DOC

Opzet Visiestuk

By Glenn Gordon,2014-06-23 08:42
7 views 0
Opzet Visiestuk

    Werkdocument voor studie en bezinning

    Op elkaar aangelegd

    Integratie en de rol van religie; een visie vanuit kerken

     Projectgroep Integratie van de Raad van Kerken in Nederland

     en de Vereniging van migrantenkerken Samen Kerk in Nederland (SKIN)

    februari 2006

Gerrit Achterberg: “legt aan op God” (gedicht „Angriff‟ in de bundel Thebe)

Van Dale:

    op iets aanleggen: iets beogen;

    aanleggen: richten, inrichten overeenkomstig een bepaald doel, africhten, trainen, zich richten naar; het met iemand aanleggen: zich met iemand inlaten, met iemand samenspannen, ruzie maken, liefdesbetrekkingen aanknopen

    Het rapport dat u in handen hebt, is een van de publicaties van de projectgroep Integratie, die in 2004 door de Raad van Kerken in Nederland en de Vereniging van migrantenkerken SKIN (Samen Kerk in Nederland) werd ingesteld. Naast dit uitvoerig rapport, dat bedoeld is als een werkdocument voor studie en bezinning, is ook de brochure Wij horen bij elkaar. Kerken, geloof en integratie gepubliceerd

    in de reeks Oecumenische Bezinning. De brochure is bedoeld voor lokale raden van kerken, gemeenten en parochies, en voorgangers van autochtone kerken en migrantenkerken. De brochure biedt een samenvatting van het rapport en veel praktische handreikingen om met 'integratie' aan de slag te gaan.

    Bestellen: Raad van Kerken in Nederland, tel. 033 4633844, e-mail rvk@raadvankerken.nl. Prijs ? 4,50 (excl. portokosten).

    Het project werd financieel mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de Stichting Kerk en Wereld, skanfonds, Stichting Vrienden van Oikos en het ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

    Auteurs: C.T. Hogenhuis met medewerking van M.M. Broersen (Stichting Oikos)

De projectgroep is als volgt samengesteld:

Ineke Bakker Raad van Kerken, algemeen secretaris

    June Beckx SKIN, coördinator

    Maarten Davelaar Verwey Jonker Instituut

    Christiaan Hogenhuis,secretaris Stichting Oikos

    Gerrit de Kruijf, voorzitter Universiteit Leiden

    Michel Peters Commissie Justitia et Pax

    Geesje. Werkman Kerkinactie

    Paul The SKIN, voorzitter interne zaken

    Stanislaw Kruszynski Cura Migratorum

Amersfoort 2006

Inhoud

A. Inleiding en situering

1. Inleiding p. 5

    2. Situering p. 5

    B. Integratie: begripsbepaling, stand van zaken en interpretatie

    3. Integratie: een voorlopige interpretatie p. 9 4. De Nederlandse samenleving en integratie: feiten en interpretatie p. 17

    5. Waardoor is de spanning zo ver opgelopen? p. 22

    C. Religies, sociale cohesie en diversiteit in de samenleving

    6. Invloed en functies van religie(s) p. 29 7. Religies en sociale cohesie p. 31

    8. Christendom en diversiteit p. 34

    9. Vergelijking van de waardering van diversiteit in het christendom en andere religies p. 38

    10. Religies en besluitvorming in een pluriforme samenleving: waardering voor democratie p. 42

D. Conclusies en aanbevelingen

11. Conclusies p. 49

    12. Vergelijking met Op elkaar aangewezen p. 51

    13. Aanbevelingen p. 52

Samenvatting p. 55

Bijlagen

    Bijlage 1: Kerken en integratie tot nu toe p. 61 Bijlage 2: Interviews en ontvangen reacties p. 63 Bijlage 3: Elementen van een deltaplan voor een 'decent society' p. 67

    Gebruikte literatuur p. 68

    Werkdocument voor studie en bezinning

    A. Inleiding en situering

1. Inleiding

    Na een periode van relatieve én deels schijnbare consensus over de waarde van de multiculturele samenleving wordt sinds een aantal jaren in Nederland een debat over multiculturaliteit en integratie gevoerd van een geleidelijk toegenomen scherpte. Diverse gebeurtenissen van ongelijk gewicht hebben daaraan bijgedragen, van het optreden in Nederland van imam El Moumni, via aanslagen in de Verenigde Staten en Madrid, tot de moord op Theo van Gogh in november 2004.

    Tegen de achtergrond van het geleidelijk aanzwellen van het debat over integratie ontstond in de loop van 2003 bij de Raad van Kerken in Nederland, de Vereniging van migrantenkerken SKIN en Cura Migratorum de wens een gezamenlijke visie op integratie te ontwikkelen waarin speciaal aandacht gegeven zou worden aan de rol van religie. Niet alleen om reacties van kerken en christenen op gebeurtenissen en ontwikkelingen op dit terrein een steviger en actuele basis te geven, maar ook vanuit de overtuiging dat een gezamenlijke visie van gevestigde kerken en migrantenkerken op zichzelf een bijdrage kan zijn aan integratie als tweezijdig proces van erkenning en ruimte geven.

    Uit deze wens kwam het projectvoorstel 'Integratie en de rol van religie in Nederland' voort. Dit voorstel vraagt om "de ontwikkeling van een oecumenische visie op integratie die op de actuele maatschappelijke situatie is toegesneden, mede op basis van een analyse van best practices, en leidend tot praktische aanbevelingen en handelingsperspectieven voor lokale raden van kerken, gemeenten en parochies, landelijke kerken en mogelijk ook voor de overheid en de bredere samenleving". In het projectvoorstel wordt de aandacht geconcentreerd op de rol van religie in het integratieproces. Als reden wordt opgegeven dat hierover steeds discussie opkomt, zonder dat daarover helderheid ontstaat.

    Daartoe werd door de Raad van Kerken en SKIN in 2004 de Projectgroep Integratie ingesteld. Uitvoering van het project werd uitbesteed aan de Stichting Oikos, die tevens het secretariaat van de projectgroep verzorgde.

2. Situering

De multiculturele samenleving: van verrijking en ideaal naar illusie en drama

    Sinds zijn ontstaan als moderne staat heeft Nederland te maken met immigratie en culturele, religieuze en etnische diversiteit. Hugenoten, Vlaamse lutheranen, Duitse joden, Ghanezen, Molukkers en Nederlands-Indiërs, Chinezen, Surinamers, Antillianen, Marokkanen en Turken, Koerden, Irakezen, Bosniërs en nog vele andere groepen hebben door de geschiedenis heen in Nederland een toevlucht gezocht en vaak gevonden ('t Hart 1996). Sommigen wisten vrijwel onopgemerkt op te gaan in de Nederlandse samenleving, anderen hadden verscheidene generaties nodig om dat te bereiken en weer anderen hebben zich als herkenbare groep met een eigen identiteit in Nederland gehandhaafd. Soms werd de diversiteit georganiseerd in de zogenaamde zuilen, aan de hand waarvan met name katholieken, calvinisten en socialistische arbeiders hun emancipatie vorm gaven. Op andere momenten werden de grenzen tussen deze groepen weer doorbroken. Zelden leidde de diversiteit tot grote problemen, al zijn er ook zeker voorbeelden van conflicten te geven. Nederland en de Nederlanders danken aan dit weinig conflictueuze samengaan van diverse culturen, religies en etniciteiten hun faam een nuchter en tolerant land en volk te zijn.

    Dit Nederlandse (zelf)beeld is recent geschokt. De moord op Theo van Gogh (2 november 2004) en de reacties daarop in de vorm van felle debatten, bedreigingen en brandstichting in kerken en moskeeën hebben daaraan de laatste slag toegebracht. Maar al eerder wankelde het beeld onder druk van het optreden van imam El Moumni, de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, de reacties daarop, vervolgens de plotselinge populariteit van Pim Fortuyn met zijn ferme uitspraken over immigratie en de islam, de moord op Fortuyn (6 mei 2002), de moord in het Terra College in Den Haag (13 januari 2004), de terroristische aanslag in Madrid (11 maart 2004) en het voortdurende

     5

    Werkdocument voor studie en bezinning

    polemiserende optreden van mensen als Ayaan Hirsi Ali en diverse anderen. In feite is reeds direct aan stehet begin van de 21 eeuw de bijl aan de wortel van het Nederlandse tolerantiebeeld gelegd door de artikelen van Paul Scheffer (Het multiculturele drama, NRC 29 januari 2000) en Paul Schnabel (De multiculturele illusie, februari 2000). Overigens was reeds in de jaren '90 van de vorige eeuw door prominenten kritiek geuit op het idee van de multiculturele samenleving, met name door VVD-leider Frits Bolkestein (1991).

    Werd vóór 2000 de komst van 'buitenlanders' door een meerderheid van de bevolking nog als verrijking gezien - economisch (de gastarbeider) of cultureel (de etnische keuken e.d.) - zodat Scheffer en Bolkestein konden rekenen op een hausse aan kritiek, na 2001 werd het meer en meer gezien als een drama of zelfs als een schrikbeeld (de angst voor terrorisme). Vrijwel alle aandacht ging daarbij uit naar 'de' moslims, 'de' Turken en 'de Marokkaanse kutjongeren'. Zo nu en dan vestigden ook de Antilliaanse bolletjesslikkers de aandacht op zich.

Nuancering en polarisatie

    Gelukkig bleef deze eenzijdigheid niet onweersproken. De hoorzittingen en het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid - kortweg naar de voorzitter de Commissie Blok genoemd en in december 2002 ingesteld op aandringen van SP-fractievoorzitter Marijnissen - en de vele artikelen die daaromheen zijn verschenen hebben het dramatische beeld van de multiculturele samenleving tegen de verwachtingen in enigszins genuanceerd. Ondertussen is ook door andere onderzoeken het beeld van 'de islam' gedifferentieerd, bijvoorbeeld in het onderzoek Moslim in

    Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Phalet & Ter Wal 2004). Migrantengroepen hebben zich ook zelf meer georganiseerd en geroerd.

    De winst van de genoemde gebeurtenissen sinds 2000 is dus dat er over immigratie en etnische, religieuze en culturele diversiteit nu eindelijk in brede kring serieus gesproken wordt, nadat het jarenlang grotendeels beperkt bleef tot het café, de borreltafel, of de binnenkamers van universiteiten, bestuurders en raden zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het debat wordt echter tot nu toe voor een belangrijk deel in sterk polariserende termen gevoerd, niet in het minst vanwege maar soms ook in verzet tegen een aanzienlijk aangescherpt immigratie- en inburgeringsbeleid van de overheid.

    Dit openlijke debat kán er echter ook toe leiden dat de veelgeroemde Nederlandse tolerantie zich positief ontwikkelt van onverschilligheid - want dat was het vaak - tot ontmoeting en respectvolle confrontatie. Maar dat gaat niet vanzelf. Daarvoor zijn nuchtere, evenwichtige en begripvolle bijdragen aan het debat noodzakelijk.

    Die bijdragen zijn er ook. Met name vanuit de onderzoekswereld wordt op basis van veel cijfers en nuchtere analyses een evenwichtig beeld van de stand van integratie en de positie van migranten gegeven. Ook hebben vrijwel alle politieke partijen in reactie op het rapport van de Commissie Blok nota's over integratie uitgebracht die - met alle onderlinge verschillen - over het algemeen een 1redelijke benadering laten zien.

Religie: splijtzwam of spil

    Religie kreeg in het debat tot voor kort over het algemeen weinig diepgaande aandacht, op een enkele uitzondering na, zoals in een aantal redes van de Amsterdamse burgemeester Cohen. In de recente partijdocumenten over integratie wordt religie wel regelmatig genoemd als een belangrijk en onderbelicht aspect van integratie. Dit vormde in de parlementaire behandeling van de rapport van de Commissie-Blok het belangrijkste strijdpunt tussen CDA, ChristenUnie, SGP, PvdA en GroenLinks -

     1 CDA: Investeren in integratie. Reflecties rondom diversiteit en gemeenschappelijkheid, Wetenschappelijk Instituut voor het

    CDA, Den Haag 2003; Nederland Integratieland. Echte integratie begint bij actief burgerschap, CDA, Den Haag 2004;

    PvdA: Integratie en immigratie: Aan het werk! Standpunten voor het partijdebat in de vorm van 35 stellingen, Amsterdam

    2004; ChristenUnie: Kiezen voor Nederland. Notitie Integratiebeleid, Fractie ChristenUnie Tweede Kamer, Den Haag 2004;

    VVD: Beleidsnotitie Integratie van niet-westerse migranten in Nederland, VVD Tweede Kamerfractie 2004; GroenLinks:

    Het hoofd koel, het hart warm. Integratie door emancipatie, 2004.

     6

    Werkdocument voor studie en bezinning

    die religie een over het algemeen positieve (potentiële) functie toekennen - en VVD, D66, SP en LPF, die haar als risicofactor zien. In rapporten van de partijen wordt dit echter weinig uitgewerkt. Het CDA noemt religie een bindmiddel en middel tot integratie en identiteitsvorming in het teken van „verscheidenheid‟ binnen de „eenheid‟ van de rechtsstaat, maar confronteert dit niet met het gevaar dat religie ook kan leiden tot het versterken van tegenstellingen tussen gemeenschappen (CDA 2004). Zelfs in het rapport Investeren in integratie van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA (2003)

    komt religie slechts aan de orde in de vorm van een - zij het uitgebreide - beschouwing over godsdienstvrijheid en over de steun vanuit de islam voor tolerantie en de principes van de rechtsstaat. De ChristenUnie (2004) beperkt zich tot een korte beschouwing over de vrijheid van religie en levensbeschouwing, de grenzen daaraan en de mogelijke spanning tussen de islam en de volgens de partij op het christendom gebaseerde rechtsorde. Uitvoeriger over de rol van religie is opvallend genoeg de PvdA (2004), die wijst op het floreren van gemeenschappen van migrantenchristenen, maar ook op religieus gelegitimeerde rekrutering voor terrorisme, op het gelijke recht van godsdienstvrijheid voor alle religies, maar ook op de scheiding van kerk en overheid en de spanning die er soms is tussen religie en emancipatie van vrouwen. GroenLinks (2004) noemt - even opvallend - religie slechts in het voorbijgaan als factor achter concrete kwesties als eerwraak, gedwongen huwelijken, bijzonder onderwijs, gebrek aan emancipatie en wordt slechts iets concreter over de rol van religie als het gaat om inburgering van imams. De VVD (2004) noemt religie slechts als een gevaar voor de zelfbeschikking van mensen. Vaak komt religie alleen indirect aan de orde in de vorm van religieus geïnspireerde waarden en onder de vlag van cultuur. Bovendien is de aandacht eenzijdig gericht op de islam, terwijl vergelijkbare vraagstukken (kunnen) spelen bij de grote groep van christelijke migranten en bij andere religies. De vraag is bovendien welke rol het autochtone christendom speelt.

    Geleidelijk spitst het debat zich nu echter toe op de rol van religie, met name de islam. De moord op Theo van Gogh heeft daaraan sterk bijgedragen, leidend tot reacties die uiteenliepen van „houd religie

    erbuiten‟ tot „in religie ligt de sleutel‟. Thema's als het dragen van een hoofddoek, vrouwenbesnijdenis, homoseksualiteit, de sharia, de verhouding tussen de islam en de staat, en de relatie tussen fundamentalisme, radicalisering en terrorisme staan daarbij centraal. Van de ene kant wordt de absolute waarheid van de eigen religie geclaimd en wordt vastgehouden aan de heilige plicht de religieuze regels naar de letter dan wel de eigen interpretatie na te leven. Van de andere kant wordt religie, en de islam in het bijzonder, achterlijkheid verweten of wordt gewezen op de verwikkeling ervan in culturele patronen die niet aansluiten bij de moderne en verstedelijkte samenlevingen in het westen. Vaak getuigen de reacties van niet-religieuze mensen op uitspraken en handelingen van religieuze mensen van een diep onbegrip van waar het bij religie om gaat, het gevolg van een vergaande en wijdverbreide secularisatie.

    Veel duidelijkheid over de rol van religie heeft dat al met al echter nog niet opgeleverd. Wel is door deze gebeurtenis, door de nationale en internationale reacties erop en door de vergelijking met min of meer overeenkomstige gebeurtenissen elders (denk aan de aanslagen in Madrid op 11 maart 2004) duidelijk geworden dat spanningen en extremisme zich bepaald niet alleen hier voordoen én dat de reacties erop van land tot land sterk uiteenlopen.

Kerken en integratie: debat en praktijk

    Kerken hebben zich de laatste jaren - het moet worden toegegeven - in dit debat naar buiten toe weinig geroerd. Weliswaar lieten de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) na de moord op Theo van Gogh verklaringen uitgaan, maar deze kregen hoofdzakelijk verspreiding in 2kerkelijke kring. Datzelfde geldt voor een synodaal rapport van de PKN over integratie, een werkmap op basis daarvan en enkele pauselijke verklaringen en zelfs de recente Verklaring voor de Samenleving

    van het Contactorgaan Moslims en Overheid, de Contactgroep Islam en Overheid en het moderamen 3van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. . Daarnaast organiseerde de Raad

     2 Open brief aan de Nederlandse samenleving, Rooms-katholieke bisschoppenconferentie, 11 maart 2004; Kanselboodschap

    aan alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland, 21 november 2004 3 Beeld en gelijkenis. Elementen van een visie van de Protestantse Kerk in Nederland op multicultureel samenleven, Utrecht ste2004; Projectmap Multiculturele samenleving, Utrecht 2005; 'Migratie met het oog op vrede', Boodschap voor de 90

     7

    Werkdocument voor studie en bezinning

    van Kerken in november 2004 een tijdelijke hulptelefoon voor mensen die behoefte hadden aan gesprek naar aanleiding van de schokkende gebeurtenissen. Deze bescheiden presentie neemt niet weg dat de kerken en de Raad van Kerken zich al vanaf de jaren '70 met het vraagstuk van de pluriforme samenleving hebben bezig gehouden, en zich vervolgens in de vorm van nota's en praktische activiteiten intensief hebben ingezet op het terrein van migratie, vluchtelingen en asielbeleid en de multiculturele samenleving (zie bijlage 1).

    Nu, ruim twintig jaar later, vragen de recente ontwikkelingen erom dat de bestaande visie en de actuele situatie en praktijk opnieuw aan elkaar getoetst worden. Daarmee kunnen de kerken hun visie op integratie en de multiculturele samenleving scherpen en actualiseren en gerichter reageren op actuele ontwikkelingen in het beleid en de samenleving als geheel. Bovendien zou, zoals aangegeven, een gezamenlijke visie van gevestigde kerken en migrantenkerken op zichzelf een bijdrage zijn aan integratie als tweezijdig proces van erkenning en ruimte geven.

    In deze nota wordt niet in zijn algemeenheid naar de rol van religie in integratieprocessen gekeken. Dat is eerder een zaak van academisch onderzoek. Ook is het niet de bedoeling om simpelweg in beeld te brengen wat de kerken op het terrein van de verhouding tot migranten doen. Waar het de Raad van Kerken en SKIN om gaat is te bepalen welke rollen kerk en religie spelen én kunnen spelen ten aanzien van de spanningen die zich voordoen in het actuele proces van en debat over integratie, met

    name in Nederland. Daarvoor moet goed in beeld zijn waardoor de spanning in Nederland zover is

    opgelopen? Kortom: een (voorlopig) antwoord op de vraag waardoor de spanning in Nederland zover is opgelopen richt de blik waarmee naar kerkelijke rollen en praktijken wordt gezocht en gekeken.

Daarbij wordt de volgende indeling gehanteerd:

    ; Eerst komt het begrip integratie aan de orde in relatie tot sociale cohesie, participatie en omgaan

    met verschillen. Op basis daarvan volgt een voorlopige interpretatie van dit begrip (hoofdstuk 3). ; Vervolgens wordt een beeld gegeven van de stand van integratie in Nederland. Daarbij komt ook

    de vraag aan de orde of en zo ja in welk opzicht de integratie en het integratiebeleid zijn mislukt.

    De conclusie luidt dat het gebrek aan integratie vooral tot uiting komt in toenemende spanning

    tussen bevolkingsgroepen in de samenleving (hoofdstuk 4).

    ; Vervolgens rijst de vraag waardoor de spanning in Nederland zover is opgelopen. Het zal blijken

    dat religie daarin een belangrijke rol speelt (hoofdstuk 5).

    ; Daarna komen de functies van kerken en religies in Nederland aan de orde en welke mogelijke

    rollen deze kunnen spelen om de spanning te verminderen en - daarmee - het integratieproces te

    bevorderen (hoofdstuk 6). Religies geven oriëntatie, verbinding en identiteit en dragen daardoor

    bij aan sociale cohesie. Maar dat kan zich zowel binnen de eigen groep afspelen als over de

    grenzen van de eigen groep heen gaan. Of dit laatste zich voordoet hangt met name af van de

    vraag hoe religies zich verhouden tot religieuze en culturele diversiteit (hoofdstuk 7). Vervolgens

    wordt beschreven hoe kerken zich hiertoe verhouden en hebben verhouden (hoofdstuk 8) en volgt

    een vergelijking met andere religies, met name de islam (hoofdstuk 9). Uiteindelijk blijkt de

    verhouding tot het fenomeen democratie van doorslaggevend belang (hoofdstuk 10). ; Tot slot volgen conclusies (hoofdstuk 11), een vergelijking met een eerder rapport van de Raad

    van Kerken (hoofdstuk 12) en enkele aanbevelingen (hoofdstuk 13).

    B. Integratie: begripsbepaling, stand van zaken en interpretatie

Werelddag voor Migranten en Vluchtelingen (2004), Vaticaan 2003 / rkkerk.nl 2004; Message of the Holy Father John Paul

    II for the World Day of Migrants and Refugees 2005, Vatican 2004; Verklaring voor de Samenleving door het Contactorgaan

    Moslims en Overheid, de Contactgroep Islam en Overheid en het moderamen van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland, 2005.

     8

    Werkdocument voor studie en bezinning

    3. Integratie: een begripsbepaling

    Zoals dat met zo veel begrippen gaat, bestaan er van integratie talloze definities en omschrijvingen. Een goed beeld van die diversiteit geeft het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid, kortweg de Commissie Blok (Blok e.a. 2004). Gesproken wordt van het realiseren van volwaardig burgerschap; volwaardig deelnemen, de bereidheid daartoe en de inzet daarvoor; een geaccepteerd onderdeel van de samenleving worden; vergroten van de mate van verwevenheid en interactie tussen bevolkingsgroepen (ter onderscheiding van lotsverbetering van één groep of emancipatie). Soms valt het bijna samen met het realiseren van gelijkheid of non-discriminatie, soms wordt het beperkt tot voldoende taalbeheersing en redelijk kunnen functioneren in de samenleving. Voor de duidelijkheid moet ook aangeven worden dat het begrip integratie soms een proces aanduidt (het integreren) en soms een stand van zaken (het geïntegreerd zijn en eventueel de mate waarin dat het geval is).

    “Hij spreekt bijna geen Nederlands maar kan zich goed staande houden in Nederland

    doordat hij zijn buitenwereld zo heeft vorm gegeven dat dit geen probleem is. Hij

    werkt voor een Turkse werkgever, heeft Turkse collega?s, woont in een `Turkse buurt`

    etc. Dat hij bijvoorbeeld niet alleen naar een Nederlandse dokter kan, betekent niet dat

    hij niet goed geïntegreerd is.”

    citaat uit interview

Verschillende dimensies

    Over het algemeen worden verschillende dimensies van integratie onderscheiden: ruimtelijke, sociaal-

    economische, politiek-juridische en sociaal-culturele integratie. Opgevat als stand van zaken gaat het

    bij de eerste om de vraag in hoeverre verschillende bevolkingsgroepen in dezelfde wijken en door elkaar heen wonen en daartoe de mogelijkheid hebben. Bij de tweede dimensie gaat het om de maatschappelijke en economische positie van mensen in de samenleving, in termen van onderwijs,

    arbeidsmarkt, inkomen, huisvesting e.d. en de toegang daartoe. De derde dimensie betreft de vraag in hoeverre mensen toegang hebben tot het politieke bestel en het rechtssysteem en daarin hun weg weten te vinden. En bij de vierde dimensie gaat het om de vraag in hoeverre er afstand is tussen

    groepen of categorieën in de samenleving op het punt van sociale relaties, culturele opvattingen, oriëntatie op de samenleving, taal en beeldvorming (waaronder het zich al dan niet als lid van een specifieke groep beschouwen) en eventueel om de mate van weerstand tussen bevolkingsgroepen die 4hiermee gepaard gaat.

    “Goed geïntegreerd zijn betekent: je op je gemak voelen in het land waar je nu woont.

    Je participeert volop en maakt gebruik van de mogelijkheden die je worden geboden

    in het land. Je bent betrokken bij het land. Het werkt natuurlijk wel van twee kanten.

    De mogelijkheden moeten wel gecreëerd worden. Autochtonen moeten je accepteren

    zoals je bent. Iemand komt ook beter tot zijn recht en zal dus ook beter integreren als

    hij/zij volledig geaccepteerd is.”

    citaat uit interview

Tweezijdig proces

    Uiteindelijk komt de Commissie Blok tot de volgende, wat technische omschrijving van integratie (als stand van zaken): “Een persoon of groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving als er sprake is van een gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaal-economisch terrein, kennis

     4 Zie Van Tubergen 2005. Soms worden de dimensies ook wel aangeduid als economische, structurele en culturele integratie en soms als sociaal-structurele versus sociaal-culturele integratie. Zie WRR 2001, 31; CBS 2005, 74; SCP 2003, 8-9.

    Terwijl het begrip afstand nog suggereert dat integratie pas voltooid is als er geen (groepsgewijze) culturele verschillen meer zijn, laat het begrip weerstand de mogelijkheid van verschillen open, zolang deze maar geen onhanteerbare weerstanden opleveren. Het eerste is in feite onrealistisch. In elke samenleving komen subculturen voor en zeker in de moderne westerse samenleving is ook los van immigratie culturele pluriformiteit een onmiskenbaar en onophefbaar feit.

     9

    Werkdocument voor studie en bezinning

    van de Nederlandse taal en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd.” Kennis van de taal en respect voor waarden en normen worden door de Commissie Blok nader omschreven: “Kennis van de taal dient van dien aard te zijn dat participatie in de samenleving mogelijk is. De waarden en normen zoals die in de wet verankerd zijn worden door iedereen in acht genomen. In het publieke domein dient de wet zonder meer te worden gerespecteerd. In het private domein is er ruimte voor differentiatie en eigen interpretatie, zolang dat niet in strijd is met de wet. Naast de waarden en normen die in de wet zijn verankerd, zijn er ook ongeschreven regels die het functioneren in de samenleving makkelijker maken en daarom van belang zijn voor 5nieuwkomers om zich op te oriënteren”.

Wat opvalt is aan deze omschrijving is dat er wordt gesproken van een gelijke juridische positie en een

    gelijkwaardige sociaal-economische participatie. Het eerste is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor (het recht op) gelijkwaardig burgerschap. Het tweede is een belangrijk onderdeel van gelijkwaardig burgerschap, maar laat ruimte voor sociale en economische verschillen, niet alleen tussen individuen, maar ook tussen (etnische) groepen. Datzelfde geldt ook voor het respect voor gangbare waarden e.d. Daar komen we nog op terug. Wat verder opvalt in de definitie van de Commissie Blok is dat niet wordt gesproken over sociale integratie (sociale netwerken, sociale cohesie, solidariteit, maatschappelijke verantwoordelijkheid) en dat ze op de culturele component weinig precies en meetbaar is: hoeveel kennis van de taal is nodig? En nog afgezien van de vraag wat de gangbare waarden, normen en gedragspatronen zijn, wat is „respecteren‟? Zich erbij neerleggen dat anderen dergelijke waarden hanteren? Deze waarden erkennen als positieve bijdrage aan de eigen cultuur? Deze waarden overnemen, in contact met autochtonen of ook in contact met mensen uit de eigen migrantengroep? Tot slot kan men zich afvragen of er niet ook in het publieke domein ruimte is

    voor differentiatie en eigen interpretatie, zolang dat niet in strijd is met de wet of het goede functioneren van de samenleving.

    Terwijl de Commissie Blok op sociaal-economisch en politiek-juridisch terrein kennelijk uitgaat van gelijkwaardigheid, lijkt zij zich op sociaal-cultureel terrein eerder te richten op eenzijdige aanpassing van individuen en groepen aan de gangbare waarden, normen en gewoontes, behalve wellicht in het privé-domein. Toch stelt de Commissie over integratie als proces expliciet: “Integratie is een

    tweezijdig proces: enerzijds wordt van nieuwkomers verwacht dat zij bereid zijn te integreren, anderzijds moet de Nederlandse samenleving die integratie mogelijk maken.”

Recht op én verplichting tot burgerschap

    Veel politieke partijen vatten integratie op in termen van een verplichting van individuen tot burgerschap. Hierin komen integratie als proces en als stand van zaken in feite samen. De individuele inspanning van het integreren is een teken van burgerschap en tegelijk is burgerschap een voorwaarde voor geïntegreerd zijn. Het CDA, de PvdA en de VVD spreken van actief burgerschap. Dit omvat

    inzet voor een leefbare woonomgeving, het voorzien in eigen levensonderhoud middels betaalde arbeid, het verwerven van voldoende kennis en capaciteiten daarvoor, het versterken van sociale contacten buiten de eigen kring, identificatie met de kernwaarden van de democratische rechtsstaat en politieke participatie. De overheid dient daarbij ter ondersteuning samen met maatschappelijke partners te zorgen voor een gedifferentieerd woningaanbod, bijvoorkeur gemengd onderwijs en “actief arbeidsmarktbeleid”. De PvdA verbindt actief burgerschap met het bevorderen van emancipatie en zelfredzaamheid en wijst daarbij op de eigen verantwoordelijkheid van de migrant en op een stimulerende maar ook verplichtende rol voor de overheid. Die verplichting wordt door de VVD sterk benadrukt. Het CDA betrekt actief burgerschap weliswaar op alle Nederlanders, maar in de uitwerking is het duidelijk dat dit vooral aan de migranten is geadresseerd. In vergelijking daarmee richt GroenLinks zich meer op integratie van individuen én groepen en op het scheppen van gelijke kansen door de overheid. Toch ligt ook hier het zwaartepunt bij de eigen verantwoordelijkheid van migranten. GroenLinks vat integratie op in termen van vooral sociaal-economische emancipatie en gelijke rechten.

    Deze emancipatie is gericht op participatie, zelfbeschikking en maatschappelijke verantwoordelijkheid en raakt daarmee onder andere noemer weer aan het begrip burgerschap. Er wordt ruimte geboden aan

     5 Zie Blok 2004, 106

     10

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com