weg te duwen. ‘Ga weg! Wie ben jij?’ Twee handen klauwden zich aan Dolfje vast. Twee ogen glinsterden rood. Witte hoektanden blikkerden in een bleek gezicht. Een zwarte cape golfde om Dolfje heen. Van binnen was die cape bloedrood. Het was een enge omhelzing. ‘Af! Af!’ gromde Dolfje. ‘La me los!’ ‘Ha ha ha! Ben je niet blij mij te zien, Dolfje Weerwolfje? Ik ben toch jouw vriend. Hoop ik, tenminste.’ Dolfje herkende de stem. En ook de akelige lach. ‘Valentijn, ben jij het? Wrow, ja, jij bent het!’ Verbaasd ging Dolfje rechtop zitten. Hij keek in het bleke gezicht van een jongen. Bloedrode ogen had hij. Zijn piekhaar was inktzwart. Dolfje duwde Valentijn van zich af. ‘Ga weg, vampier. Kom niet aan mijn keel met die hoektanden! Ik heb al keelpijn! Wat doe jij hier, eigenlijk?’ ‘Nou zeg!’ riep Valentijn. ‘Zo onvriendelijk tegen je redder!’ Beledigd vouwde hij zijn armen over elkaar. ‘Ze wilden jou te grazen nemen. Maar ik, stoere Valentijn, heb ze verjaagd.’ ‘Wrow,’ zei Dolfje. ‘Waar heb je het over?’ Valentijn zuchtte en schudde zijn hoofd. ‘Tss, tss! Opletten, jochie. Ik heb het over die twee enge schaduwen.

    Die heb je toch wel gezien? Er zijn rare figuren op pad, vannacht. Ze hebben boze plannen!’ Dolfje krabbelde overeind. ‘O ja? Hoe weet jij dat? Ik werd omver geduwd. Iemand sprong boven op mij. Dat was jij!’ Valentijn keek Dolfje nijdig aan. ‘Wat wil je daarmee zeggen, weerwolfje?’ Dolfje gromde. ‘Wrow...’ Weer die pijn in zijn keel. ‘Misschien was jíj wel zo’n schaduw. Heb jij soms vriendjes meegebracht? Vampiers die mij bang willen maken? En die mij willen bijten?’ ‘Wat?!’ Valentijn keek bijna scheel van woede. ‘Waarom zou ik dat doen? == Ik ben een vredelievende vampier. Ik doe... bijna geen vlieg kwaad. Trouwens, ik heb geen vrienden!’ Opeens keek hij een beetje droevig. Heel even had Dolfje medelijden met hem. Toen grinnikte Valentijn. ‘Alleen heel af en toe heb ik zin in een slokje... rood. Een druppeltje, dat is alles. Dan wil ik even lekker in een halsje bijten. Heel zachtjes. Is dat zo erg? Mag dat alsjeblieft?’ Met een scheef oog keek hij naar Dolfjes behaarde hals. ‘Nee!’ zei Dolfje. ‘Dat mag...’ ‘Nooit!’ gromde een andere stem. Verschrikt keek Dolfje om.

    3 O... pa

    Maanlicht scheen op een zwarte gedaante. Een schaduw met hoed en regenjas. Een zwarte klauw rustte op een wandelstok. Scherpe nagels glommen in het maanlicht. Onder de hoed keken gloeiende ogen naar hen. De gedaante bromde. ‘Wat doe jij hier, vampier?’ De stok prikte in Valentijns borstkas. ‘Wegwezen! Laat mijn kleinzoon met rust!’ ‘Help!’ riep Valentijn. ‘Niet met een stok prikken. Daar kan een vampier niet tegen!’ Hij sprong naar achteren. Kronkelend maakte hij dat hij wegkwam. Terwijl hij wegvloog, veranderde hij in een vleermuis. Hij fladderde even in het licht van de lantaarn. Toen versmolt hij met het duister. ‘Opa weerwolf!’ riep Dolfje blij. ‘Hm,’ bromde de oude weerwolf. Hij glimlachte kort. ‘Alles goed met je, Dolfje? Die vampier heeft je toch niet gebeten, hoop ik?’ Dolfje schudde zijn kop. ‘Nee, hoor, opa. Dat zou Valentijn niet durven. Hij doet wel naar en boos en zo. Maar hij wil alleen maar vrienden zijn.’ Opa weerwolf gromde afkeurend. == ‘Met een vampier kun je beter geen vrienden worden, Dolfje. Als je even niet oplet, bijt hij in je hals. En dan? Wat gebeurt er dan met een weerwolf?’ Dolfje haalde zijn schouders op. ‘Ik... weet het niet, opa.’ Opa weerwolf keek hem duister aan. ‘Dan wordt hij een weerpier. Of misschien wel een vampwolf. En dat wil je niet!

    Dat kan heel gevaarlijk zijn!’ Dolfje grinnikte. ‘Ach, opa weerwolf. Valentijn zou mij nooit kwaad doen. Echt niet!’ ‘Hm, misschien,’ bromde opa weerwolf. ‘Maar ga nu toch maar naar huis, Dolfje. Het is niet pluis. Dit is een duistere, donkere nacht. Er zijn... wezens op pad.’ ‘Wrow! Wezens? Wat bedoelt u, opa?’ Opa weerwolf krabde onder zijn hoed. Hij keek naar links. En toen naar rechts. Dolfje zag de gloed in zijn ogen. ‘Ik bedoel... kwade wezens, Dolfje. Gevaarlijke figuren met boze plannen. Ik kan het niet uitleggen. Ik weet het nog niet precies. Maar ik voel het.’

    4 Wro...au!

    Dolfje werd een beetje bang. De woorden van opa weerwolf klonken... Onheilspellend. En dat vond Dolfje een naar woord. ‘Ik heb wel iets gezien, opa. Ik heb ook iets gevoeld. Ik werd geduwd!’ Hij krabde op zijn kop. ‘En ik zag gekke schaduwen...’ Hij aarzelde en keek opa weerwolf aan. ‘Valentijn zei net zoiets als u,’ fluisterde hij. ‘Dat er rare figuren op pad zijn vannacht... Dat is best wel onheilspellend! Dat hij dat ook zei, bedoel ik.’ Peinzend wreef opa weerwolf over zijn wandelstok. ‘Ga nu gauw naar huis, Dolfje. Het is vannacht niet veilig voor jou. Geloof me. Misschien gaat het voorbij. Maar eerst wil ik dat uitzoeken.’ Dolfje knikte. ‘Oké, opa. Ik heb toch keelpijn. Ik kan beter naar bed gaan.’ Even keek opa weerwolf hem onderzoekend aan. ‘Keelpijn? Hm, vreemd. Normaal heeft een weerwolf nooit keelpijn. Hij kan altijd huilen naar de volle maan. Hopelijk betekent het niets, Dolfje.’ ‘Maar Noura dan?’ vroeg Dolfje. ‘Is het voor haar ook gevaarlijk?’ ‘Ik zal haar waarschuwen,’ zei opa weerwolf. ‘Ga nu maar.’ Zijn grote, behaarde klauw aaide Dolfjes kop. ‘Beloof me dat je meteen naar huis gaat, Dolfje!’ Dolfje knikte. ‘Wrow, dag opa weerwolf.’ ‘Dag, Dolfje.’ Dolfje rende terug naar huis.

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com