EPUB

Harris, Charlaine - [Sookie Stackhouse 04] Zo goed als dood

By Lauren Jones,2014-03-29 17:38
12 views 0
Harris, Charlaine - [Sookie Stackhouse 04] Zo goed als dood

Charlaine Harris

    Zo goed als dood

    Een Sookie Stackhouse roman

    LUITINGH FANTASY

    ++

    ==

    ==

    ==

    ==

    Hoewel ze het waarschijnlijk nooit zullen lezen, is dit boek opgedragen aan alle coaches –honkbal, rugby, volleybal, voetbal – die er jarenlang aan hebben gewerkt, vaak zonderfinanciële vergoeding, om mijn kinderen tot sportprestaties te bewegen en begrip van De Sportbij te brengen. Ik wens jullie alle goeds toe, met dank van een van de moeders die bij regen,kou, hitte, en muggen op de tribune zit.

    Hoe dan ook, deze moeder is altijd benieuwd of er nog meer mensen zijn die naar denachtwedstrijden kijken.

    ++

    ==

    ==

    ==

    ==

    Ik vond het briefje op mijn deur geplakt toen ik van mijn werk thuiskwam. Ik had de lunch-tot-vroege-avonddienst gehad bij Merlotte, maar omdat we in het staartje van december zaten werd dedag al vroeg donker. Dus Bill, mijn voormalige vriend – dat wil zeggen: Bill Compton, ofwelVampier Bill, zoals de meeste stamgasten in Merlotte hem noemen – moest zijn bericht minderdan een uur geleden hebben achtergelaten. Hij kan pas opstaan als het donker is.

    Ik had Bill al ruim een week niet meer gezien, en ons afscheid was niet bepaald vrolijkgeweest. Maar nu ik de envelop met mijn naam erop geschreven aanraakte, voelde ik me ellendig.Je zou denken – hoewel ik zesentwintig ben – dat ik nooit eerder een vriend had gehad, en waskwijtgeraakt.

    Dan zou je gelijk hebben.

    Gewone kerels willen niet uit met zo’n ongewoon iemand als ik. De mensen zeggen al vanaf mijneerste schooldag dat ik kierewiet ben.

    Ze hebben gelijk.

    Dat betekent niet dat ik niet af en toe word betast in het café. Kerels worden nou eenmaaldronken. Ik zie er goed uit. Ze vergeten hun argwaan tegen mijn reputatie van ongewoonheid enmijn altijd aanwezige glimlach.

    Maar Bill is de enige die ooit dicht bij me is gekomen op een intieme manier. Het had meontzettend gekwetst om uit elkaar te gaan.

    Ik wachtte met het openen van de envelop tot ik aan de oude, bekraste keukentafel zat. Ik hadmijn jas nog aan, hoewel ik mijn handschoenen had uitgegooid.

    Liefste Sookie – Ik wilde bij je langskomen om met je te praten zodra je wat bijgekomen wasvan de ongelukkige gebeurtenissen eerder deze maand.

    ‘Ongelukkige gebeurtenissen’, aan mijn ronde achterwerk. De blauwe plekken waren eindelijkverdwenen, maar mijn knie deed nog steeds zeer als het koud was, en dat zou wel altijd zoblijven, vermoedde ik. Elke wond die ik had opgelopen, was ontstaan gedurende de bevrijding vanmijn ontrouwe vriend, die gevangen was genomen door een groep vampiers waartoe ook zijnvoormalige vlam Lorena behoorde. Ik was er nog steeds niet achter waarom Bill zó verzot op

Lorena was geweest dat hij gehoor had gegeven aan haar oproep om naar Mississippi te komen.

    Je hebt waarschijnlijk een heleboel vragen over wat er is gebeurd.

    Reken maar.

    Als je met mij persoonlijk wilt praten, kom dan naar de voordeur en laat me binnen.

    Ai. Die had ik niet aan zien komen. Ik dacht er even over na. Hoewel ik Bill niet meervertrouwde, geloofde ik niet dat hij me fysiek kwaad zou doen, zo besloot ik, en ik liep doorhet huis terug naar de voordeur. Ik deed open en riep: ‘Oké, kom er maar in.’

    Hij dook op uit het bos rondom de open plek waarop mijn oude huis stond. Toen ik hem zag, weldeeen hevig verlangen in me op. Bill was breedgeschouderd en slank van een leven lang werken ophet land naast het mijne. Hij was taai en sterk door zijn jaren als geconfedereerde soldaat,voor zijn dood in 1867. Bills neus kwam rechtstreeks van een Griekse vaas. Zijn haar wasdonkerbruin en dicht bij zijn hoofd afgeknipt, en zijn ogen waren al net zo donker. Hij zag erprecies hetzelfde uit als toen we wat met elkaar hadden, en zo zou hij er voorgoed uitzien.

    Hij aarzelde voordat hij de drempel over stapte, maar ik had hem toestemming gegeven, en ikging opzij zodat hij langs me heen de woonkamer binnen kon gaan, die vol stond met oude,comfortabele meubels en die om door een ringetje te halen was.

    ‘Dank je,’ zei hij met zijn koele, aangename stem, een stem die me nog steeds een steek vanpure lust bezorgde. Er waren veel dingen misgegaan tussen ons, maar die waren niet in bedbegonnen. ‘Ik wou met je praten voor ik wegging.’

    ‘Waar ga je heen?’ Ik probeerde net zo kalm te klinken als hij.

    ‘Naar Peru. Op bevel van de koningin.’

    ‘Werk je nog steeds aan je, uh, database?’ Ik wist bijna niets van computers, maar Bill hadhard gestudeerd om zichzelf bekend te maken met de computer.

    ‘Ja. Ik moet nog wat onderzoek doen. Een zeer oude vampier in Lima heeft een schat aan kennisvan ons ras op zijn continent, en ik heb een afspraak om bij hem advies in te winnen. En ik gagelijk wat sightseeën als ik er toch ben.’

    Ik onderdrukte de neiging om Bill een fles synthetisch bloed aan te bieden, zoals een goedegastvrouw zou doen. ‘Ga zitten,’ zei ik kortaf, en ik knikte naar de sofa. Ik zat op hetpuntje van de oude leunstoel die er schuin tegenover stond. Er viel een stilte, een stilte dieme nóg duidelijker deed beseffen hoe ongelukkig ik was.

    ‘Hoe gaat ’t met Bubba?’ vroeg ik ten slotte.

    ‘Hij zit op dit moment in New Orleans,’ zei Bill. ‘De koningin heeft hem nu en dan graag inde buurt, en hij viel hier de afgelopen maand zo op dat het een goed idee leek om ’m ergensanders naartoe te brengen. Hij zal gauw terug zijn.’

    Je zou Bubba zo herkennen als je hem zou zien; iedereen kent zijn gezicht. Maar zijn‘overbrenging’ was niet bepaald geslaagd. Waarschijnlijk had de mortuariumbediende, dietoevallig een vampier was, het sprankje leven beter kunnen negeren. Maar aangezien hij eengrote fan was, had hij de poging niet kunnen weerstaan, en nu sleepte de gehele zuidelijkevampiergemeenschap Bubba heen en weer om hem uit het publieke gezichtsveld te houden.

    Er viel weer een stilte. Ik had me voorgenomen om mijn schoenen en uniform uit te trekken, eenlekker zachte duster aan te trekken, en tv te gaan kijken met een Freschetta-pizza naast me.Het was een eenvoudig plan, maar het was mijn eigen plan. In plaats daarvan zat ik hier nu, inde ellende.

    ‘Als je iets te zeggen hebt, kom er dan maar mee voor de dag,’ zei ik tegen hem.

    Hij knikte, bijna naar zichzelf. ‘Ik moet het uitleggen,’ zei hij. Zijn witte handen schiktenzich op zijn schoot. ‘Lorena en ik…’

    Ongewild kromp ik ineen. Ik wilde die naam nooit meer horen. Hij had me gedumpt voor Lorena.

    ‘Ik moet het je vertellen,’ zei hij bijna kwaad. Hij had me zien trillen. ‘Geef me dezekans.’ Een seconde later wuifde ik met een hand dat hij door kon gaan.

‘De reden dat ik naar Jackson ging toen ze me belde, is dat ik niet anders kon,’ zei hij.

    Mijn wenkbrauwen schoten omhoog. Dát had ik al eerder gehoord. Het betekent: ‘Ik heb geenzelfbeheersing’, of ‘Het leek destijds de moeite waard, en ik dacht niet ten noorden van mijnriem’.

    ‘Lang geleden waren we geliefden. Zoals Eric je volgens eigen zeggen al heeft verteld, houdenvampierverhoudingen niet lang stand, maar ze zijn erg intens zolang ze duren. Wat Eric jeechter niet vertelde, was dat Lorena de vampier was die me overbracht.’

    ‘Naar de Duistere Kant?’ vroeg ik, en ik beet vervolgens op mijn lip. Dit was geen luchtigonderwerp.

    ‘Ja,’ stemde Bill ernstig in. ‘En daarna waren we samen, als geliefden, wat niet altijd hetgeval is.’

    ‘Maar jullie gingen uit elkaar…’

    ‘Ja, ongeveer tachtig jaar geleden bereikten we het punt waarop we elkaar niet langer kondenverdragen. Ik had Lorena sindsdien niet meer gezien, hoewel ik natuurlijk wel op de hoogte wasvan haar doen en laten.’

    ‘O, tuurlijk,’ zei ik uitdrukkingsloos.

    ‘Maar ik moest aan haar oproep gehoorzamen. Dat is absoluut onontkoombaar. Als je maker jeroept, moet je daaraan gehoor geven.’ Zijn stem klonk dringend.

    Ik knikte, en probeerde begripvol te kijken. Ik geloof dat ik daar niet al te goed in slaagde.

    ‘Ze bevál me je te verlaten,’ zei hij. Zijn donkere ogen staarden in de mijne. ‘Ze zei datze je zou doden als ik het niet deed.’

    Ik begon boos te worden. Ik beet op de binnenkant van mijn wang, heel hard, om mezelf tedwingen me te concentreren. ‘Dus zonder een verklaring of het met mij te bespreken besloot jewat het beste was voor mij en voor jou.’

    ‘Dat moest ik wel,’ zei hij. ‘Ik móést haar bevel uitvoeren. En ik wist dat ze ertoe instaat was om je te verwonden.’

    ‘Nou, dat kun je wel zeggen.’ Lorena had bovendien haar uiterste best gedaan om merechtstreeks het graf in te verwonden. Maar ik had haar als eerste te pakken – oké, met watmazzel, maar het was me gelukt.

    ‘En nu hou je niet langer van me,’ zei Bill met licht vragende stem.

    Ik had geen enkel duidelijk antwoord.

    ‘Ik weet het niet,’ zei ik. ‘Ik dacht dat je niet bij me terug zou willen komen. Ik hebtenslotte je móéder gedood.’ En mijn stem was ook licht vragend, maar ik was vooral bitter.

    ‘Dan hebben we meer tijd apart nodig. Als ik terugkom, als je ermee akkoord gaat, zullen we’t er nog eens over hebben. Een afscheidskus?’

    Tot mijn schande wilde ik Bill dolgraag kussen. Maar het was zo’n waardeloos idee, zelfs hette willen leek verkeerd. We stonden op, en ik gaf hem een vluchtige kus op zijn wang. Zijnwitte huid schitterde met de lichte glans die vampiers van mensen onderscheidt. Het had meverbaasd erachter te komen dat niet iedereen ze zag zoals ik.

    ‘Ga je uit met de Weer?’ vroeg hij, toen hij al bijna de deur uit was. Hij klonk alsof dewoorden bij de wortels uit hem waren getrokken.

    ‘Welke?’ vroeg ik, terwijl ik de verleiding weerstond om met mijn wimpers te knipperen. Hijverdiende geen antwoord en hij wist het. ‘Hoe lang blijf je weg?’ vroeg ik iets kordater, enhij keek me wat peinzend aan.

    ‘Dat is nog niet zeker. Misschien twee weken,’ antwoordde hij.

    ‘Misschien hebben we ’t er dan over,’ zei ik, terwijl ik mijn gezicht afwendde. ‘Laat me jesleutel teruggeven.’ Ik viste mijn sleutels uit mijn tas.

    ‘Nee, alsjeblieft, laat ’m aan je sleutelring,’ zei hij. ‘Je hebt ’m misschien nodig alsik weg ben. Ga het huis binnen wanneer je maar wil. Mijn post wordt achtergehouden op hetpostkantoor tot ik terug ben, en volgens mij zijn alle andere losse eindjes afgehandeld.’

    Dus ik was zijn laatste losse eindje. Ik hield de sijpelende woede binnen die tegenwoordig ergaan de oppervlakte lag.

    ‘Ik hoop dat je een veilige reis zult hebben,’ zei ik koel, en ik deed de deur achter hemdicht. Ik ging terug naar mijn slaapkamer. Ik moest nog een duster aantrekken en wat tv-kijken.Zeker weten dat ik me aan mijn plan hield.

    Maar terwijl ik mijn pizza in de oven deed, moest ik mijn wangen een paar keer afvegen.

    1

    Het nieuwjaarsfeest bij café en grillrestaurant Merlotte was eindelijk, eindelijk afgelopen.Hoewel café-eigenaar Sam Merlotte al zijn personeel had gevraagd die avond te werken, warenHolly, Arlene en ik de enigen die waren komen opdraven. Charlsie Tooten had gezegd dat ze teoud was voor alle rotzooi die we op oudejaarsavond voor onze kiezen kregen, Danielle had allang geleden plannen gemaakt om naar een gekostumeerd feest te gaan met haar vaste vriend, eneen nieuwe serveerster kon pas over twee dagen beginnen. Ik denk dat Arlene, Holly en ik hetgeld beter konden gebruiken dan het plezier.

    En ik had toch geen uitnodigingen gehad om wat anders te gaan doen. Als ik bij Merlotte werk,maak ik tenminste deel uit van de omgeving. Dan hoor ik er toch een beetje bij.

    Terwijl ik de papiersnippers opveegde, nam ik me nog eens voor tegen Sam geen opmerkingen temaken over wat een slecht idee de zakken met confetti waren geweest. Dat hadden we aloverduidelijk laten merken, en zelfs de goedhartige Sam zat er zo langzamerhand doorheen. Hetleek niet eerlijk om alles over te laten aan Terry Bellefleur, hoewel vloeren vegen en dweilenzijn werk was.

    Sam telde het kasgeld en stopte het in zakjes om langs de nachtkluis van de bank te gaan. Hijzag er moe maar tevreden uit.

    Hij klapte zijn gsm open. ‘Kenya? Ben je klaar om me naar de bank te brengen? Oké, dan zie ikje zo bij de achterdeur.’ Kenya, een politieagente, escorteerde Sam vaak naar de nachtkluis,zeker bij zo’n forse omzet als die van vanavond.

    Zelf was ik ook tevreden met mijn omzet. Ik had veel fooien gekregen. Volgens mij had ik allesbij elkaar wel driehonderd dollar of meer – en ik kon elke cent ervan gebruiken. Ik zou meerop verheugd hebben bij thuiskomst het geld te tellen als ik zeker wist dat ik nog genoeghersencellen over had gehad. Het lawaai en de chaos van het feest, het voortdurende geren vanen naar de bar en het dienluik, de enorme rotzooi die we moesten opruimen, de onophoudelijkekakofonie van al die hersenen… dat alles had me uitgeput. Tegen het einde van de avond was ikte moe geweest om mijn arme hoofd nog langer te beschermen en waren veel gedachten erdoorheengelekt.

    Het is niet makkelijk om telepathisch te zijn. Heel vaak is het geen pretje. Vanavond was heterger geweest dan op andere avonden. Niet alleen waren de stamgasten – die ik bijna allemaalal jaren ken – in een ongeremde bui, maar ook konden veel mensen het niet laten om mij eenbepaald nieuwtje te vertellen.

    ‘Ik hoor dat je vriendje de hort op is naar Zuid-Amerika,’ had een autoverkoper, ChuckBeecham, met een sarrige blik in zijn ogen gezegd. ‘Je zal wel verrekte eenzaam worden in jehuis zonder hem.’

    ‘Bied je aan om z’n plek in te nemen, Chuck?’ vroeg de man die naast hem aan de bar zat, enze bulderden van het lachen in een mannen-onder-elkaarmoment.

    ‘Neuh, Terrell,’ zei de autoverkoper. ‘Ik moet niks hebben van vampierkliekjes.’

    ‘Gedraag je, of je gaat eruit,’ zei ik kalm. Ik voelde een gloed achter me en ik wist datmijn baas, Sam Merlotte, over mijn schouder naar hen keek.

‘Problemen?’ vroeg hij.

    ‘Ze wilden net hun excuses aanbieden,’ zei ik, terwijl ik Chuck en Terrell in de ogen keek.Ze staarden omlaag in hun biertjes.

    ‘Sorry, Sookie,’ mompelde Chuck, en Terrell bewoog instemmend zijn hoofd op en neer. Ik gafze een knikje en wendde me af om een andere bestelling op te nemen. Maar ze waren erin geslaagdme te kwetsen.

    En dat was hun doel geweest.

    Ik voelde een steek in mijn hart.

    Ik wist zeker dat het gewone volk van Bon Temps in Louisiana niets wist van onze breuk. Billhad zeker niet de gewoonte om met zijn privézaken te koop te lopen en ik ook niet. Arlene enTara wisten er natuurlijk het een en ander van, aangezien je het je beste vriendinnen wel moetvertellen als het uit is met je vriend, ook al moet je alle interessante details achterwegelaten. (Zoals het feit dat je de vrouw hebt vermoord voor wie hij je verliet. Maar daar kon ikniets aan doen. Echt niet.) Dus wie me ook vertelde, in de veronderstelling dat ik het nog nietwist, dat Bill het land had verlaten, was gewoon hatelijk.

    Vóór zijn meest recente bezoekje aan mijn huis had ik Bill voor het laatst gezien toen ik hemde diskettes en de computer had gegeven die hij bij mij thuis had verborgen. Ik was tegen hetvallen van de avond naar zijn huis gereden zodat het apparaat niet te lang op zijn veranda zoustaan. Ik had al zijn spullen in een grote, waterdichte doos gedaan en voor zijn deur gezet.Hij was net voordat ik wegreed naar buiten gekomen, maar ik was niet gestopt.

    Een slechte vrouw zou de diskettes aan Bills baas, Eric, hebben gegeven. Een mindere vrouw zoudie diskettes en die computer hebben gehouden na de uitnodigingen voor Bill (en Eric) om hethuis binnen te komen te hebben ingetrokken. Ik zei vol trots tegen mezelf dat ik geen slechte,of mindere, vrouw was.

    Als ik trouwens goed nadacht, had Bill gewoon een menselijk iemand kunnen inhuren om bij mij inte breken en de spullen mee te nemen. Ik kon me niet voorstellen dat hij dat zou doen. Maar hijhad ze hard nodig, anders zou hij sores krijgen met de baas van zijn baas. Ik ben opvliegend,misschien zelfs zeer opvliegend als ik uitgedaagd word. Maar ik ben niet wraakzuchtig.

    Arlene heeft vaak tegen me gezegd dat ik te goed ben, ondanks mijn tegenwerpingen. (Tara zegtdat nooit; misschien kent ze me beter?) Ik besefte terneergeslagen dat Arlene, ergens in deloop van deze hectische avond, over Bills vertrek zou horen. En ja hoor, nog geen twintigminuten na de honende opmerkingen van Chuck en Terrell perste ze zich door de menigte heen omme een bemoedigend klopje te geven. ‘Je had die harteloze schoft toch niet nodig,’ zei ze.‘Wat heeft hij ooit voor jou gedaan?’

    Ik knikte haar flauwtjes toe om te laten zien hoezeer ik haar steun op prijs stelde. Maar opdat moment riep een tafel om twee whisky-sours, twee biertjes, en een gin-tonic, en ik moest mehaasten, wat eigenlijk een welkome afleiding was. Toen ik hun drankjes op tafel had gezet,stelde ik mezelf dezelfde vraag. Wat had Bill voor mij gedaan?

    Ik bracht verschillende pullen met bier naar twee tafels voordat ik het allemaal op een rijtjehad.

    Hij had me kennis laten maken met seks, waar ik erg dol op was. Hij had me kennis laten makenmet een heleboel andere vampiers, waar ik niet zo dol op was. Hij had mijn leven gered, maarals je er goed over nadacht, zou het niet in gevaar zijn geweest als ik om te beginnen nietiets met hem had gehad. Maar ik had hém ook een paar keer uit de penarie gered, dus die schuldwas vereffend. Hij had me ‘liefje’ genoemd en destijds meende hij het.

    ‘Niets,’ mompelde ik, terwijl ik een gemorste pina colada opdweilde en een van onze laatsteschone barhanddoekjes aan de vrouw gaf die hem omver had gegooid, aangezien haar rok nog onderzat. ‘Hij heeft helemaal niets voor mij gedaan.’ Ze glimlachte en knikte, duidelijk omdat zedacht dat ik met haar meeleefde. De tent was trouwens toch te lawaaierig om iets te horen, watvoor mij een geluk was.

    Maar ik zou blij zijn als Bill terug was. Hij was tenslotte mijn naaste buur. Het ouderekerkhof van de parochie scheidde onze percelen, gelegen aan een provinciale weg ten zuiden vanBon Temps. Ik was daar moederziel alleen, zonder Bill.

    ‘Peru, hoor ik,’ zei mijn broer Jason. Hij had zijn arm om het meisje van de avond: eenkleine, slanke, donkere twintigjarige uit de afgelegen wildernis. (Ik had haar om eenlegitimatiebewijs gevraagd.) Ik bekeek haar eens goed. Jason wist het niet, maar ze was eensoort vormveranderaar. Die zijn makkelijk te herkennen. Ze was een aantrekkelijk meisje, maarze veranderde in iets met veren of een vacht zodra de maan vol was. Ik zag dat Sam, toen Jasonzich had omgedraaid, haar een dreigende blik toewierp om haar eraan te herinneren dat ze zichmoest gedragen op zijn territorium. Ze beantwoordde de blik met interesse. Ik had het gevoeldat ze niet in een poesje of een eekhoorn veranderde.

    Ik dacht erover om me met haar brein te verbinden in een poging het te lezen, maar het hoofdvan een veranderaar is niet zo simpel. De gedachten zijn wat warrig en roodachtig, maar nu endan krijg je een goed beeld van emoties. Hetzelfde geldt voor Weers.

    Sam zelf verandert in een collie als de maan helder en rond is. Soms trippelt hij helemaal naarmijn huis toe en dan geef ik hem een bak met kliekjes en mag hij dutten op mijn achterveranda,als het goed weer is, of in de huiskamer, als het slecht weer is. Ik laat hem niet meer in deslaapkamer, want hij wordt naakt wakker – in die toestand ziet hij er érg fraai uit, maar iklaat me liever niet in de verleiding brengen door mijn baas.

    De maan was niet vol deze avond, dus Jason zou veilig zijn. Ik besloot hem niets te vertellenover zijn date. Iedereen heeft wel een paar geheimen. Haar geheim was gewoon net iets bonter.

    Behalve de date van mijn broer, en Sam natuurlijk, waren er nog twee bovennatuurlijke wezens inCafé Merlotte op deze oudejaarsavond. Het ene was een schitterende vrouw van minstens één meterdrieëntachtig met lang, golvend zwart haar. Verleidelijk gekleed in een nauwsluitende oranjejurk met lange mouwen was ze alleen binnengekomen en bezig elke kerel in het café te begroeten.Ik wist niet wat ze was, maar ik kon aan haar hersenpatroon wel zien dat ze niet menselijk was.Het andere wezen was een vampier, die binnen was gekomen met een groep jonge mensen van wie demeesten begin twintig waren. Ik kende ze geen van allen. Slechts een vluchtige blik van enkeleandere feestvierders duidde op de aanwezigheid van een vampier. Zo bleek maar weer hoezeer depublieke opinie in de afgelopen paar jaar was veranderd sinds de Grote Openbaring.

    Bijna drie jaar geleden, in de nacht van de Grote Openbaring, vertoonden de vampiers zich inelke staat op televisie om hun bestaan kenbaar te maken. Die nacht werden veelveronderstellingen over de wereld onderuitgehaald en voor altijd bijgesteld.

    De groep trad in de openbaarheid naar aanleiding van een door Japanners ontwikkeld synthetischbloed dat vamps voldoende voeding geeft. Sinds de Grote Openbaring hebben de Verenigde Statentalloze politieke en sociale beroeringen doorstaan gedurende het hobbelige proces om harmonischmet onze nieuwste burgers, die toevallig dood zijn, samen te leven. De vampiers hebben eenpubliek gezicht en een publieke verklaring voor hun gesteldheid – ze beweren dat een allergievoor zonlicht en knoflook ingrijpende stofwisselingsveranderingen veroorzaakt – maar ik heb deandere kant van de vampierwereld gezien. Mijn ogen zien tegenwoordig veel dingen die de meestemenselijke wezens nooit te zien krijgen. Vraag me of deze kennis me gelukkig heeft gemaakt.

    Nee.

    Maar ik moet toegeven: de wereld is er voor mij een stuk interessanter op geworden. Ik ben vaakop mezelf aangewezen (aangezien ik niet bepaald Norma Normaal ben), dus de extra stof totnadenken was welkom. De angst en het gevaar niet. Ik heb het geheime gezicht van de vampiersgezien, en ik ben dingen te weten gekomen over Weers en veranderaars en zo. Weers enveranderaars houden zich liever op de achtergrond – voorlopig in elk geval – en kijkenondertussen toe hoe het in de openbaarheid treden uitpakt voor de vamps.

    Dit zat ik allemaal te overpeinzen terwijl ik dienbladen vol glazen en bekers ophaalde en deafwasmachine vollaadde en leeghaalde om Tack, de nieuwe kok, te helpen. (Zijn echte naam isAlphonse Petacki. Vind je het gek dat hij liever Tack wordt genoemd?) Toen ons deel van de

    schoonmaak erop zat en deze lange avond eindelijk voorbij was, omhelsde ik Arlene en wenste ikhaar een gelukkig nieuwjaar, en ze gaf me een omhelzing terug. Holly’s vriend stond buiten ophaar te wachten bij de personeelsingang aan de achterkant van het gebouw, en Holly zwaaide naarons terwijl ze haar jas aantrok en zich naar buiten haastte.

    ‘Wat zijn jullie wensen voor het nieuwe jaar, dames?’ vroeg Sam. Kenya stond inmiddelsgeleund tegen de bar op hem te wachten met een kalme en alerte uitdrukking op haar gezicht.Kenya kwam hier vrij regelmatig lunchen met haar partner Kevin, die net zo bleek en dun was alszij donker en rond was. Sam zette de stoelen op de tafels zodat Terry Bellefleur, die heelvroeg in de ochtend kwam, de vloer kon dweilen.

    ‘Een goede gezondheid en de juiste man,’ zei Arlene dramatisch, terwijl ze met haar hand overhaar hart wapperde. We schoten in de lach. Arlene heeft vele mannen ontmoet – en is vier keergetrouwd geweest – maar ze is nog steeds op zoek naar De Ware. Ik kon Arlene ‘horen’ denkendat Tack hem wel eens kon zijn. Ik schrok even; ik wist niet eens dat ze een oogje op hem had.

    De verbazing was van mijn gezicht af te lezen en met onzekere stem vroeg Arlene: ‘Vind je datik het op moet geven?’

    ‘Ben je gek?’ zei ik onmiddellijk, en ik sprak mezelf streng toe omdat ik mijn gezicht nietbeter in de plooi had gehouden. Ik was ook zo moe. ‘Ik weet zeker dat dit jouw jaar wordt,Arlene.’ Ik lachte naar de enige vrouwelijke zwarte politieagent van Bon Temps: ‘Je moet eennieuwjaarswens hebben, Kenya. Of een voornemen.’

    ‘Ik wens altijd vrede tussen mannen en vrouwen,’ zei Kenya. ‘Maakt m’n werk een stukmakkelijker. En mijn voornemen is om een-veertig te bankdrukken.’

    ‘Wauw,’ zei Arlene. Haar roodgeverfde haar stak schril af bij Sams natuurlijke roodgoudenkrullen toen ze hem vluchtig omhelsde. Hij was niet veel groter dan Arlene – maar ze is danook minstens één meter zevenenzeventig, zes centimeter langer dan ik. ‘Ik ga vijf kiloafvallen, dat is mijn voornemen.’ We moesten allemaal lachen. Arlene had al vier jaar langhetzelfde voornemen. ‘En jij, Sam? Wensen en voornemens?’ vroeg ze.

    ‘Ik heb alles wat ik nodig heb,’ zei hij, en ik voelde de blauwe golf van oprechtheid van hemuitstralen. ‘Ik neem me voor om op deze koers te blijven. Het café loopt geweldig, ik woongraag in mijn woonwagen en de mensen hier zijn net zo vriendelijk als ergens anders.’

    Ik draaide me om om mijn lach te verbergen. Dat was nogal een dubbelzinnige uitspraak. Demensen in Bon Temps waren, inderdaad, net zo vriendelijk als ergens anders.

    ‘En jij, Sookie?’ vroeg hij. Arlene, Kenya en Sam keken me alle drie aan. Ik omhelsde Arlenenog een keer omdat ik dat graag doe. Ik ben tien jaar jonger – misschien meer, want alhoewelArlene zegt dat ze zesendertig is heb ik zo mijn twijfels – maar we zijn vriendinnen sinds weallebei bij Merlotte zijn begonnen nadat Sam het café had gekocht, misschien vijf jaar nu.

    ‘Vooruit,’ zei Arlene om me over te halen. Sam sloeg zijn arm om me heen. Kenya glimlachte,maar slenterde naar de keuken om even met Tack te praten.

    In een opwelling deelde ik mijn wens. ‘Ik hoop alleen maar dat ik niet tot moes geslagenword,’ zei ik; mijn vermoeidheid en het late uur verenigden zich in een slecht getimedeuitbarsting van eerlijkheid. ‘Ik wil niet naar het ziekenhuis. Ik wil geen enkele dokterzien.’ Ik wilde ook geen vampierbloed in me opnemen; je geneest onmiddellijk, maar het heeftverschillende bijwerkingen. ‘Dus mijn voornemen is om uit de problemen te blijven,’ zei ikvastberaden.

    Arlene keek stomverbaasd en Sam keek… nou, aan Sam kon ik niets zien. Maar omdat ik Arlene hadomhelsd, gaf ik hem ook een stevige omhelzing, en ik voelde de kracht en warmte in zijnlichaam. Je denkt dat Sam tenger is tot je hem zonder overhemd dozen met voorraad ziet lossen.Hij is erg sterk en erg soepel gebouwd, en hij heeft van nature een hoge lichaamstemperatuur.Ik voelde hem mijn haar kussen en vervolgens wensten we elkaar allemaal een goede nacht enliepen we door de achterdeur naar buiten. Sams truck stond voor zijn woonwagen geparkeerd, diehaaks achter Café Merlotte staat opgesteld, maar hij klom in Kenya’s patrouillewagen om naarde bank te rijden. Zij zou hem thuisbrengen, waarna Sam kon instorten. Hij was uren in de weer

geweest, net als wij allemaal.

    Terwijl Arlene en ik onze autodeuren openmaakten, zag ik Tack wachten in zijn oude pick-uptruck; ik durfde te wedden dat hij Arlene naar huis zou volgen.

    Na een laatste ‘Welterusten!’, weerschallend door de nachtelijke koude stilte van Louisiana,scheidden onze wegen zich en begonnen we aan ons nieuwe jaar.

    Ik sloeg Hummingbird Road in om naar mijn huis te rijden, dat ongeveer vijf kilometer tenzuidoosten van het café ligt. Het was een enorme verademing om eindelijk alleen te zijn en ikbegon me mentaal te ontspannen. Mijn koplampen flitsten langs de dicht opeenstaande stammen vande dennenbomen die de ruggengraat vormen van de houtkapindustrie hier in de buurt.

    De nacht was extreem donker en koud. Er is natuurlijk geen straatverlichting op de afgelegenprovinciale wegen. De dieren verroerden zich niet, geenszins. Hoewel ik steeds tegen mezelf zeidat ik uit moest kijken voor overstekende herten, reed ik op de automatische piloot. Mijnongecompliceerde gedachten waren vervuld van het plan om mijn gezicht te boenen, mijn warmstenachthemd aan te trekken en in bed te klauteren.

    Iets wits verscheen in de koplampen van mijn oude auto.

    Mijn adem stokte en ik werd opgeschrikt uit de soezerige belofte van warmte en stilte.

    Een rennende man; om drie uur ’s nachts op 1 januari rende hij de provinciale weg af –blijkbaar rende hij voor zijn leven.

    Ik minderde vaart en overwoog wat ik zou doen. Ik was een vrouw alleen en ongewapend. Als ietsafschuwelijks hem achternazat, zou het mij ook te pakken kunnen krijgen. Aan de andere kant konik ook niet werkeloos toekijken hoe iemand in de ellende zat terwijl ik hem kon helpen. Ik hadmaar een ogenblik om op te merken dat de man lang en blond was en slechts was gehuld in eenspijkerbroek voordat ik naast hem stopte. Ik zette de auto in zijn vrij en boog voorover om hetraampje aan de passagierskant naar beneden te draaien.

    ‘Kan ik u helpen?’ riep ik. Hij wierp me een panische blik toe en bleef rennen.

    Maar op dat moment besefte ik wie hij was. Ik sprong de auto uit en rende hem achterna.

    ‘Eric!’ schreeuwde ik. ‘Ik ben het!’

    Op dat moment draaide hij zich om, sissend, met zijn hoektanden helemaal uit. Ik stond zoabrupt stil dat ik op mijn plek wankelde, mijn handen voor me uitgestrekt als vredesgebaar.Natuurlijk, als Eric besloot om me aan te vallen, was ik dood. Dat komt ervan als je debarmhartige samaritaan uithangt.

    Waarom herkende Eric me niet? Ik kende hem al maanden. Hij was de baas van Bill, in de complexevampierhiërarchie die ik nog maar net begon te begrijpen. Eric was de sheriff van Gebied Vijfen een succesvolle vampier. Hij was ook oogverblindend en kon zoenen als de beste, maar dat wasniet zijn meest relevante eigenschap op dat moment. Ik zag slechts hoektanden en sterke handendie zich tot klauwen kromden. Eric stond klaar voor de aanval, maar hij leek net zo bang voormij als ik voor hem. Hij maakte geen aanstalten.

    ‘Blijf daar, vrouw,’ waarschuwde hij me. Zijn stem klonk alsof zijn keel pijnlijk, schor enrauw was.

    ‘Wat doe je hier?’

    ‘Wie ben je?’

    ‘Je weet donders goed wie ik ben. Wat is er met jou aan de hand? Waarom ben je hier zonder jeauto?’ Eric reed een mooi gestroomlijnde Corvette, die precies bij hem paste.

    ‘Ken je mij? Wie ben ik?’

    Nou, dat bracht me even van mijn stuk. Hij klonk niet echt alsof hij een grapje maakte. Ik zeibehoedzaam: ‘Natuurlijk ken ik je, Eric. Tenzij je een identieke tweelingbroer hebt. Dat istoch niet zo, of wel?’

    ‘Dat weet ik niet.’ Zijn armen vielen omlaag, zijn hoektanden leken zich in te trekken en hijkwam overeind uit zijn hurkzit, dus ik voelde een duidelijke verbetering in de atmosfeer van

onze onverwachte ontmoeting.

    ‘Weet je niet of je een broer hebt?’ Ik stond perplex.

    ‘Nee. Dat weet ik niet. Heet ik Eric?’ In het schelle licht van de koplampen zag hij erronduit meelijwekkend uit.

    ‘Wauw.’ Ik wist niets beters te zeggen. ‘Eric Northman is hoe ze je tegenwoordig noemen.Waarom ben je hier?’

    ‘Dat weet ik ook niet.’

    Ik bespeurde enige herhaling. ‘Echt niet? Herinner je je helemaal niets?’ Ik probeerde mijnovertuiging los te laten dat hij zo meteen met een grijns alles zou verklaren; hij zou lachenen me bij een of ander probleem betrekken met als gevolg dat ik… tot moes werd geslagen.

    ‘Echt niet.’ Hij deed een stap dichterbij en zijn blote witte borst deed me sidderen metaangenaam kippenvel. Ik realiseerde me ook (nu ik niet langer doodsbang was) hoe wanhopig hijeruitzag. Die uitdrukking had ik nooit eerder op het gezicht van de zelfverzekerde Eric gezienen ik werd er onverklaarbaar verdrietig van.

    ‘Je weet toch dat je een vampier bent, hè?’

    ‘Ja.’ Hij leek verbaasd dat ik het hem vroeg. ‘En jij bent dat niet.’

    ‘Nee, ik ben volledig menselijk en ik moet weten dat je me geen pijn zult doen. Hoewel je datallang had kunnen doen. Maar geloof me, ook al kun je het je niet meer herinneren, we zijn minof meer vrienden.’

    ‘Ik zal je geen pijn doen.’

    Ik herinnerde mezelf eraan dat waarschijnlijk talloze mensen diezelfde woorden hadden gehoordvoordat Eric hun keel openreet. Maar het staat vast dat vampiers niet meer hoeven te doden nahun eerste jaar. Een slokje hier, een slokje daar, dat is normaal. Nu hij er zo verlorenuitzag, was het moeilijk voor te stellen dat hij me met zijn blote handen uiteen kon rijten.

    Ik heb ooit tegen Bill gezegd dat buitenaardse wezens het beste vermomd als hangoorkonijnenkonden verschijnen (als ze de aarde binnenvielen).

    ‘Kom, stap in mijn auto voor je bevriest,’ zei ik. Ik had weer dat ik-word-erin-meegezogengevoel, maar ik wist niet wat ik anders moest doen.

    ‘Ken ik je echt?’ zei hij, alsof hij ervoor terugdeinsde om in de auto te stappen bij iemandzo angstaanjagend als een vrouw die vijfentwintig centimeter kleiner, vele kilo’s lichter eneen paar eeuwen jonger was.

    ‘Ja,’ zei ik, niet in staat een lichte ergernis te onderdrukken. Ik was niet zo blij metmezelf, want ik geloofde nog half en half dat ik om de een of andere raadselachtige redenbedonderd werd. ‘Nou, kom op, Eric. Ik sta hier te bevriezen, en jij ook.’ Niet dat vampiersin de regel extreme temperaturen schijnen te voelen, maar zelfs Erics huid leek kippenvel tehebben. Natuurlijk kunnen de doden bevriezen. Ze overleven het wel – ze overleven bijna alles– maar voor zover ik weet, is het nogal pijnlijk. ‘O, mijn god, Eric, je hebt geen schoenenaan.’ Dat zag ik nu pas.

    Ik pakte zijn hand; zo dichtbij liet hij me wel komen. Hij liet zich door mij terug naar deauto leiden en op de passagiersstoel proppen. Ik zei dat hij het raampje omhoog moest draaienen liep om de auto heen naar mijn kant, en na een lange minuut het mechanisme bestudeerd tehebben, kreeg hij het voor elkaar.

    Ik pakte een Afghaanse jas van de achterbank die ik ’s winters altijd daar heb liggen (voorvoetbalwedstrijden, et cetera) en sloeg die om hem heen. Hij rilde natuurlijk niet – hij wastenslotte een vampier – maar ik kon al dat naakte vlees niet aanzien in deze temperatuur. Ikzette de verwarming voluit (wat niet veel voorstelt in mijn oude auto).

    Nooit eerder was ik koud geworden van Erics ontblote huid – toen ik eerder zo veel van Erichad gezien werd ik er állesbehalve koud van. Ik was nu al zo verdwaasd dat ik hardop moestlachen voordat ik mijn eigen gedachten in toom kon houden.

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com