DOC

6 Roelof Tichelaar 18 februari 2004 Ongewenst bezoek - In-zicht

By Sara Baker,2014-06-22 17:53
12 views 0
6 Roelof Tichelaar 18 februari 2004 Ongewenst bezoek - In-zicht

    Verslag van de lezing van Roelof

    Tichelaar voor Stichting “Inzicht”

     te Heerenveen op 18 februari 2004 Web: www.in-zicht.nl

    E-mail: post@in-zicht.nl

    Thema: Ongewenst bezoek

     Over bezetenheid en bevrijding

    Na het openingswoord van Paul las Jan een gedicht voor van Karel Douven, getiteld: “ Rusteloos zoeken”.

    Rusteloos zoeken.

    Raak niet moe.

    Klim omhoog, daal af.

    Steeds nieuwe verten,

    Één steunpunt, eén stil moment.

    Één diepe bron,

    In jezelf verbonden,

    en daarin jij geborgen.

    Wees beschermd, wees geleid,

    wees gevoed van je eigen Christuswezen

    Na het voorlezen hebben we het stiltemoment, waarin we bij onszelf kunnen zijn en naar binnen kunnen gaan en ons onderling verbonden mogen voelen en weten met elkaar en met de geestelijke, goddelijke, wereld die zo heel dicht in en om ons heen is.

    “Goedenavond allemaal. Het onderwerp van vanavond: “Ongewenst bezoek”. Een onderwerp wat dus aan de ene kant gaat over de werking van het kwaad in deze wereld, maar aan de andere kant des te meer over de werking van het licht. Want die strijd tussen licht en donker, die is eigenlijk verbonden met ons stoffelijke bestaan hier. Met het naderen van Christus, in deze tijd, en de geestelijke wereld, nadert ook de tegenwerking van het kwaad.

    Het is net of die werking aan het verhevigen is in deze tijd, en toch hoeven we niet bang te zijn. Ik hoop met mijn verhaal in ieder geval één ding te bereiken vanavond en dat is dat iedere vorm van angst voor de duisternis uit ieder hart die hier aanwezig is mag verdwijnen. Ik zal ook onderbouwen waarom we niet bang hoeven te zijn en dat we in de kracht van het licht altijd sterker zijn dan het donker. Het is juist nodig in deze tijd dat het kwaad ook benoemd mag worden, zoals alle negatieve dingen ook benoemd mogen worden in deze tijd om die transformatie in onszelf te kunnen ondergaan. Ik hoop vanavond iets van die lading van angst, die op het thema rust, bij jullie weg te nemen. Maar bovendien hoop ik dat we de verbondenheid in de geest van Christus met elkaar zullen ervaren. Het is nogal een thema en ik zal u vertellen hoe dat bij mij zo gegroeid is. Een jaar of twintig geleden begon ik voorspellende dromen te krijgen. Dat waren leuke en minder leuke dingen. Daar waren dromen bij over toekomstig overlijden van mensen. En hoewel het een enorme lading in zich meedraagt als je zoiets ziet van tevoren, en het gebeurt een korte tijd later ook, was het toch zo dat het mij geen angst bezorgde. Het was altijd gebed, die ervaring, in een zeker gevoel van veiligheid, van geborgenheid. Van het weten van die diepe bron waarmee we allemaal verbonden zijn en die diepe bron die iets laat zien van wat komen gaat. Het maakte wel een heel diepe indruk op mijzelf. Ik heb daarvan mogen leren dat ik die dromen heel erg serieus moest gaan nemen en ze niet achteloos naast me neer mocht leggen.

     1

    Zoals het zo vaak is met de dingen in het leven, wordt de rode draad die in die dromen zichtbaar is pas op het eind, als je een stuk verder bent, helemaal duidelijk en ga je de bedoeling doorzien. Zo kwamen er op een gegeven moment dromen, waarin ik in een huis was en waarin ik demonische wezens zag. Donkere wezens die zich in dat huis bevonden. Vanuit mijn hart gaf ik krachtig het bevel: “In naam van Christus, ga weg”! En op dat moment verdwenen de demonen uit het vertrek. Dat herhaalde zich een aantal keren. Op een gegeven moment, jaren later al weer, was het zo dat ik een nogal nare verschijning in de slaapkamer kreeg. Dat was op zich menselijk gezien, angstaanjagend, maar ik sprak weer dezelfde woorden, die in mijn droom eigenlijk had leren uitspreken: “In naam van Christus ga weg”! En op dat moment verdween die demonische vrouwengedaante, die mij stond aan te staren, in het niets. Dus mijn overtuiging groeide. En ik begon te voelen en te weten dat op het moment, dat je in die kracht van Christus staat, dat je dan in staat bent het donker te verbannen, weg te sturen. Dat je het in ieder geval de baas bent en dat je er in ieder geval niet bang voor hoeft te zijn.

    In die jaren had ik ook contact met een man die in contact stond met de geestelijke wereld. Dat was een vol trancemedium. Op een gegeven moment, aan het eind van zo’n

    inleiding, ik was de enige die dat bijwoonde op dat moment, zei die geest tegen mij, en ik begreep die zin nooit, beschrijf hetgeen de duisternis verjaagt. Het was kort geleden dat ik die zin weer terugvond. Toen werd ik er voor het eerst door geraakt. Want nu, achteraf, begrijp ik hoezeer die geest mij gewezen heeft op de taak die voor mij lag en waarvan ik toen zelf nog geen weet had. Ook hier, in dit soort dingen, wordt de rode draad pas achteraf zichtbaar.

    Weer een tijdje later werd ik benaderd door een therapeute uit het midden van het land die een cliënte onder behandeling had. Die therapeute belde mij op en ze zei: “Ik heb hier

    iemand die bezeten is, en ik heb gehoord dat jij daar wat aan kan doen”. Ik zei: “Ja, ik

    denk dat ik weet hoe ik dat moet benaderen, dus ik wil daar over nadenken”. Ik werd ook een beetje overvallen door het verzoek want zoiets heb je niet alle dagen bij de hand. Ik was me doordrongen van de gevaren die er aan zouden kleven want de vrouw was suïcidaal, en heel gewelddadig, dus er zou van alles mis kunnen gaan. Ik kon me nog een geval herinneren in Duitsland, waarin de katholieke kerk juridisch vervolgd is doordat een vrouw overleden is tijdens een exorcisme. Maar goed.

    Op een gegeven moment heb je maar één afweging te maken. Dat is, of je loopt voor de dingen weg en je doet niet wat je altijd verkondigt, of je gaat gewoon in kinderlijk vertrouwen de confrontatie aan. Je kunt zo’n vrouw ook niet laten barsten. Dus, ik ben daar

    samen met een goede vriend naar toe gegaan en ik heb een lang gesprek gehad met die vrouw en op een gegeven moment zijn we in gebed gegaan. We waren met een paar mensen en toen openbaarde die geest zich. De vrouw kreeg een vrij zware stem en begon zichzelf de haren uit te trekken, ze rolde over de grond. Dat was een heel wild tafereel wat me een beetje deed denken aan de Bijbelse verhalen van duivel uitdrijven. Ik begon weer met diezelfde woorden: “In naam van Christus, eruit”! Zo zijn we door gegaan. Ik heb nog

    geprobeerd een gesprek aan te gaan met hem door te zeggen: “Ook jij mag je overgeven

    aan Christus”. Maar toen begon hij tegen me te brullen: “Satan is mijn Heer” en toen wist

    ik genoeg. Ik denk die praten we niet in één avond om. Die laat zich niet bekeren. Overdonderd enigszins door wat er gebeurde, maar aan de andere kant begon die kracht in mij op te staan. Niet de kracht van mijzelf, want als mens kun je niks uitrichten tegen het donker. Dus ik begon mij helemaal over te geven aan die kracht en we zijn gewoon doorgegaan. Na een half uur kreeg ik weer contact met de vrouw zelf en die kon mijn woorden krachtig herhalen: “Ik geeft mijn hart aan Christus. In naam van Christus ga weg”. En op dat moment, fuut, weg was hij! Van het ene op het andere moment, een

    vrouw met een lang psychiatrisch verleden, die op dat moment bevrijd was.

     2

    Natuurlijk stond ik niet meteen te juichen, achterdochtige Drent als ik ben. Ik denk het is maar afwachten hoe het morgen is, en hoe het volgende week is. Je moet het maar afwachten. Want ik probeer altijd zo nuchter mogelijk in deze dingen te zijn. Maar zelfs de dag daarop en de week daarop was het nog goed. Ze moest nog wel in therapie, maar de therapie kon in elk geval weer doorgang krijgen en dat was wat die geest eigenlijk voortdurend had geprobeerd te dwarsbomen dat die vrouw haar leven weer op de rails kreeg. Een half jaar later kreeg ik een brief, ze was twaalfeneenhalf jaar getrouwd, en een beter cadeau dan deze bevrijding had ze zich niet kunnen wensen. Dat stemt heel erg dankbaar. Achteraf, was dit de vuurdoop.

    Maar de lessen zijn ook in de tijd die daaraan vooraf ging al in gang gezet door de geestelijke wereld door die dromen en door die verschijningen. Achteraf ga je zien wat nu eigenlijk de bedoeling is. Die leiding vanuit de engelenwereld is eigenlijk onontbeerlijk voor de weg die we hebben te gaan, dat geld voor ons allemaal. Los van die leiding komen we niet op het pad wat voor ons het unieke pad is wat we mogen gaan. Want bedenk het nou zelf. Een belastingambtenaar die boze geesten uitdrijft, ik ben ook nog twee dagen per week ambtenaar, dat bedenk je niet zelf. Dat is een regie, die moet van hogerhand je langzaam op dat spoor brengen. Alleen dan kun je ook vertrouwen op die leiding die je in dat werk krijgt. De kennis over de engelenwereld had ik in grote lijnen gekregen via het boek: “Omgang met Gods geestenwereld”, geschreven door Johannes Greber. Op dat boek ben ik ook dikwijls gewezen vanuit de geestenwereld dat ik dat bij me moest dragen.

    Johannes Greber was in de jaren twintig in aanraking gekomen met een medium en via dat medium kreeg hij het onderricht vanuit de geestelijke wereld. Het kwaad kwam ook aan de orde. Er werd ook uitgelegd hoe het kwaad ontstaan is en hoe er ooit een splitsing is geweest in die geestelijke wereld. Dat Lucifer, die hoge engel, zich op een gegeven moment heeft afgescheiden van het goddelijke en eigenlijk door hoogmoed gevangen, zijn eigen weg is gegaan. In de Bijbel, in Jesaja, zie je al de eerste aanwijzing. Jesaja zegt: “Hoe zijt Gij uit de Hemel gevallen? Gij morgenster, zoon des dageraad. Hoe zijd Gij ter aarde geveld overweldiger der volken? En Gij overlegt nog wel. Ik zal ten hemel opstijgen. Boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomsten, ver in het noorden. Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken. Mij aan de allerhoogste gelijkstellen”. In een notendop samengevat, wat er in de hemel op een gegeven moment aan de hand was en wat geleid heeft tot een scheuring in die geestelijke wereld. Dat verhaal is aan Johannes Greber duidelijk medegedeeld en hij was aanvankelijk ook niet overtuigd. Hij was ook nog rooms-katholiek priester en als je dan door één van je parochianen uitgenodigd wordt om deel te nemen aan een spiritistische bijeenkomst, dan denk je wel drie keer na, want een zwarte rok in die kringen dat past niet. Die parochiaan wist hem op een gegeven moment te overtuigen, want je bent als geestelijke toch op zijn minst verplicht om te onderzoeken wat hier, bij ons, aan de hand is. Als wij met elkaar in gebed gaan, dan is er een jongeman van zestien jaar en die valt tijdens dat gebed eventjes voorover en richt zich weer op en er zit een heel andere persoonlijkheid in hem, die zegt in naam van Christus te komen en die ons onderricht geeft, wat zo diepgaand is, wat zo de theologische vraagstukken overstijgt, dat we diep onder de indruk zijn, maar dat we ook eventjes willen weten wat de gevestigde orde, de kerk, daarvan vindt? Greber zag dat dus eerst helemaal niet zitten. Op een gegeven moment had hij zoiets van, ja hij heeft eigenlijk ook wel gelijk, dus ik ga maar. Om zich voor te bereiden, zoals een goede priester betaamd, heeft hij een aantal zware theologische vragen op papier gezet, waar niemand iets van wist en heeft dat in zijn binnenzak gestoken en hij ging in goede moed naar de bijeenkomst. Om klokslag acht uur viel die jongen weer in trance en richtte zich meteen tot Greber en begon hem allerlei dingen te vertellen. Maar hij begon hem ook vragen te stellen waar Greber geen antwoord op wist. Op een gegeven moment zei hij: “Haal nou dat papiertje maar uit je zak met die

     3

    moeilijke vragen van je, dan zal ik die ook gaan beantwoorden. Toen was Greber eigenlijk, min of meer, overtuigd van hier is iets groots aan de hand en zo is dat onderricht begonnen. Het heeft er uiteindelijk ook toe geleid dat, het ligt hier ook, het Nieuwe Testament door Greber opnieuw is vertaald onder leiding van die engelenwereld, waarbij hij teruggegaan is naar de oud Griekse teksten voor zover dat mogelijk was. Greber is later naar de Verenigde Staten geëmigreerd.

    Dus de val van de engelen als de oorzaak van het kwaad. Uiteindelijk greep God dus in en werden de engelen in de duisternis geworpen zoals dat omschreven staat. Michaël komt in dat verhaal heel centraal naar voren als de engel en grote ordebewaarder in de geestelijke wereld van God. Het is opmerkelijk dat juist die energie van Michaël in onze tijd weer zo sterk de schepping aan het doortrekken is. Die kracht van Michaël laat zich o.a. zien doordat die verborgen patronen aan het licht brengt, maar ook dat het kwaad ontmaskerd mag gaan worden. Eindelijk. Het is lange tijd schuil gegaan onder allerlei maskers en nu, en ik probeer op mijn bescheiden manier daar een bijdrage aan te leveren, door dat kwaad echt te benoemen, onder ogen te zien, zullen we ook in staat zijn om het te ontgroeien, te overwinnen in onszelf. Het kwaad wordt ontmaskerd. Soms komt de werking van dat kwaad heel vierkant naar voren.

    Ik kan me nog een verhaal herinneren dat zich ooit eens in Hoogeveen heeft afgespeeld. Via bekenden van die jongen heb ik dat gehoord. Die jongen, psychisch helemaal gezond, is gaan glaasje draaien en vanaf dat moment raakt hij helemaal onthecht. Hij hoort stemmen en uiteindelijk komt hij in een inrichting terecht en pleegt zelfmoord. Het meest negatieve scenario wat je je kunt bedenken, maar wat nog steeds voorkomt.

    Ik had pas nog een jongen in de praktijk, zijn moeder was een paar jaar geleden overleden, hij miste haar zo dat hij door middel van bandstemmen maar geprobeerd heeft om contact te leggen. Hij zit nu in een inrichting onder de medicijnen. Het is als een zombie om het zo maar plat te zeggen, en we zullen weer stap voor stap moeten proberen bij zijn gevoel te komen. Tijdens een gebed, dat ik hard op bad, samen met hem, kwamen de eerste tranen weer en kwam er voor het eerst sinds jaren weer een stukje van dat gevoel terug. Dit laat zien hoe serieus we aan de ene kant die duisternis moeten nemen en dat we de jongeren ook hiervoor moeten waarschuwen. Als er tien aan het glaasje draaien gaan, gaat het bij negen goed, niks aan de hand. Ze lachen er om van, o, het was wel boeiend. Maar bij die ene, die gevoelige schakel die zich binnen die kring bevindt, daarbij kan het helemaal mis gaan. Waar moet zo iemand naar toe? Dat is het probleem in onze maatschappij. Je kunt twee kanten op. Naar de kerk of naar de psychiater. Die psychiater smijt met medicijnen, over het algemeen, is mijn ervaring en ook van mensen die bij mij komen. Ik merk ook hoe zeer dat een hindernis is als je die mensen weer bij hun eigen kracht probeert te brengen. Medicijnen ondermijnen dat immers. In het ergste geval worden de mensen plat gespoten. Dat was ook met die jonge vrouw het geval waar ik bijgeroepen werd. Op een gegeven moment konden ze niks anders doen dan plat spuiten en in de isoleercel.

    De kerk laat het ook behoorlijk afweten. Die verwijzen de mensen door naar de psychiater. Ik ben gesprekken aangegaan met predikanten en ik heb ze op de man of vrouw afgevraagd wat doe je ermee als er iemand bij je komt die zegt satanische stemmen te horen?

    Antwoord: “Ja naar de psychiater, wat moet ik er anders mee”. Preek je op de kansel wel

    eens over Jezus die boze geesten uitdrijft“? “Ja, ja”. En dan merk je dat de strijd oplaait in

    zo’n predikant. Dat het eigenlijk niet helemaal in overeenstemming is te brengen met zijn geweten en met zijn gevoel. Ik heb daar met een jonge predikant een heel goed gesprek over gehad en die wilde er ook van alles van weten. Aan het eind van dat gesprek zei hij: “Ik ben aan de ene kant heel erg blij met ons gesprek en aan de andere kant helemaal niet

     4

    want ik wordt nu gedwongen om toch met andere “gelovige” ogen naar zulke mensen te kijken”. Dus ik wordt ook gedwongen om zelf actie te ondernemen in plaats van maar af te

    schuiven op de psychiatrie. De dominees zijn allemaal universitair geschoold en die hebben ook het vak psychiatrie gehad en dan zie je al gauw dat die geloofskracht plaats maakt voor een mentaal begrip voor kennis die alleen in het hoofd zit en voor de rest nergens anders. Terwijl juist die kracht vanuit het hart, die kinderlijk geloofskracht, die is juist zo hard nodig op dit terrein. Beiden, zowel de kerk als de psychiatrie, hebben onvoldoende kennis op dit gebied. Die kennis is verloren gegaan.

    Dat is mede, in het geval van de kerk, gebeurd doordat het contact met de engelenwereld stelselmatig langzaam is gedoofd, door de concilies die we hebben gehad, door de dogma’s

    die we zelf hebben bedacht. De engelen komen niet meer voor in de kerk, en dat, nou praat ik een beetje algemeen, ik roep mezelf meteen even tot de orde, ik wil niet bagatelliseren, maar toch in grote lijnen, als je de concilies bekijkt wat er in gezegd wordt en hoe weinig concreet ze met dit soort gevallen omgaan, dan kan het niet anders dan het te constateren.

    Het is als een riviertje. Die begint bij de bron nog kraakhelder. Een verkwikkende kracht zit er in dat water en hoe meer je stroomafwaarts komt, hoe meer de mensen hun riolen daar op laten uitlopen, hoe troebeler het water wordt en hoe groter de tegenzin waarmee de mensen het water nog drinken wat de kerk aanbiedt. Die engelen zijn eigenlijk de waterdragers, zo is het ook tegen Greber gezegd, die putten het rechtstreeks uit de bron en die brengen het tot ons. Dat is heel wat anders, daar zit geen riool tussen.