DOC

6 Roelof Tichelaar 18 februari 2004 Ongewenst bezoek - In-zicht

By Sara Baker,2014-06-22 17:53
11 views 0
6 Roelof Tichelaar 18 februari 2004 Ongewenst bezoek - In-zicht

    Verslag van de lezing van Roelof

    Tichelaar voor Stichting “Inzicht”

     te Heerenveen op 18 februari 2004 Web: www.in-zicht.nl

    E-mail: post@in-zicht.nl

    Thema: Ongewenst bezoek

     Over bezetenheid en bevrijding

    Na het openingswoord van Paul las Jan een gedicht voor van Karel Douven, getiteld: “ Rusteloos zoeken”.

    Rusteloos zoeken.

    Raak niet moe.

    Klim omhoog, daal af.

    Steeds nieuwe verten,

    Één steunpunt, eén stil moment.

    Één diepe bron,

    In jezelf verbonden,

    en daarin jij geborgen.

    Wees beschermd, wees geleid,

    wees gevoed van je eigen Christuswezen

    Na het voorlezen hebben we het stiltemoment, waarin we bij onszelf kunnen zijn en naar binnen kunnen gaan en ons onderling verbonden mogen voelen en weten met elkaar en met de geestelijke, goddelijke, wereld die zo heel dicht in en om ons heen is.

    “Goedenavond allemaal. Het onderwerp van vanavond: “Ongewenst bezoek”. Een onderwerp wat dus aan de ene kant gaat over de werking van het kwaad in deze wereld, maar aan de andere kant des te meer over de werking van het licht. Want die strijd tussen licht en donker, die is eigenlijk verbonden met ons stoffelijke bestaan hier. Met het naderen van Christus, in deze tijd, en de geestelijke wereld, nadert ook de tegenwerking van het kwaad.

    Het is net of die werking aan het verhevigen is in deze tijd, en toch hoeven we niet bang te zijn. Ik hoop met mijn verhaal in ieder geval één ding te bereiken vanavond en dat is dat iedere vorm van angst voor de duisternis uit ieder hart die hier aanwezig is mag verdwijnen. Ik zal ook onderbouwen waarom we niet bang hoeven te zijn en dat we in de kracht van het licht altijd sterker zijn dan het donker. Het is juist nodig in deze tijd dat het kwaad ook benoemd mag worden, zoals alle negatieve dingen ook benoemd mogen worden in deze tijd om die transformatie in onszelf te kunnen ondergaan. Ik hoop vanavond iets van die lading van angst, die op het thema rust, bij jullie weg te nemen. Maar bovendien hoop ik dat we de verbondenheid in de geest van Christus met elkaar zullen ervaren. Het is nogal een thema en ik zal u vertellen hoe dat bij mij zo gegroeid is. Een jaar of twintig geleden begon ik voorspellende dromen te krijgen. Dat waren leuke en minder leuke dingen. Daar waren dromen bij over toekomstig overlijden van mensen. En hoewel het een enorme lading in zich meedraagt als je zoiets ziet van tevoren, en het gebeurt een korte tijd later ook, was het toch zo dat het mij geen angst bezorgde. Het was altijd gebed, die ervaring, in een zeker gevoel van veiligheid, van geborgenheid. Van het weten van die diepe bron waarmee we allemaal verbonden zijn en die diepe bron die iets laat zien van wat komen gaat. Het maakte wel een heel diepe indruk op mijzelf. Ik heb daarvan mogen leren dat ik die dromen heel erg serieus moest gaan nemen en ze niet achteloos naast me neer mocht leggen.

     1

    Zoals het zo vaak is met de dingen in het leven, wordt de rode draad die in die dromen zichtbaar is pas op het eind, als je een stuk verder bent, helemaal duidelijk en ga je de bedoeling doorzien. Zo kwamen er op een gegeven moment dromen, waarin ik in een huis was en waarin ik demonische wezens zag. Donkere wezens die zich in dat huis bevonden. Vanuit mijn hart gaf ik krachtig het bevel: “In naam van Christus, ga weg”! En op dat moment verdwenen de demonen uit het vertrek. Dat herhaalde zich een aantal keren. Op een gegeven moment, jaren later al weer, was het zo dat ik een nogal nare verschijning in de slaapkamer kreeg. Dat was op zich menselijk gezien, angstaanjagend, maar ik sprak weer dezelfde woorden, die in mijn droom eigenlijk had leren uitspreken: “In naam van Christus ga weg”! En op dat moment verdween die demonische vrouwengedaante, die mij stond aan te staren, in het niets. Dus mijn overtuiging groeide. En ik begon te voelen en te weten dat op het moment, dat je in die kracht van Christus staat, dat je dan in staat bent het donker te verbannen, weg te sturen. Dat je het in ieder geval de baas bent en dat je er in ieder geval niet bang voor hoeft te zijn.

    In die jaren had ik ook contact met een man die in contact stond met de geestelijke wereld. Dat was een vol trancemedium. Op een gegeven moment, aan het eind van zo’n

    inleiding, ik was de enige die dat bijwoonde op dat moment, zei die geest tegen mij, en ik begreep die zin nooit, beschrijf hetgeen de duisternis verjaagt. Het was kort geleden dat ik die zin weer terugvond. Toen werd ik er voor het eerst door geraakt. Want nu, achteraf, begrijp ik hoezeer die geest mij gewezen heeft op de taak die voor mij lag en waarvan ik toen zelf nog geen weet had. Ook hier, in dit soort dingen, wordt de rode draad pas achteraf zichtbaar.

    Weer een tijdje later werd ik benaderd door een therapeute uit het midden van het land die een cliënte onder behandeling had. Die therapeute belde mij op en ze zei: “Ik heb hier

    iemand die bezeten is, en ik heb gehoord dat jij daar wat aan kan doen”. Ik zei: “Ja, ik

    denk dat ik weet hoe ik dat moet benaderen, dus ik wil daar over nadenken”. Ik werd ook een beetje overvallen door het verzoek want zoiets heb je niet alle dagen bij de hand. Ik was me doordrongen van de gevaren die er aan zouden kleven want de vrouw was suïcidaal, en heel gewelddadig, dus er zou van alles mis kunnen gaan. Ik kon me nog een geval herinneren in Duitsland, waarin de katholieke kerk juridisch vervolgd is doordat een vrouw overleden is tijdens een exorcisme. Maar goed.

    Op een gegeven moment heb je maar één afweging te maken. Dat is, of je loopt voor de dingen weg en je doet niet wat je altijd verkondigt, of je gaat gewoon in kinderlijk vertrouwen de confrontatie aan. Je kunt zo’n vrouw ook niet laten barsten. Dus, ik ben daar

    samen met een goede vriend naar toe gegaan en ik heb een lang gesprek gehad met die vrouw en op een gegeven moment zijn we in gebed gegaan. We waren met een paar mensen en toen openbaarde die geest zich. De vrouw kreeg een vrij zware stem en begon zichzelf de haren uit te trekken, ze rolde over de grond. Dat was een heel wild tafereel wat me een beetje deed denken aan de Bijbelse verhalen van duivel uitdrijven. Ik begon weer met diezelfde woorden: “In naam van Christus, eruit”! Zo zijn we door gegaan. Ik heb nog

    geprobeerd een gesprek aan te gaan met hem door te zeggen: “Ook jij mag je overgeven

    aan Christus”. Maar toen begon hij tegen me te brullen: “Satan is mijn Heer” en toen wist

    ik genoeg. Ik denk die praten we niet in één avond om. Die laat zich niet bekeren. Overdonderd enigszins door wat er gebeurde, maar aan de andere kant begon die kracht in mij op te staan. Niet de kracht van mijzelf, want als mens kun je niks uitrichten tegen het donker. Dus ik begon mij helemaal over te geven aan die kracht en we zijn gewoon doorgegaan. Na een half uur kreeg ik weer contact met de vrouw zelf en die kon mijn woorden krachtig herhalen: “Ik geeft mijn hart aan Christus. In naam van Christus ga weg”. En op dat moment, fuut, weg was hij! Van het ene op het andere moment, een

    vrouw met een lang psychiatrisch verleden, die op dat moment bevrijd was.

     2

    Natuurlijk stond ik niet meteen te juichen, achterdochtige Drent als ik ben. Ik denk het is maar afwachten hoe het morgen is, en hoe het volgende week is. Je moet het maar afwachten. Want ik probeer altijd zo nuchter mogelijk in deze dingen te zijn. Maar zelfs de dag daarop en de week daarop was het nog goed. Ze moest nog wel in therapie, maar de therapie kon in elk geval weer doorgang krijgen en dat was wat die geest eigenlijk voortdurend had geprobeerd te dwarsbomen dat die vrouw haar leven weer op de rails kreeg. Een half jaar later kreeg ik een brief, ze was twaalfeneenhalf jaar getrouwd, en een beter cadeau dan deze bevrijding had ze zich niet kunnen wensen. Dat stemt heel erg dankbaar. Achteraf, was dit de vuurdoop.

    Maar de lessen zijn ook in de tijd die daaraan vooraf ging al in gang gezet door de geestelijke wereld door die dromen en door die verschijningen. Achteraf ga je zien wat nu eigenlijk de bedoeling is. Die leiding vanuit de engelenwereld is eigenlijk onontbeerlijk voor de weg die we hebben te gaan, dat geld voor ons allemaal. Los van die leiding komen we niet op het pad wat voor ons het unieke pad is wat we mogen gaan. Want bedenk het nou zelf. Een belastingambtenaar die boze geesten uitdrijft, ik ben ook nog twee dagen per week ambtenaar, dat bedenk je niet zelf. Dat is een regie, die moet van hogerhand je langzaam op dat spoor brengen. Alleen dan kun je ook vertrouwen op die leiding die je in dat werk krijgt. De kennis over de engelenwereld had ik in grote lijnen gekregen via het boek: “Omgang met Gods geestenwereld”, geschreven door Johannes Greber. Op dat boek ben ik ook dikwijls gewezen vanuit de geestenwereld dat ik dat bij me moest dragen.

    Johannes Greber was in de jaren twintig in aanraking gekomen met een medium en via dat medium kreeg hij het onderricht vanuit de geestelijke wereld. Het kwaad kwam ook aan de orde. Er werd ook uitgelegd hoe het kwaad ontstaan is en hoe er ooit een splitsing is geweest in die geestelijke wereld. Dat Lucifer, die hoge engel, zich op een gegeven moment heeft afgescheiden van het goddelijke en eigenlijk door hoogmoed gevangen, zijn eigen weg is gegaan. In de Bijbel, in Jesaja, zie je al de eerste aanwijzing. Jesaja zegt: “Hoe zijt Gij uit de Hemel gevallen? Gij morgenster, zoon des dageraad. Hoe zijd Gij ter aarde geveld overweldiger der volken? En Gij overlegt nog wel. Ik zal ten hemel opstijgen. Boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomsten, ver in het noorden. Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken. Mij aan de allerhoogste gelijkstellen”. In een notendop samengevat, wat er in de hemel op een gegeven moment aan de hand was en wat geleid heeft tot een scheuring in die geestelijke wereld. Dat verhaal is aan Johannes Greber duidelijk medegedeeld en hij was aanvankelijk ook niet overtuigd. Hij was ook nog rooms-katholiek priester en als je dan door één van je parochianen uitgenodigd wordt om deel te nemen aan een spiritistische bijeenkomst, dan denk je wel drie keer na, want een zwarte rok in die kringen dat past niet. Die parochiaan wist hem op een gegeven moment te overtuigen, want je bent als geestelijke toch op zijn minst verplicht om te onderzoeken wat hier, bij ons, aan de hand is. Als wij met elkaar in gebed gaan, dan is er een jongeman van zestien jaar en die valt tijdens dat gebed eventjes voorover en richt zich weer op en er zit een heel andere persoonlijkheid in hem, die zegt in naam van Christus te komen en die ons onderricht geeft, wat zo diepgaand is, wat zo de theologische vraagstukken overstijgt, dat we diep onder de indruk zijn, maar dat we ook eventjes willen weten wat de gevestigde orde, de kerk, daarvan vindt? Greber zag dat dus eerst helemaal niet zitten. Op een gegeven moment had hij zoiets van, ja hij heeft eigenlijk ook wel gelijk, dus ik ga maar. Om zich voor te bereiden, zoals een goede priester betaamd, heeft hij een aantal zware theologische vragen op papier gezet, waar niemand iets van wist en heeft dat in zijn binnenzak gestoken en hij ging in goede moed naar de bijeenkomst. Om klokslag acht uur viel die jongen weer in trance en richtte zich meteen tot Greber en begon hem allerlei dingen te vertellen. Maar hij begon hem ook vragen te stellen waar Greber geen antwoord op wist. Op een gegeven moment zei hij: “Haal nou dat papiertje maar uit je zak met die

     3

    moeilijke vragen van je, dan zal ik die ook gaan beantwoorden. Toen was Greber eigenlijk, min of meer, overtuigd van hier is iets groots aan de hand en zo is dat onderricht begonnen. Het heeft er uiteindelijk ook toe geleid dat, het ligt hier ook, het Nieuwe Testament door Greber opnieuw is vertaald onder leiding van die engelenwereld, waarbij hij teruggegaan is naar de oud Griekse teksten voor zover dat mogelijk was. Greber is later naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

    Dus de val van de engelen als de oorzaak van het kwaad. Uiteindelijk greep God dus in en werden de engelen in de duisternis geworpen zoals dat omschreven staat. Michaël komt in dat verhaal heel centraal naar voren als de engel en grote ordebewaarder in de geestelijke wereld van God. Het is opmerkelijk dat juist die energie van Michaël in onze tijd weer zo sterk de schepping aan het doortrekken is. Die kracht van Michaël laat zich o.a. zien doordat die verborgen patronen aan het licht brengt, maar ook dat het kwaad ontmaskerd mag gaan worden. Eindelijk. Het is lange tijd schuil gegaan onder allerlei maskers en nu, en ik probeer op mijn bescheiden manier daar een bijdrage aan te leveren, door dat kwaad echt te benoemen, onder ogen te zien, zullen we ook in staat zijn om het te ontgroeien, te overwinnen in onszelf. Het kwaad wordt ontmaskerd. Soms komt de werking van dat kwaad heel vierkant naar voren.

    Ik kan me nog een verhaal herinneren dat zich ooit eens in Hoogeveen heeft afgespeeld. Via bekenden van die jongen heb ik dat gehoord. Die jongen, psychisch helemaal gezond, is gaan glaasje draaien en vanaf dat moment raakt hij helemaal onthecht. Hij hoort stemmen en uiteindelijk komt hij in een inrichting terecht en pleegt zelfmoord. Het meest negatieve scenario wat je je kunt bedenken, maar wat nog steeds voorkomt.

    Ik had pas nog een jongen in de praktijk, zijn moeder was een paar jaar geleden overleden, hij miste haar zo dat hij door middel van bandstemmen maar geprobeerd heeft om contact te leggen. Hij zit nu in een inrichting onder de medicijnen. Het is als een zombie om het zo maar plat te zeggen, en we zullen weer stap voor stap moeten proberen bij zijn gevoel te komen. Tijdens een gebed, dat ik hard op bad, samen met hem, kwamen de eerste tranen weer en kwam er voor het eerst sinds jaren weer een stukje van dat gevoel terug. Dit laat zien hoe serieus we aan de ene kant die duisternis moeten nemen en dat we de jongeren ook hiervoor moeten waarschuwen. Als er tien aan het glaasje draaien gaan, gaat het bij negen goed, niks aan de hand. Ze lachen er om van, o, het was wel boeiend. Maar bij die ene, die gevoelige schakel die zich binnen die kring bevindt, daarbij kan het helemaal mis gaan. Waar moet zo iemand naar toe? Dat is het probleem in onze maatschappij. Je kunt twee kanten op. Naar de kerk of naar de psychiater. Die psychiater smijt met medicijnen, over het algemeen, is mijn ervaring en ook van mensen die bij mij komen. Ik merk ook hoe zeer dat een hindernis is als je die mensen weer bij hun eigen kracht probeert te brengen. Medicijnen ondermijnen dat immers. In het ergste geval worden de mensen plat gespoten. Dat was ook met die jonge vrouw het geval waar ik bijgeroepen werd. Op een gegeven moment konden ze niks anders doen dan plat spuiten en in de isoleercel.

    De kerk laat het ook behoorlijk afweten. Die verwijzen de mensen door naar de psychiater. Ik ben gesprekken aangegaan met predikanten en ik heb ze op de man of vrouw afgevraagd wat doe je ermee als er iemand bij je komt die zegt satanische stemmen te horen?

    Antwoord: “Ja naar de psychiater, wat moet ik er anders mee”. Preek je op de kansel wel

    eens over Jezus die boze geesten uitdrijft“? “Ja, ja”. En dan merk je dat de strijd oplaait in

    zo’n predikant. Dat het eigenlijk niet helemaal in overeenstemming is te brengen met zijn geweten en met zijn gevoel. Ik heb daar met een jonge predikant een heel goed gesprek over gehad en die wilde er ook van alles van weten. Aan het eind van dat gesprek zei hij: “Ik ben aan de ene kant heel erg blij met ons gesprek en aan de andere kant helemaal niet

     4

    want ik wordt nu gedwongen om toch met andere “gelovige” ogen naar zulke mensen te kijken”. Dus ik wordt ook gedwongen om zelf actie te ondernemen in plaats van maar af te

    schuiven op de psychiatrie. De dominees zijn allemaal universitair geschoold en die hebben ook het vak psychiatrie gehad en dan zie je al gauw dat die geloofskracht plaats maakt voor een mentaal begrip voor kennis die alleen in het hoofd zit en voor de rest nergens anders. Terwijl juist die kracht vanuit het hart, die kinderlijk geloofskracht, die is juist zo hard nodig op dit terrein. Beiden, zowel de kerk als de psychiatrie, hebben onvoldoende kennis op dit gebied. Die kennis is verloren gegaan.

    Dat is mede, in het geval van de kerk, gebeurd doordat het contact met de engelenwereld stelselmatig langzaam is gedoofd, door de concilies die we hebben gehad, door de dogma’s

    die we zelf hebben bedacht. De engelen komen niet meer voor in de kerk, en dat, nou praat ik een beetje algemeen, ik roep mezelf meteen even tot de orde, ik wil niet bagatelliseren, maar toch in grote lijnen, als je de concilies bekijkt wat er in gezegd wordt en hoe weinig concreet ze met dit soort gevallen omgaan, dan kan het niet anders dan het te constateren.

    Het is als een riviertje. Die begint bij de bron nog kraakhelder. Een verkwikkende kracht zit er in dat water en hoe meer je stroomafwaarts komt, hoe meer de mensen hun riolen daar op laten uitlopen, hoe troebeler het water wordt en hoe groter de tegenzin waarmee de mensen het water nog drinken wat de kerk aanbiedt. Die engelen zijn eigenlijk de waterdragers, zo is het ook tegen Greber gezegd, die putten het rechtstreeks uit de bron en die brengen het tot ons. Dat is heel wat anders, daar zit geen riool tussen.

    Ik kreeg op een gegeven moment een rapport van de Gereformeerde Kerk in handen, van de Gereformeerde Synode. Een rapport dat ging over het kwaad. In dat rapport zie je gewoon dat het kwaad grootschalig tot symbool is verklaard. Ik vond het eerlijk gezegd een heel glibberig rapport, waar ik helemaal niets mee kon. Ze durven eigenlijk amper een standpunt in te nemen. Want door het kwaad daadwerkelijk te benoemen zijn ze bang, met onze mentale visie, dat ze steeds meer zieltjes verliezen en aan de andere kant kunnen ze het ook niet helemaal ontkennen, want Jezus heeft het er immers ook voortdurend over. Dus er moet meer eenheid terugkomen, ook in de kerk. Daar ben ik van overtuigd. Maar daarnaast moet het zo zijn dat er ook een grotere samenwerking zou moeten zijn tussen het spirituele en het psychiatrische gedeelte. In de gnostische geschriften zie je veel meer die eenheid daar in terugkeren. Dat psyche en spiritualiteit eigenlijk in elkaar overvloeien zodat je niet meer hoef te kiezen van, of ik ga naar de dominee, of ik ga naar de psychiater. Dat het meer een eenheid gaat worden. Dat uitdrijven van boze geesten is heel wat meer dan een tijdgebonden terminologie, zoals dat rapport eigenlijk zegt. Het is een concrete werkelijkheid is mijn ontdekking geworden.

    De katholieke kerk vormt een uitzondering. Die heeft een heel oude traditie van exorcisme met positieve maar ook met minder positieve ervaringen. Die hebben het natuurlijk ook niet altijd goed gedaan. Op een gegeven moment ben ik samen met mijn vrouw op bezoek geweest bij pater Amadeus in Tegelen, die zat daar in het klooster. Dat is nog de laatste der Mohicanen onder de exorcisten binnen de katholieke traditie. Mijn aandacht werd naar hem toegetrokken en ik wilde van zijn ervaringen weten. Ik had er inmiddels zelf ook het één en ander in meegemaakt en het is nooit verkeerd om je visies eens even te delen met elkaar.

    Amadeus is een man met een ontzettende brok humor, maar ook een man met een ontzettend kinderlijke en krachtige geloofskracht die hij uitstraalde.

    Hij vertelde: “Vroeger toen ik jong was, zei hij, kon ik gevoelsmatig kiezen tussen priester worden of gevechtspiloot”. Ik denk, dat zijn wel twee uitersten. Het is uiteindelijk priester geworden. Wat mij raakte is zijn eenvoudige manier waarop hij met Christus wandelde. Als een vriend die gewoon met hem meeliep en waarmee hij kon praten. Hij heeft op een gegeven moment een enorme vuurdoop gehad wat het kwaad betreft toen hij ’s avonds

     5

    een exorcisme had uitgevoerd was hij terug in zijn kamer in het klooster. Hij had de deur op slot gedaan, dat zegt ook iets over die kloosters, maar de deur zat veilig op slot en Amadeus ligt lekker in zijn nest. Het is een uur of twaalf en hij hoort zware voetstappen door die gang gaan. Hij begreep er helemaal niks van, op dat uur van die voetstappen. Dus hij dacht eerst aan een inbreker. Die stappen kwamen steeds dichterbij en naarmate ze dichterbij kwamen werd Amadeus wat onrustiger, totdat ze bij zijn deur stopten. Toen brak het zweet hem aan alle kanten uit. Op dat moment sloep die deur gewoon open en er stond een gestalte zei hij: “Zo donker, zo zwart, alsof ik recht de hel inkeek. Op dat moment

    was iedere cel van zijn lichaam vervuld met angst. En juist op dat moment, in die diepe angst, hoorde hij links van hem die zachte stem die zei: “Ban elke vorm van angst voor de duisternis uit. En op dat moment, toen hij die stem van Christus voor het eerst hoorde, werd hij helemaal rustig. Hij keek naar die gedaante en die loste op in het niets. De deur ging weer dicht en het was gebeurd. Sindsdien ben ik nooit meer één seconde bang

    geweest voor het donker, want het stelt helemaal niets voor als je je aan Christus vasthoudt”. Christus heeft ook humor, vertelde hij me. Hij heeft ergens weer een

    exorcisme uitgevoerd en hij zat alleen in de auto, ten minste dat dacht hij. Hij ging weer terug naar het klooster en hij zong uit volle borst tot Jezus, over Jezus, en het ging harder en harder en luider. Op een gegeven moment hoort hij van de stoel naast hem zachtjes een stem die zei: “Ik ben niet doof”. Dat kenmerkt Amadeus en dat vind ik prachtig.

    Er kwam eens een bezeten vrouw bij hem in het klooster. Hij had al een apart huisje in de kloostertuin gekregen, want ja, die mensen wilden nog wel eens wat schreeuwen en daar jaagde hij de mensen mee weg en dat moest ook niet. Dus hij had zijn eigen hokje in de kloostertuin waar hij zijn werk kon doen en daar was hij dus alleen met een vrouw die zei last te hebben van demonische krachten. Ik zit met haar te praten, zegt hij, en voor dat

    ik het wist, had ze mijn kop zo klem onder de arm”. Ik zeg: “Wat heb je gedaan”? Ik heb

    gezegd: “Ach Heer, maak me even los, wil je? En op dat moment, floep, liet de arm mij

    los. Dat kenmerkte Amadeus. Die dag heeft op mij een ontzettend diepe indruk gemaakt omdat hij vanuit die kinderlijke geloofskracht, zijn eigen kracht niet eens aanwent om zich te weer te stellen tegen het donker. Dat vertrouwen is genoeg tegen elke macht die mensen belaagt.

    Zo kwamen er mensen uit België, Duitsland, Luxemburg en Nederland natuurlijk bij hem. Op een gegeven moment kwamen er wel zeshonderd mensen per jaar bij Amadeus, die met demonische klachten kampten. Er kwamen zelfs mensen die waren bezeten door overleden kampbeulen uit Nazi Duitsland. Die geesten waren aan het zwerven gegaan en die hadden hun slachtoffers weer gevonden. Die komen niet los van de aarde en die hadden zich op een agressieve manier vastgebeten in mensen. Acht zegt hij: “Hoewel ik geen gevechtspiloot ben geworden, had ik toch nog de kans om de Nazi’s er uit te

    schoppen”. Amadeus was aan de andere kant ook heel ernstig. Hij zegt: “Er is maar één exorcist en dat is Christus zelf. Wij zelf kunnen absoluut niets. Kinderlijke geloofskracht.

    Dat was ook het ontroerende van de ontmoeting op die dag, ondanks de kerkelijk dogma’s.

    Hoewel ze niet tussen ons in stonden waren die er wel. Ik heb geen katholieke achtergrond, ik zit bij geen enkele kerk trouwens, maar ondanks die dogma’s waarin hij was opgegroeid en waarin hij zich eigenlijk helemaal bevond, konden we toch heel dicht bij elkaar staan en voelden we allebei dat we uit één en de zelfde bron putten. De belangrijke les van Amadeus, die ik nooit meer vergeet, is je hoeft nergens bang voor te zijn en dat heeft de praktijk in mijn geval gelukkig ook uit gewezen. Ik heb ook al voor behoorlijk hete vuren gestaan en die kracht van Christus wordt alleen maar sterker, hoe heter het vuur wordt. Dus er is geen reden tot angst.

    Een half jaar geleden zat ik alleen aan de waterkant en ik voelde opeens de aanwezigheid van Amadeus vlak bij me, dat verbaasde me. We hadden een paar keer gebeld met elkaar, geschreven en zoals dat gaat, opgeëist door de drukte, raak je het contact met elkaar een

     6

    beetje kwijt. Hij begon in mijn gedachten te vertellen over Christus. Het was net of ik even door zijn ogen in het klooster was. Ik zag zelfs de tegeltjes aan de muur en er ontstond een gedachtenuitwisseling tussen ons, een stil gesprek, en ik ben toen een beetje met dubbele gedachten naar huis gegaan. Ik denk als Amadeus zich op deze manier aan mij kenbaar maakt, dan kan dat wel eens betekenen dat hij niet meer onder ons is. De dag daarop bleek hij inderdaad overleden te zijn. Dus een prachtige manier van hem om nog even te laten merken, ik ben bij je en die afstand die er was tussen Limburg en Drenthe, die is er nu niet meer. Ik vond het ontroerend dat ik dat nog even heb mogen meemaken. Zoals ik zei, die hele stoffelijke schepping, die staat in het teken van de strijd tussen licht en donker. En die strijd mogen we heel bewust aangaan in onszelf. Dat betekent dus ook dat we zelf in onze kracht moeten gaan staan, in die kracht van Christus. Dus niet de kop in het zand steken van kwaad bestaat niet. Gewoon de confrontatie aangaan en constateren dat het er is en in de kracht van het licht gaan staan. De rol van mij in mijn praktijk, van de mensen die ik bij mij, krijg is heel verschillend. Bij het geval waar ik mee begon, was het zo dat het een gevecht was tussen mij en de bezetter. Je kunt het vergelijken met een land wat in oorlog is. Eerst staat de vijand nog dreigend bij de grens, het volgende moment hebben ze een paar steden in bezit genomen, en een stap verder is het hele land in bezit genomen.

    In het laatste geval, het ergste stadium, is het een strijd tussen mij of Christus en de

    duisternis. Maar in al die andere gevallen, waarbij het bewustzijn van die mensen nog aanwezig is, moet ik een beroep doen op hun eigen kracht. Ja, en dat is soms even een rare gewaarwording voor die mensen. Dat ik ze ook wijs op hun eigen

    verantwoordelijkheden en dat ik de klus niet voor ze ga opknappen zolang ze er zelf nog bij zijn. Dat die kracht van Christus door hun zelf heen zal moeten gaan werken. En met name in deze tijd mag het niet langer zo zijn dat je als buitenstaander, de duisternis er maar uitknikkert van: “In naam van Christus ga weg en het is klaar, maar zo werkt het niet. De

    mensen moeten zelf die kracht van Christus in zich op laten staan en zo door die innerlijke kracht de duisternis overwinnen.

    Dus in die zin ben ik meer een coach in de zijlijn dan iemand die maar eenzijdig staat te roepen, in naam van Christus er uit.

    In het coach zijn van de mensen, die last hebben van invloeden, stemmen die ze horen, en andere aanwezigheden die ze om zich heen voelen, dat kan zich op heel verschillende manieren openbaren, ga ik altijd op zoek naar de voedingsbodem die er in de psyche ligt. Want de duisternis speelt altijd in op onze eigen schaduwen, onverwerkte pijn, minderwaardigheidgevoelens, schuldgevoelens, noem het maar op. Het zijn strategen en ze weten precies waar ze de mensen moeten raken. Iemand die kampt met een

    minderwaardigheidsgevoel, van nature misschien al, zal aangesproken worden op zijn minderwaardigheid. Dus bestaat mijn werk niet alleen uit het verdrijven van de duisternis maar ben je ook heel therapeutisch bezig om er aan te werken dat die voedingsbodem gaat opdrogen. Dat de mensen heel worden. Dat ze weer bij hun kracht kunnen komen. Dat ze weer, door zelf te gaan strijden, in dat licht gaan staan en zichzelf ook geen slachtoffer meer voelen. Want een slachtoffer, dat vind ik altijd zo passief. Dan overkomt het je. Je moet eigenlijk ophouden slachtoffer te zijn maar gewoon gaan strijden en in je kracht gaan staan.

    Zoals ik al zei, mensen die een lange weg in de psychiatrie zijn gegaan en onder de medicijnen zitten, voor hen is het des te moeilijker om een beroep op die kracht te doen. Dat spreekt voor zich. Het is dus een kwestie van een soort zielenhouding waarmee je die strijd in jezelf aangaat.

    Er is ook een kracht, die de bewust strijdende houding, die zo nodig is in onze tijd, aan het ondermijnen is. We weten allemaal dat we allemaal een stukje man en een stukje vrouw in ons meedragen. In iedere man zit ook een vrouwelijke zijde en iedere vrouw draagt ook

     7

    een mannelijke kant met zich mee. En één van de uitdagingen in ons leven hier, bestaat er uit dat we die twee met elkaar in balans leren brengen. Dat betekent dat een echte man niet alleen man is maar dat hij ook zijn gevoelskant kan laten zien. Zijn ontvankelijke zachte kant. En dat de vrouw ook in staat is om grenzen te stellen en in haar kracht gaat staan en daadkrachtig optreedt. Zo moet die balans in het leven gezocht worden. En nou gaat het er om, om het heilige midden tussen die twee te vinden.

    De vrouw is een heel lange tijd, met name door de kerk, op een zijspoor gezet. Denk maar aan Maria Magdalena, de grote rol die zij onder de discipelen heeft gespeeld, en die door de kerk eigenlijk altijd onder de mat is geveegd, alsof ze er niet was. Toch is er een kentering gaande op dat terrein en krijgt de vrouw het verdiende eerherstel. Maar die vrouwelijke kracht, door Jung de anima genoemd, tegenover de animus, de mannelijke kant, de anima kan ook buiten proporties gaan groeien en dan raakt die het contact met die mannelijke oerkracht, die in ieder van ons aanwezig is, kwijt. Dat betekent dat je geen grenzen meer kunt stellen. Op het moment dat we doorschieten in de zachte vrouwelijke kant, dan worden we heel erg kwetsbaar. Dan komt dat stemmetje ook in je op van, acht probeer maar niet, begin er maar niet aan, je kunt het toch niet. Dan wordt het ontmoedigend, dan wordt het verzwakkend. Nogmaals, de gezonde vrouwelijk kracht is het tegendeel. In balans, dan zijn we op zijn sterkst. Maar op het moment dat die grenzeloze kracht aan ons gaat vreten en ons dus steeds meer grenzeloos maakt, dan verzieken we. Dan wordt het pathologisch.

    De maatschappij is een afspiegeling van ieder individu. Op dit moment zitten we in de maatschappij ontzettend te worstelen met de tolerantie. Waar 90 % van Nederland misselijk van geworden is, is dat we alles maar moeten slikken. Dat heeft niks meer te maken met de ware zin van verdraagzaamheid. Dat is een ziekelijke tolerantie geworden die ons grenzeloos heeft gemaakt en die ons doet verzuimen ook in onze oerkracht te gaan staan. Nou, die afspiegeling zie ik nou, exact op dat spirituele vlak, weer terug keren. Ik blijf er bij als we met z’n allen tolereren dat op 4 mei de kransen, die bedoeld zijn voor de

    dodenherdenking, dat die over de straat geschopt worden, en we staan er bij en we kijken

    naar en we doen helemaal niets, dan maak je mij niet wijs, dat dat met de er

    verdraagzaamheid te maken heeft die Jezus bedoelde. Dat heeft er helemaal niets mee te maken. In mijn ogen is dat gewoon slapte en durf je de mensen niet te confronteren met de spiegels die ze nodig voorgehouden moeten worden om ook te groeien aan zichzelf. Bang voor de confrontatie.

    Je ziet het overal. Gevangenbewaarders die bespuwd worden en niets terug mogen doen. De politie die amper nog durft op te treden. Het moet ook geen politiestaat worden, begrijp me goed. Ik ben ik niet rechts georiënteerd, dat is wat zo gauw gezegd wordt op het moment dat je daadkrachtig wilt optreden, dan ben je rechts en anders ben je links, dat vind ik ook onzin. Dus in je kracht gaan staan. Je ziet het bij Jeugdgevangenis Den Enk in Den Dolder, daar pakken ze het heel anders aan. Daar zitten hardnekkige criminele jongeren. Die directeur heeft het behoorlijk begrepen naar mijn gevoel. Die gaat geen dagenlange gesprekken met de jongens aan, want die hebben al het ene gesprek na het andere gehad met psychiaters en andere hulpverleners. Die psychiaters hebben ze allemaal in hun zak.

    Ze lullen wat mee en vervolgens gaan ze weer hun eigen gang. Die directeur confronteert ze met hun eigen grenzen door groepsverantwoordelijkheid te kweken. Ze worden in een groep geplaatst met twaalf jongeren. Ze komen in een kale ruimte, daar ligt een bos hout, er ligt gereedschap, als je het gezellig wilt maken met elkaar, ga je gang. Zo niet, ook prima. Onder de twaalf deelnemers in zo’n groep worden bijvoorbeeld elf blikken bonen uitgedeeld. Zoek het maar hoe je de boel verdeelt. Verziekt er eentje het, dan verziekt hij het voor de hele groep en wordt de hele groep gestraft. Op die manier wordt het respect weer gevoed voor zichzelf. De cijfers zijn heel hoopvol. Natuurlijk moet dit allemaal gepaard gaan met liefde en aandacht. We moeten niet doorslaan in een eenzijdige harde

     8

    reactie op dit soort dingen. Het respect voor de eigenheid van het kind staat natuurlijk voorop, liefde en aandacht, vooral in de opvoeding zijn daarbij noodzakelijk ingrediënten. Maar aan de andere kant moeten we die typische Michaëlische kracht, die in onze tijd zo belangrijk is, wel weer toe durven laten. Met name in die wereld van het kwaad is dat zo noodzakelijk. Kort geleden werd ik er nog mee geconfronteerd.

    Ik werd gebeld door een vader die had een dochter die last had van demonische invloeden. Ze had een jarenlang psychiatrisch verleden. Het laatste jaar met name heb ik me er op toegelegd door, vooral van te voren, de stilte te zoeken om te vragen van, geef mij wat beelden en wat inzicht waarmee ik deze mensen kan voorthelpen. Ik moet zeggen er komt heel veel van te voren tot me, waar ik heel veel mee kan doen voor die mensen, aan beelden, aan symbolen die ik zie of woorden die ik hoor. Zo was ik ook stil voor deze afspraak zonder iets van de achtergrond te weten. Ik kreeg daarbij het beeld te zien van de jonge vrouw waar het om ging, die achter een zwarte auto aan liep en die zwarte auto, een hele grote Amerikaan, zag ik, die trok op en die stopte weer. En ze holde er achteraan en net als ze bij die auto was, trok die weer op en lokte hij haar mee als het ware. Ik begreep er niets van. Op een gegeven moment hoor ik een stem tegen me zeggen, open het vuur. Dat klinkt aardig drastisch. Meteen daarna hoorde ik, de rest wijst zich wel vanzelf. Ik denk, nou ik laat het wel op me af komen.

    Klokslag één uur, de deurbel gaat, ik doe open en er komt me daar iemand binnen stampen, die stelt zich niet eens voor, die walst bijna over me heen. Ik kon er nog net voorspringen om haar de hand toe te steken: “Ik ben Roelof”. Nou, ze noemde haar naam. Pa was nog even bezig om de auto te parkeren en ik denk wat is me dit? Dat is iemand die walst over grenzen heen, dat was me gelijk al duidelijk. Ik zeg: “Heb je zin in een kop thee, je hebt een lange reis gemaakt”. “Ik heb liever koffie”. “Prima, dan zet ik een kop koffie”. “Ik heb zin in een sigaret”. Ik zeg: “Hier wordt niet gerookt”. Zij was jarenlang opgenomen geweest in een inrichting en pa en ma hebben op een goede dag besloten, uit medelijden zorg en liefde voor hun dochter, wij nemen je weer thuis. Maar wel met de voorwaarde, dat we in overleg met de behandelende psychiater een strak schema opstellen zodat je niet werkeloos gaat zitten afwachten maar dat er ook gewerkt wordt. Ik vroeg zo aan die vader: “Wat komt er zo van dat schema”? Ik had zo mijn bange vermoeden. “Nou, ze komt ’s

    morgens haar nest niet uit. Ze zuipt bier overdag. Ze hield zich absoluut niet aan de

    afspraken. Ik zeg tegen die vader: “Hoe is het met het stellen van grenzen in jou geval”? “Dat is een gevoelig punt voor me”. “Daar had ik al zo’n vermoeden van”.

    Die mensen zijn eigenlijk jaren lang bezig geweest het hun dochter naar de zin te maken en dochter lief walst gewoon over ze heen en er is geen psychiater geweest die ze daarop gewezen heeft. Het gaat maar door en het gaat maar door. Dochter wint aan terrein en de ouders hebben zelf geen leven meer thuis. Ik zei: “Als je nou eens begint met het stellen van grenzen door haar voor de keus te stellen, je hebt een aantal weken om je aan te schema te houden, zo niet dan ga je fijn terug naar je inrichting. Dat klinkt hard, dat weet ik”. De dochter zat er dus bij. “Tjonge, jonge, jonge wat ben jij nuchter zeg”. “Voor die Drentse nuchterheid heb je tweeëneenhalf uur moeten rijden”. Zo probeerde ik door de schil heen te breken om duidelijk te maken, wil je bij je kracht komen, dan zul je ook je verantwoordelijkheden onder ogen moeten zien. Dan komt Tichelaar niet met een toverspreuk en die helpt je van de ellende af. Want die zwarte auto, dat was het mediumschap waar zij naar verlangde. Zij wilde zo graag iemand zijn, iets betekenen. Dus vanuit een diep minderwaardigheidsgevoel hoopte ze weg te kunnen vluchten in het mediumschap en stelde zich onbewust open voor al die invloeden die om haar heen waren. Die invloed mocht ze los laten en ze mocht gaan ontdekken dat ze een volwaardig mens is en dat dit allemaal niet hoeft en dat je geen medium hoeft te zijn om volwaardig mens te kunnen zijn. Aan het eind van het gesprek was de vader iets blijer dan de dochter en toen ik vroeg: “Komen jullie nog weer, toen zei de dochter: “Nou, ik denk het niet”. En de vader

    zei met een glimlach: ”Ik zeker”. Hij heeft me intussen gemaild, dat ze een donderende

     9

    ruzie gehad hebben in de auto op de terugweg, daar had ik al een beetje op gehoopt, en ze komen nu toch samen weer terug. Het is dus de moeite waard geweest.

    Dat eventjes als voorbeeld, van durf nou ook die kracht te gebruiken. Ga niet alleen maar op die zachte eeuwige toer die helemaal niets aanricht. Die stevige kant, die is soms even nodig en met een ander, die helemaal in de harde kant zit, daar ga je mee bidden en dan komen soms, na jaren, de eerste tranen weer. Dan ga je in de vrouwelijke, in de zachte kant, zitten.

    Die kant is minstens net zo belangrijk, alleen je moet ze gedoceerd toepassen, daar vragen de mensen om.

    Het voorbeeld van een reden tot bezetenheid kan heel direct zijn, het aanroepen van Satan, dat gebeurt nog steeds. Mensen menen nog steeds daar goed aan te doen en dat heeft soms hele grote gevolgen. Ik heb spiritisme net al even als oorzaak genoemd. Maar psychisch trauma biedt soms ook een opening voor duistere invloeden. Bijvoorbeeld een kind overkomt iets heel ergs. Het wordt misbruikt, het wordt ontkend, grenzen worden geschonden, noem het maar op. Dan gebeurt er iets met zo’n kind waarbij een deel van de

    ziel zich als het ware terugtrekt, diep van binnen, met het heilige voornemen, zoals ik nu gekwetst ben zal ik nooit meer gekwetst willen worden. Dus die gaat uit het contactveld met de wereld omdat die wereld niet veilig is.

    Bij eencellige diertjes zijn biologische proeven uitgevoerd. Als je die een microscopische klein stroomstootje geeft, dan ontwikkelt het leven zich terug op die plek, het leven trekt zich letterlijk terug. Dat doen we allemaal. We gaan allemaal weg bij de pijn. Vechten, vluchten of bevriezen, dat zijn onze oerreacties op pijn. Maar dan is er ook nog een ander ik wat op staat in zo’n kind en dat kunnen we het strategisch-ik noemen. Dat strategisch-

    ik, dat gaat op dat moment, dat is een vrij onbewuste kracht hoor, proberen toch die liefde te verdienen waar het kind zo naar verlangt. Dus die gaat zich heel doordacht lief gedragen. Of die gaat haantje de voorste spelen om maar niet de minderwaardigheid door te laten schemeren die diep in de ziel teruggetrokken leeft. Heel vaak leven we in zo’n

    strategie.

    Zijn we ons niet helemaal bewust van onszelf, en zijn we op grond van oude pijn gespleten geraakt, die gespletenheid biedt soms opening voor de duisternis waar die dan heel subtiel op in springt en waardoor die opening gevoed wordt als het ware. Daarom zei ik ook, het is minstens net zo belangrijk om aandacht te hebben voor de ziel, voor de eigen psyche, voor wat voor voedingsbodem draag je in je mee, wat dat kwaad kan voeden. Waar het kwaad zich aan vast kan hechten. Dan gaat het er om dat we de pijn weer heel bewust durven voelen. We krijgen allemaal in het dagelijks leven een leerschool waarbij we op de meest onverwachte momenten geconfronteerd worden met de oude pijn. Soms leggen we de link niet helemaal en dan worden we gekwetst of geraakt door iets, of we worden buitensporig boos. Dat zijn vaak allemaal signalen die duiden op oude wonden, waarbij we eigenlijk niets anders hoeven te doen dan ons, strategisch, eventjes terug te nemen. Schiet nou eens even niet in de strategie en ga je verdedigen, maar ga nou eens echt even voelen. Dan komen die twee, dat teruggetrokken-ik en dat strategisch-ik, weer bij elkaar en dan ontstaat er weer heelheid. Dat is dus minstens zo belangrijk als alleen maar de duisternis er uit te gooien. Het gaat er ook om dat we weer heel worden. Schuld is één van de grote voedingsbodems van het kwaad merk ik in de praktijk. Mensen worden aangesproken op fouten. Ook over verantwoordelijkheid zie je als een grote valkuil van mensen waardoor ze niet meer bij hun kracht komen. Door maar verantwoordelijk te zijn voor iedereen om je heen, voor alles en nog wat, verlies je die eigen kracht eigenlijk helemaal uit het oog en dat betekent dus ook dat je grenzeloos wordt. In het dagelijkse leven walsen mensen dan ook over je heen. Je kunt ook te weinig verantwoordelijkheid nemen, dat gaf ik net al aan.

     10

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com