DOC

n_tcm96-111639doc - Faculteit der Economische Wetenschappen en

By Andrea Dunn,2014-06-23 08:35
13 views 0
n_tcm96-111639doc - Faculteit der Economische Wetenschappen en

Onderzoeksverslag

Onderzoek naar competenties van

    organisatieadviseurs in verandertrajecten

    Center for Research on Consultancy, Vrije Universiteit, Amsterdam Léon de Caluwé

    Elsbeth Reitsma

Begeleidingscommissie van het onderzoek:

    Stichting Bakkenist: Lucas van Meer en Dirk-Jan de Bruijn Orde van Organisatiekundigen en adviseurs: Dick van Ginkel Deloitte: Arend Stemerding

31 juli 2006

2/143

    23-6-2011

    Inhoud

    1. Inleiding 4 2. Introductie onderzoeksmodel 6

    2.1 Wat vooraf ging 6

    2.2 Het onderzoeksmodel 7

    2.3 Onderzoeksvragen 9

    3. Theoretische achtergronden 10

    3.1 Context(-variabelen) 10

    3.1.1 Typering van contextvariabelen 10

    3.1.2 De operationalisering 13

    3.2 Aanpakken 13

    3.2.1 Dichotome benadering 14

    3.2.2 Multiple benadering 16

    3.2.3 De operationalisering 21

    3.3 Interventies 21

    3.3.1 Type interventies 22

    3.3.2 De operationalisering 26

    3.4 Competenties 27

    3.4.1 Theoretische invalshoeken 28

    3.4.2 De bureaus 33

    3.4.3 De beroepsorganisaties 34

    3.4.4 De operationalisering 38

    3.5 Overige variabelen 38

    4. Onderzoeksopzet 40

    4.1 De cases en de constructie ervan 40

    4.2 Schaal aanpakken 44

    4.3 Interventielijst 45

    4.4 Competentielijst 48

    4.5 Overige variabelen 52

    4.6 Selectie en overzicht respondentengroep 53

    4.7 Opzet interviews 54

    4.8 Codering en wijze van verwerking 56 5. Resultaten 58

    5.1 Kwantitatieve analyse 58

    5.1.1 Verbanden 58

    5.1.2 Verbanden tussen context en aanpak / interventies 60

    5.1.3 Context en aanpak nader bekeken 63

    5.1.4 Context en interventies nader bekeken 64

    5.1.5 Verband tussen aanpak en competenties 66

    5.1.6 Verband tussen interventies en competenties 68

    5.1.7 Basiscompetenties 70

    5.1.8 Overzicht met basiscompetenties en aanpak- en interventiespecifieke competenties 71

3/143

    23-6-2011

    5.1.9 Overzicht bevindingen competenties 73

    5.1.10 Andere verbanden samenhangend met de adviseur 75

    5.2 Kwalitatieve analyse van de interviews 78

    5.2.1 Kwalitatieve analyse van de vier cases: wat is er aan de hand (contextvariabelen)? 78

    5.2.2 Andere kwalitatieve uitkomsten 81

    5.3 Impressies uit de gesprekken 85

    6. Conclusies en discussie 88 Literatuur 95 Bijlagen 98 A: Oorsprong comptentielijst 98 B: Interviewprotocol / Codeboek SPSS 102 C: Puntentest 120 D: Respondenten 124 E: Opleidingsniveau en specialisaties respondenten 125 F: Codeboek Atals.ti 127 G: Eigen repertoire competenties en basiscompetenties; eigen repertoire interventies 129 H: Verbanden achtergrond adviseur en aanpak / interventies 135 I: Uitkomsten kwalitatieve analyse 137

    4/143

    23-6-2011

    1. Inleiding

    Hierbij treft u aan het onderzoek naar competenties van organisatieadviseurs in verandertrajecten. Dit onderzoek is in de periode tussen augustus 2004 en augustus 2006 uitgevoerd door Calijn Stuffers, Martijn Renkema (beiden doctoraal studenten bedrijfseconomie aan de VU), Elsbeth Reitsma (C3 adviseurs en managers en VU) en Léon de Caluwé (Twynstra Gudde en VU) .

    Het onderzoek is mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van de Stichting Bakkenist, de Orde van organisatiekundigen en adviseurs (Ooa) en het vakdirectoraat

    van Deloitte. Deze drie instanties vormen tevens de begeleidingscommissie van het onderzoek.

    Het Center for Research on Consultancy van de VU (gelieerd met de PGO-MC) is de opdrachtnemer van het onderzoek. Het staat onder leiding van prof.dr. Léon de Caluwé.

    Enerzijds wilden wij in dit onderzoek doorbouwen op bestaande onderzoekslijnen, die in gang waren gezet met het onderzoek voor Deloitte (Reitsma et al, 2003), voor Twynstra Gudde (ten Ham et al, 2005) en voor Intermaat (Nationaal Onderzoek Verandermanagement, 2004 en 2005). Anderzijds wilden we, nu de gelegenheid zich voordeed, nieuwe terreinen onderzoeken, waarover weinig onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Het onderwerp van dit onderzoek voldoet aan die eisen.

    We hebben onderzoek gedaan naar contextvariabelen en de daarbij behorende doelen en interventies. En we zijn verbanden op het spoor. Maar de relatie naar de competenties van organisatieadviseurs was nog niet gelegd. Dat wordt juist in dit onderzoek gedaan. De centrale vraagstelling luidt dan ook: welke competenties heeft een organisatieadviseur nodig om bepaalde interventies (in verandertrajecten) te kunnen uitvoeren?

    Een dergelijk onderzoek is relevant om inzicht te geven in wat organisatieadviseurs nodig hebben: het geeft aanwijzingen voor opleiding, ontwikkeling en selectie van organisatieadviseurs. Bovendien krijgt dit inzicht een empirische basis: er bestaan immers al overzichten van benodigde en gewenste competenties (zoals de BoKS van de Ooa; schema‟s uit andere landen of van bureaus), maar er is, voor zover wij weten, geen systematisch, empirisch onderzoek.

    In dit onderzoek hebben we ervoor gekozen om de praktijktheorieën van ervaren organisatieadviseurs expliciet te maken. Ervaren organisatieadviseurs immers hanteren expliciet of impliciet regels, heuristieken en modellen om situaties te diagnosticeren en te bepalen welke aanpak of interventie geschikt is. Meestal zit dat in hun hoofd en meestal is die kennis of praktijktheorie „tacit‟. Niet zoveel organisatieadviseurs immers maken de stap naar het expliciet maken van hun praktijktheorie of hun aannames. Een klein aantal van hen doet aan collegiale consultatie of wederzijdse coaching; een nog kleiner aantal reflecteert op papier in de vorm van artikelen of proefschriften. In dit onderzoek willen we die collectieve ervaring

    5/143

    23-6-2011

    opsporen en stapelen. We willen op die manier verbanden en inzichten opsporen die zich blijkbaar in de praktijk hebben ontwikkeld. We hebben, met andere woorden, de hoofden van veertig ervaren organisatieadviseurs leeg gemaakt met betrekking tot dit onderwerp.

    De veertig organisatieadviseurs die betrokken zijn geweest bij dit onderzoek vertegenwoordigen dan ook ruim 900 (negenhonderd) jaar advieservaring.

    We hebben het onderzoek niet volledig open opgezet. We hebben gebruik gemaakt van de reeds bestaande literatuur op dit terrein en we hebben overzichten gemaakt van interventies en competenties op basis van de ons ter kennis staande bronnen. Die overzichten hebben we gebruikt om het gesprek met de organisatieadviseurs te structureren. Daarbij zijn alle mogelijkheden voor afwijkend en aanvullende inzichten en aanpakken uiteraard open gebleven.

    We hebben onze geïnterviewden twee tot vier cases voorgelegd, die een brede variëteit aan probleemsituaties vertegenwoordigen. Aan de hand van die praktijkcases zijn we gaan verkennen wat de probleemsituatie is, wat de organisatieadviseur belangrijk vindt, welke keuzes hij maakt en welke competenties hij nodig acht. Hoe we een en ander precies hebben gedaan wordt in dit onderzoeksverslag beschreven.

    We ( en naar later bleek: vele anderen) hebben veel geleerd van de opzet van dit onderzoek. De conceptualisering van dit onderzoek zelf, het zoeken van relevante literatuur, maar met name het maken van acceptabele lijsten van interventies en competenties was een enorm leerproces en heeft (opnieuw en vast maar tijdelijk) orde geschapen in onze kennis van het vak. Maar vooral ook de gesprekken met de collega vakgenoten waren een aaneenschakeling van leermomenten. In alle gesprekken voelde men het nut en de leermomenten.

    We hopen dat dit onderzoek een bouwsteen kan zijn in de verdere uitbouw van de kennis en inzicht in verandertrajecten, de interventies daarbij en de benodigde competenties.

    Wij hebben het met veel plezier en inzet uitgevoerd.

Overal waar hij staat, is ook zij bedoeld.

Amsterdam, juli, 2006

Léon de Caluwé

    Elsbeth Reitsma

    6/143

    23-6-2011

    2. Introductie onderzoeksmodel

    2.1 Wat vooraf ging

    Dit onderzoek naar competenties van adviseurs in verandertrajecten heeft een voorgeschiedenis. In 2002 wilde het toenmalige vakdirectoraat consultancy van Deloitte een onderzoek entameren naar projecten waarin veranderen en het managen of adviseren van deze veranderprocessen de rode draad zijn. Het werd een onderzoek naar de relatie tussen het doel van de verandering, de context waarin de verandering plaats vindt en de aanpak die daarbij wordt gebruikt. Eén van de onderzoekers was Elsbeth Reitsma. Het onderzoek werd begeleid door Léon de Caluwé vanuit het Center for Research on Consultancy van de Vrije Universiteit.

    Voorgaand onderzoek

    In het onderzoek naar doel, context en aanpak is met 58 adviseurs en (interim)managers gesproken over één of meer succesvolle verandertrajecten die zij hadden meegemaakt. In totaal zijn 75 succesvolle cases in kaart gebracht. Bij de kwantitatieve en kwalitatieve verwerking blijkt vooral een relatie tussen het voorgestane doel en de gehanteerde aanpak te bestaan. In tabel 2.1 staan de belangrijkste bevindingen weergegeven.

Doel: het veranderen van: Meest passende Alternatieve aanpak Minst passende

    aanpak aanpak

    Processen/cultuur Ontwikkelend Tell & Sell Onderhandelend

    (Vb. type vraagstukken: - als de druk van - als de druk uit de

    bevorderen klantgericht werken; buiten niet hoog is omgeving hoog is

    bevorderen vraaggericht

    werken)

    Structuur/cultuur Onderhandelend Ontwikkelend Tell & Sell

    (Vb. samenvoegen van - als betrokkenen

    bedrijfsonderdelen) moeizaam met elkaar

    omgaan

    - als de totale organisatie

    deel moet nemen

    Structuur/processen Onderhandelend Tell & Sell of Directief Ontwikkelend

    (Vb. fusie en herinrichting van - als er veel - bij meerlanden-

    organisaties waarbij in mindere inhoudelijke inbreng organisaties

    mate een appèl wordt gedaan vanuit de organisatie - bij grote druk of urgentie

    op houding en gedrag en nodig is

    leiderschap in mindere mate een

    rol speelt)

    Processen/Systemen Tell & Sell Onderhandelend Ontwikkelend

    (Vb. invoering van logistiek - als er niemand is die tell

    model of een instrument; & sell kan toepassen

    implementatie van ERP) - bij veel verschillende

    belangen

    Tabel 2.1: De relatie tussen het doel van verandering en de veranderaanpak.

    7/143

    23-6-2011

    Wat betreft de relaties tussen de context waarin wordt veranderd en de gehanteerde aanpak zijn minder eenduidige uitkomsten te melden. Wellicht heeft dat te maken met de (te) uitgebreide operationalisering van de context in 17 variabelen met nog een 5-tal subvariabelen. We komen daar in 3.1 nog op terug.

    In 2004 waren de resultaten bekend en beschreven (Reitsma, Jansen, Van der Werf en Van den Steenhoven, 2003 en 2004; Reitsma en Van Empel, 2004).

    Er was een smaak naar meer. Dit maal om naar de persoon van de adviseur te kijken en naar wat hij aan competenties nodig heeft bij het adviseren in verandertrajecten. Een aantal lijnen komt samen

    De Stichting Bakkenist stimuleerde ons om een verdieping op het onderzoek doel, context en aanpak te doen. De Stichting Bakkenist heeft ondermeer tot doel een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het vak en vakmanschap van adviseur(s) en wilde vervolgonderzoek sponseren. Daarbij werd het, vanuit de invalshoek van een breder draagvlak dan de Stichting en vanuit het perspectief van kennisverspreiding, belangrijk gevonden ook andere organisaties voor het onderzoek te interesseren. Al gauw werd aansluiting gevonden bij de Orde van Organisatiekundigen en

    Adviseurs (Ooa). De Orde zet zich als beroepsvereniging in voor de professionalisering en profilering van organisatieadviseurs. De in 2002 gepubliceerde Body of Knowledge and Skills (BoKS) beschrijft het adviesproces met de daarbij horende competenties. Het initiatief om de competenties van organisatieadviseurs nader te onderzoeken viel bij de Orde in goede aarde. Ook het vakdirectoraat consultancy van Deloitte was geïnteresseerd in het vervolgonderzoek. Daarmee heeft het onderzoek drie sponsoren, die het onderzoek hebben gefinancierd en die gezamenlijk een begeleidingscommissie voor het onderzoek vormen.

    2.2 Het onderzoeksmodel

    In dit vervolgonderzoek zoeken we naar verbanden tussen:

    - de context waarin wordt veranderd,

    - de aanpak die wordt gehanteerd,

    - de interventies die worden ingezet

    - en de competenties die de adviseur nodig heeft om die aanpak en interventies uit te voeren.

    Bij het onderzoek hanteren wij de volgende aannames:

    ; De context (zowel het doel van de verandering als kenmerken van de situatie)

    bepaalt mede welke aanpak en welk type interventies worden gebruikt. ; Er is een verband tussen een aanpak en een interventie. Een bepaalde aanpak zal

    leiden tot bepaalde interventies

    8/143

    23-6-2011

    ; Elke interventie vergt specifieke competenties van de veranderaar, i.c. de

    organisatieadviseur. Hier verwachten we een verband tussen de interventies en

    benodigde competenties.

    Deze aannames zijn in het onderzoeksmodel in kaart gebracht (zie Figuur 2.1). In het onderzoek gaan we deze aannames toetsen.

    Het gehanteerde onderzoeksmodel ziet er als volgt uit:

     ContextContextCompetentiesCompetentiesBasiscompetentiesBasiscompetenties

     AanpakAanpakInterventiesInterventies

     AchtergrondAchtergrondStijl van veranderenStijl van veranderenEigen repertoireEigen repertoire

Figuur 2.1: Onderzoeksmodel „Onderzoek naar competenties van organisatieadviseurs in

    verandertrajecten‟

    Toelichting

    Onze redenering achter de aannames voor dit onderzoek is als volgt. Een verandering vindt in een specifieke situatie plaats de context (dat zijn de doelen

    van de verandering en kenmerken van de situatie waarin deze plaatsvindt). De adviseur kiest op basis van deze context voor een aanpak en daarbij in te zetten interventies. Om deze interventies goed uit te kunnen voeren, heeft de adviseur bepaalde competenties nodig. Naast „interventie specifieke‟ competenties (die

    gekoppeld zijn aan de gekozen interventies) heeft de adviseur ook zogenaamde basiscompetenties nodig. Dit zijn competenties die alle ervaren èn onervaren -

    adviseurs nodig hebben (los van de context en van de interventies). De aanpak die de adviseur kiest, de interventies die hij gebruikt en zijn competenties hebben te maken met de achtergrond van de adviseur. Te denken valt bijvoorbeeld aan de gevolgde opleiding. Dat geldt ook voor de persoonlijke stijl van veranderen van de adviseur en het repertoire aan interventies en competenties waarvan de adviseur vindt dat hij zelf goed is (het eigen repertoire).

    De gehanteerde definities van de variabelen uit het onderzoeksmodel worden in het volgende hoofdstuk, dat gaat over de relevante theorieën, beschreven.

    9/143

    23-6-2011

    In het oorspronkelijke onderzoeksmodel was ook de variabele „rol‟ opgevoerd. Onze

    aanname was dat bij de aanpak en interventies en de bijbehorende competenties een bepaalde rol van de adviseur te benoemen is. Een rol zien we als: een aan een positie gekoppelde meer of minder bindende verwachtingen ten aanzien van gedrag (De Jager en Mok, 1983). In de BoKS worden bijvoorbeeld 4 adviesrollen onderscheiden: de expertrol, de programmatische rol, de gedragsontwikkelende rol en de persoonsontwikkelende rol (BoKS, 2002).

    Het onderzoeksmodel werd ons echter te complex als deze variabele ook bij het onderzoek zou worden betrokken. Daarom hebben we dit element niet in het onderzoek opgenomen.

    2.3 Onderzoeksvragen

    De centrale vraagstelling in ons onderzoek luidt:

    Welke competenties heeft een adviseur nodig om bepaalde interventies (in verandertrajecten) te kunnen uitvoeren?

    Andere vragen die in dit onderzoek aan bod komen, zijn:

    ; Hoe kunnen we het gedrag van organisatieadviseurs benoemen in termen van

    competenties?

    ; Hoe kunnen we een typologie van interventies maken?

    ; Is er sprake van specifieke contexten (problemen) waarin bepaalde aanpakken en

    interventies goed werken of juist niet?

    ; Kan elke adviseur alle aanpakken en interventies uitvoeren? Of zijn er groepen van

    competenties die bij bepaalde interventies en bepaalde adviseurs horen? ; Wat voor type adviseur moet je hebben voor welk probleem en welke context? ; In hoeverre gaat het fenomeen „hamer zoekt spijker‟ op?

    Met andere woorden: speelt de achtergrond, de persoonlijke veranderstijl of de

    voorkeursinterventies van de adviseur een rol bij de gekozen aanpak of interventies? ; Is er een typologie te ontwikkelen van profielen van adviseurs met bijbehorende

    competenties?

    ; Zijn er basiscompetenties te noemen, die iedere (beginnende) adviseur zou

    moeten bezitten?

    Deze onderzoeksvragen worden beantwoord in hoofdstuk 5 en 6 . In het volgende hoofdstuk beschrijven we de relevante literatuur voor het onderzoek. In hoofdstuk 4 bespreken we de onderzoeksopzet.

    10/143

    23-6-2011

    3. Theoretische achtergronden

    In dit hoofdstuk beschrijven we de relevante bestaande literatuur die we hebben gebruikt voor het formuleren van de onderzoeksvragen, voor het operationaliseren van het onderzoek en voor de onderzoeksopzet. Achtereenvolgens beschrijven we de literatuur over context (-variabelen) (paragraaf 3.1), over aanpakken (paragraaf 3.2), over interventies (paragraaf 3.3) en over competenties (paragraaf 3.4). Deze vier inhoudelijke gebieden vormen de kern van ons onderzoek en zijn opgenomen in het onderzoeksmodel (zie 2.2). In hoofdstuk 4 wordt de onderzoeksopzet beschreven in de vorm van de operationalisatie in instrumenten en methoden voor het onderzoek.

    3.1 Context(-variabelen)

    Context definiëren we als de situatie of het verband waarbinnen de adviseur interventies doet, of waarbinnen veranderingen plaatsvinden.

    Het denken over context vindt zijn wortels in het gedachtengoed van Lawrence & Lorsch (1967): het contingentiedenken. De essentie van deze benadering is (zie ondermeer: Lammers, Mijs en van Noort, 1997), dat de beste manier van organiseren en veranderen wordt bepaald door de situatie. De “juiste” manier van handelen in en

    naar organisaties wordt afgeleid van variabelen die een dominante rol spelen in de situatie waarin men moet of wil handelen en het begrijpen van de verbanden tussen deze variabelen. Wij veronderstellen dat de keuze van interventies (en daarbij behorende competenties) in belangrijke mate wordt bepaald door een aantal variabelen in de context/situatie.

    We gaan er vanuit dat organisatieadviseurs in hun praktijk rekening houden met deze context-variabelen. Het acquisitiegesprek, maar vooral ook de inspanningen die te maken hebben met oriënteren en diagnosticeren zijn erop gericht om zoveel kennis en inzicht te verwerven in de specifieke situatie van de cliënt (-organisatie), dat men in staat is om op professionele gronden en bewust te kiezen voor bepaalde interventies (en daarbij behorende competenties). Daarbij zullen de adviseurs zich bedienen van theoretische, praktijktheoretische en praktische overwegingen. Maar zij zullen ook in staat zijn om (zeker achteraf) te verantwoorden waarom zijn gekozen hebben voor bepaalde aanpakken en interventies.

    3.1.1 Typering van contextvariabelen

    Wij veronderstellen twee belangrijke (sets van) contextvariabelen. De eerste heeft te maken met de doelen van de verandering: wat moet/wil men bereiken. De tweede met de dominante kenmerken in de situatie, waarbinnen men wil veranderen. Die twee (sets van) variabelen beschrijven we hierna.

Doelen van de verandering

    Er zijn talloze overzichten van inhouden van de verandering. In het vorige onderzoek

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com