DOC

TITEL

By Ricardo Gray,2014-06-23 11:41
9 views 0
TITEL

DAG VOOR DE UITBANNING DAG VOOR DE UITBANNING

VAN DE ARMOEDE VAN DE ARMOEDE

17 oktober 17 oktober

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Dag voor de uitbanning van de armoede

    Armoedebestrijding is hét speerpunt in het ontwikkelingsbeleid van regeringen en NGO‟s. Via de UNDP, de United Nations Development Programme, probeert men tot

    één gezamenlijk beleid te komen. Daarvoor worden onder meer jaarlijks „Poverty Reports‟ uitgegeven, waarin per land is aangegeven hoe de feitelijke stand van zaken is, hoe succesvol uitgezet beleid al dan niet is en welke bijstellingen nodig zijn om de armoede (nog) effectiever te bestrijden.

    De aandacht van het grote publiek probeert men te krijgen via de jaarlijkse Dag tegen de Uitbanning van de Armoede, op 17 oktober.

Doelgroep

    Leerlingen van de basisvorming in voortgezet onderwijs (12-15 jaar).

Vakken en kerndoelen

    Aardrijkskunde

    Domein G: internationale ontwikkelingen

    22 De leerlingen kunnen in de wereld belangrijke deelgebieden onderscheiden op

    grond van sociaal-geografische kenmerken, zoals bevolking, economische activi-

    teiten, welvaart en levensomstandigheden, politiek en cultuur. 23 De leerlingen kunnen aan de hand van een ontwikkelingsland kenmerken van

    het ontwikkelingsvraagstuk beschrijven en verklaren.

     In dat verband kunnen zij:

    - het (voort)bestaan van kenmerken van het ontwikkelingsvraagstuk verklaren

    met interne en externe factoren

    24 De leerlingen kunnen voor kenmerken van het ontwikkelingsvraagstuk op-

    lossingsalternatieven aandragen.

? STICHTING KENNISNET / ; CMO INTRODUCTIE - II

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Economie

    Domein B: consumptie

    De leerlingen kunnen met het oog op hun rol als consument:

    5 de eigen positie als consument vergelijken met posities van andere mensen;

     Zij kunnen daarbij een relatie leggen met informatie over inkomensverschillen in

    Nederland.

    7 een gegeven concrete (voorgenomen) koopbeslissing beoordelen.

     Daarbij maken zij onder meer gebruik van de volgende aspecten:

    - behoeften en prioriteiten

    - budgettaire mogelijkheden t.a.v. kopen, sparen en lenen, en de gevolgen

    daarvan

Doelstellingen

    ; De leerling kent de relativiteit van de begrippen arm en rijk ; De leerling kent verschillende manieren om armoede te meten

    ; De leerling is op de hoogte van het voorkomen van armoede in Nederland ; De leerling weet dat mensen niet passief in hun lot berusten, maar actief en

    creatief naar manieren zoeken om hun maatschappelije positie te verbeteren ; De leerling kan twee manieren noemen om armoede e bestrijden ; De leerling kan het verschil tussen ontwikkelingshulp en ontwikkelings-

    samenwerking onder woorden brengen

Dank

    Wij danken de volgende instellingen en personen voor het ter beschikking stellen van illustratiemateriaal: ATD-Vierde Wereld, Maria van der Kam, Novib, Harry de Ridder, R.A. Taylor en M/MC Photoshare.

     "One or more photos courtesy of M/MC Photoshare at www.jhuccp.org/mmc."

? STICHTING KENNISNET / ; CMO INTRODUCTIE - III

DAG VOOR DE UITBANNING

VAN DE ARMOEDE

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 1

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Wat is armoede?

    1. We verdelen de klas in groepen. De helft van de groepen schrijft 10

    minuten lang op wat er allemaal bij je opkomt als je aan het begrip

    „arm‟ denkt. De andere helft van de groepen schrijft alles op wat hen te

    binnen schiet bij het begrip „rijk‟.

    Probeer jullie associaties te groeperen, d.w.z. dat je bij elkaar zet, wat bij elkaar

    hoort. Een voorbeeld: als je aan „Amsterdam‟ denkt, denkt de een aan het Rijks-

    museum of het Van Gogh Museum (groep: musea), de ander denkt aan het roken

    van hasj en coffeeshops (groep: drugs), weer een ander aan de Bijlmer of de

    Jordaan (groep: wijken of stadsdelen). Zo kunnen jullie ook je eigen associaties in

    groepen verdelen.

    2. Geef een eigen definitie van armoede. Wanneer is iemand volgens jullie arm?

    3. Bedenk zoveel mogelijk spreekwoorden en gezegden die met armoede of rijkdom

    te maken hebben.

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 2

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Armoede is relatief

    Geld maakt niet ge-

    lukkig, is een spreek-

    woord. Dat zal wel zo

    zijn, maar het is wel

    gemakkelijk als je hebt.

Sommige mensen heb-

    ben veel geld. Omdat

    ze het van hun ouders

    geërfd hebben bijvoor-

    beeld, of omdat ze een

    goedlopend bedrijf heb-

    ben of een hoog salaris

    krijgen voor het werk

    dat ze doen. Anderen

    moeten het met veel

    minder doen.

De verschillen in in-

    komen kunnen groot

    zijn. Er zijn miljonairs

    die tienduizenden eu-

    ro‟s per maand ver-

    dienen.

    Maar iemand in de bij-

    stand heeft niet meer

    dan zo‟n vijfhonderd

    euro per maand te besteden.

    Rijkdom en armoede kunnen ook per land verschillen. Een Nederlandse miljonair kan in Amerika tot de middenmoot van de rijke mensen behoren. Iemand die hier van een uitkering leeft, is in sommige delen van Afrika juist rijk.

    Met een bijstandsuitkering kun je in Nederland een dak boven je hoofd betalen en drie keer per dag eten, maar elke dag biefstuk is er niet bij. En als je wasmachine kapot gaat, is er vaak geen geld voor een nieuwe.

    Met diezelfde bijstandsuitkering zou je in Malawi in West-Afrika rijk zijn. Met vijfhonderd euro per maand kun je je daar een luxe huis veroorloven, gemakkelijk eten en kleren kopen en autorijden.

    Het is simpelweg niet mogelijk om de inkomsten van mensen in verschillende landen zomaar met elkaar te vergelijken.

    1. Als je inkomsten van mensen in verschillende landen niet zomaar met

    elkaar kunt vergelijken, hoe meet je dan of iemand arm is of niet?

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 3

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Hoe meet je armoede?

    De hoogte van het inkomen alleen zegt dus niet zoveel. Als je tien euro per dag verdient, en een brood kost 10 cent, dan valt dat nog wel mee. Maar als je tien euro verdient en een brood kost 1 euro, dan verdien je niet genoeg om een normaal leven te kunnen leiden, d.w.z. dat je waarschijnlijk niet genoeg hebt om de huur, gas, water, elektriciteit, eten en kleren te kunnen kopen. Armoede hangt dus samen met je inkomen én met de hoogte van de prijzen in het land waar je woont. Met een duur woord noemt men het laatste het prijspeil.

    Of je wel of niet een normaal leven kunt leiden, dáár trekt men de grens tussen arm en niet arm. Het woordenboek zegt het ook zo: “de armoedegrens is het minimale bedrag dat iemand als inkomen moet hebben om normaal te kunnen leven”. Om de

    zaken in de wereld toch met elkaar te kunnen vergelijken heeft men ook een absoluut minimumbedrag afgesproken dat iemand moet verdienen om niet als arm te worden beschouwd. Die grens ligt op 1 dollar per dag, ongeveer evenveel als 1 euro. Deze grens van 1 dollar of 1 euro noemen we de absolute armoedegrens. Hoe laag het

    prijspeil in een land ook is, nergens ter wereld kun je van minder dan 1 dollar/euro per dag normaal rondkomen.

    Tussen de 1 op de 4 en 1 op de 5 mensen in de wereld leeft in absolute armoede.

    De armoede is de afgelopen vijftig jaar wereldwijd

    teruggelopen. In 1949 leed 49% van de bevolking

    in ontwikkelingslanden aan ondervoeding. Nu is

    dat nog maar 18%. In 1961 kregen mensen in

    arme landen gemiddeld 1932 calorieën binnen.

    Daar kun je net van in leven blijven. Nu is dat

    opgelopen tot 2650 calorieën. Maar hoe sterk de

    welvaart ook is gestegen, de wereldbevolking steeg nog harder. In veel landen (met name in Afrika) is de afgelopen vijf jaar het aantal armen dan ook weer gestegen, zo is te lezen in een rapport van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.

    De Wereldbank omschrijft armoede als honger, als gebrek aan onderdak, ziek zijn en niet naar een dokter kunnen, niet naar school kunnen en niet kunnen lezen en schrijven, geen baan hebben. Als je geen brood kunt kopen, leid je honger. Als je geen huis kunt betalen, moet je op straat slapen. Als je geen medicijnen kunt betalen, word je niet beter. Als je geen schoolgeld kunt betalen, kunnen je kinderen niet naar school. Als je geen baan hebt, verdien je geen geld om iets te kunnen kopen. Al de dingen hierboven hebben met geld, met inkomen te maken. We hebben op de vorige pagina gezegd dat de welvaart op de wereld de afgelopen vijftig jaar is toe-genomen. Dat kunnen we meten door naar het BNP van landen te kijken. BNP staat voor Bruto Nationaal Product. Dit is de geldwaarde van alle goederen en

    diensten die in één jaar tijd door een land worden geproduceerd. Om het BNP van verschillende landen te kunnen vergelijken, wordt het bedrag gedeeld door het aantal inwoners van het land. Zo ontstaat het BNP per hoofd van de bevolking. Het

    is het inkomen in een land dat iedere persoon gemiddeld per jaar heeft.

    1. Geef aan wat voor jou „normaal kunnen leven‟ is. Wat kun je dan wel en

    wat niet?

    2. De welvaart in de wereld (BNP per hoofd) is toegenomen. Tegelijkertijd

    is ook het aantal armen gegroeid. Rara, hoe kan dat?

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 4

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

Het antwoord op de opdracht op de vorige pagina

    ligt in de inkomensverdeling. Niet iedereen in een

    land verdient evenveel. Er zijn mensen die veel

    geld verdienen (bijvoorbeeld een chirurg, piloot of

    minister); er zijn ook mensen die minder verdienen

    (bijvoorbeeld een caissière, schoonmaker of thuis-

    hulp). Als iedereen precies evenveel verdient, dan

    zeggen we dat de inkomensverdeling eerlijk is (dat

    komt in de praktijk echter niet voor). Als er veel

    mensen zijn die flink minder of juist flink meer

    verdienen dan het gemiddelde BNP per hoofd van

    de bevolking, dan spreken we over een scheve

    inkomensverdeling.

     Arm en rijk in één land: Portugal We kunnen dat toelichten aan de hand van de

    inkomensverdeling in Nederland en Brazilië.

    We verdelen de bevolking in 5 groepen van ieder 20%, op grond van hun inkomens. Groep 1 is de armste groep, groep 2 de op één na armste groep, groep 3 zit in het midden (niet echt arm en niet echt rijk), groep 4 is de op één na rijkste groep en groep 5 is de bovenlaag, de rijkste groep.

     Nederland Brazilië

    1 7% 2?%

    2 13% 5?%

    3 18% 11%

    4 24% 18?%

    5 38% 62?%

    3. Hoeveel procent van het totale inkomen hebben de twee armste

    groepen in Nederland? En in Brazilië?

    4. Hoeveel procent van het totale inkomen hebben de twee rijkste groepen

    in Nederland? En in Brazilië?

    5. Wat zegt dat over de inkomensverdeling in beide landen?

    6. Geef aan welke groepen in een land volgens jou het meest te leiden hebben van

    een scheve inkomensverdeling in een land.

    Een andere manier om naar armoede en rijkdom te kijken is door aan te geven hoeveel procent van hun inkomen mensen aan eten en andere basisbehoeften (dat wat nodig is om te kunnen overleven) moeten besteden. In India bijvoorbeeld wordt meer dan de helft van het budget aan eten uitgegeven. Aan alle basisbehoeften samen optellen zelfs meer dan 80%. In Nederland is dit 56%. Veel Indiërs hebben een budget dat lager is dan het gemiddelde BNP per hoofd van de bevolking. Vaak geven ze hun hele budget uit aan basisbehoeften of is het budget niet toereikend (en lijden ze honger).

    7. Wat moet je allemaal achterwege laten als 80% van jullie gezinsbudget

    aan basisbehoeften uitgegeven zou moeten worden?

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 5

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

We hebben nu al verschillende manieren om armoede te meten de revue laten

    passeren. De meest gebruikte methode is het BNP. Maar dat zegt niets over het

    aantal armen in een land, zoals we gezien hebben. De afdeling van de Verenigde Naties die zich met armoede bezighoudt (United Nations

    Development Program, het OntwikkelingsProgramma van de VN) heeft daarom een

    eigen meetlat ontworpen, de Index voor Menselijke Ontwikkeling (Human

    Development Index).

Voor elk land worden drie dingen gemeten:

1. Hoeveel verdienen de inwoners gemiddeld?

    2. Hoe oud worden de mensen gemiddeld?

    3. Hoeveel mensen hebben op school leren lezen en schrijven?

Deze gegevens worden met een wiskundige formule opgeteld. De UNDP stelt

    vervolgens een ranglijst op van landen „waar het leven goed‟ (aan de top van de lijst)

    of juist „waar het leven slecht‟ (onderaan de HDI-lijst) is. Dat leidt soms tot verrassende verschillen met het BNP.

    Human Development Index: index van de menselijke ontwikkeling

Je ziet achter elk land drie kolommen:

    A staat voor de gemiddelde levensverwachting in het land B staat voor het percentage van de mensen boven de 15 jaar dat kan lezen en

    schrijven

    C staat voor het BNP per hoofd van de bevolking in dollars

     A B C A B C

    Albanië 72,9 83,5 2.804 Colombia 70,7 91,2 6.006

    Algerije 69,2 65,5 4.792 Comoren 59,2 58,5 1.398

    Angola 47,0 42,0 1.821 Costa Rica 76,2 95,3 5.987 Antigua en Barbuda 76,0 95,0 9.277 China 70,1 82,8 3.105

    Argentinië 73,1 96,7 12.013 Cuba 75,8 96,4 3.967

    Armenië 70,7 98,2 2.072 Cyprus 77,9 96,6 17.482

    Azerbeidzjan 70,1 99,0 2.175 Denemarken 75,7 99,0 24.218 Australië 78,3 99,0 22.452 Djibouti 50,8 62,3 1.266

    Bahama‟s 74,0 95,5 14.614 Dominica 76,0 94,0 5.102

    Bahrein 73,1 86,5 13.111 Dominicaanse

    Bangladesh 58,6 40,1 1.361 Republiek 70,9 82,8 4.598 Barbados 76,5 97,0 12.001 Duitsland 77,3 99,0 22.169

    België 77,3 99,0 23.223 Ecuador 69,7 90,6 3.003

    Belize 74,9 92,7 4.566 Egypte 66,7 53,7 3.041

    Benin 53,5 37,7 867 El Salvador 69,4 77,8 4.036 Bhutan 61,2 42,0 1.536 Equatoriaal Guinee 50,4 81,1 1.817 Bolivia 61,8 84,4 2.269 Eritrea 51,1 51,7 833

    Botswana 46,2 75,6 6.103 Estland 69,0 99,0 7.682

    Brazilië 67,0 84,5 6.625 Ethiopië 43,4 36,3 574 Brunei Darussalem 75,7 90,7 16.765 Fiji 72,9 92,2 4.231

    Bulgarije 71,3 98,2 4.809 Filippijnen 68,6 94,8 3.555 Burkina Faso 44,7 22,2 870 Finland 77,0 99,0 20.847

    Burundi 42,7 45,8 570 Frankrijk 78,2 99,0 21.175

    Cambodja 53,5 65,0 1.257 Gabon 52,4 63,0 6.353

    Canada 79,1 99,0 23.582 Gambia 47,4 34,6 1.453

    Centraal Afrikaanse Georgië 72,9 99,0 3.353

     Republiek 44,8 44,0 1.118 Ghana 60,4 69,1 1.735

    Chili 75,1 95,4 8.787 Grenada 72,0 96,0 5.838

    China 78,6 92,9 20.763 Griekenland 78,2 96,9 13.943

? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 6

    DAG VOOR DE UITBANNING

    VAN DE ARMOEDE

     A B C A B C Groot-Brittannië 77,3 99,0 20.336 Oekraïne 69,1 99,6 3.194 Guatemala 64,4 67,3 3.505 Oezbekistan 67,8 88,0 2.053 Guinee 46,9 36,0 1.782 Oman 71,1 68,8 9.960 Guinee-Bissau 44,9 36,7 616 Oostenrijk 77,1 99,0 23.166 Guyana 64,8 98,3 3.403 Pakistan 64,4 44,0 1.715 Haïti 54,0 47,8 1.383 Panama 73,8 91,4 5.249 Honduras 69,6 73,4 2.433 Papua Nieuw Guinea 58,3 63,2 2.359 Hongarije 71,1 99,3 10.232 Paraguay 69,8 92,8 4.288 Ierland 76,6 99,0 21.482 Peru 68,6 89,2 4.282 India 62,9 55,7 2.077 Polen 72,7 99,7 7.619 Indonesië 65,6 85,7 2.651 Portugal 75,5 91,4 14.701 Irak 63,8 53,7 3.197 Qatar 71,9 80,4 20.987 Iran 69,5 74,6 5.121 Roemenië 70,2 97,9 5.648 Israël 77,9 95,7 17.301 Ruanda 40,6 64,0 660 Italië 78,3 98,3 20.585 Rusland 66,7 99,5 6.460 Ivoorkust 46,9 44,5 1.598 Salomon Eilanden 71,9 62,0 1.940 Jamaica 75,0 86,0 3.389 São Tomé en Principe 64,0 57,0 1.469 Japan 80,0 99,0 23.257 Saudi-Arabië 71,7 75,2 10.158 Jemen 58,5 44,1 719 Senegal 52,7 35,5 1.307 Jordanië 70,4 88,6 3.347 Seychellen 71,0 84,0 10.600 Kaapverdië 69,2 72,9 3.233 Sierra Leone 37,9 31,0 458 Kameroen 54,5 73,6 1.474 Singapore 77,3 91,8 24.210 Kazakstan 67,9 99,0 4.378 Sint Kitts en Nevis 70,0 90,0 10.672 Kenia 51,3 80,5 980 Sint Lucia 70,0 82,0 5.183 Koeweit 76,1 80,9 25.314 Sint Vincent en

    Kongo (Brazzaville) 48,9 78,4 995 de Grenadinen 73,0 82,0 4.692 Kongo (Kinshasha) 51,2 58,9 822 Slovenië 74,6 99,6 14.293 Korea 72,6 97,5 13.478 Slowakije 73,1 99,0 9.699 Kroatië 72,8 98,0 6.749 Soedan 55,4 55,7 1.394 Kyrgizië 68,0 97,0 2.317 Spanje 78,1 97,4 16.212 Laos 53,7 46,1 1.734 Sri Lanka 73,3 91,1 2.979 Lesotho 55,2 82,4 1.626 Suriname 70,3 93,0 5.161 Letland 68,7 99,8 5.728 Syrië 69,2 72,7 2.892 Libanon 70,1 85,1 4.326 Swaziland 60,7 78,3 3.816 Libië 70,2 78,1 6.697 Tadjikistan 67,5 99,0 1.041 Litouwen 70,2 99,5 6.436 Tanzania 47,9 73,6 480 Luxemburg 76,8 99,0 33.505 Thailand 68,9 95,0 5.456 Macedonië 73,2 94,6 4.254 Togo 49,0 55,2 1.372 Madagascar 57,9 64,9 756 Trinidad and Tobago 74,0 93,4 7.485 Maladiven 65,0 96,0 4.083 Tsjaad 47,5 39,4 856 Malawi 39,5 58,2 523 Tsjechië 74,1 99,0 12.362 Maleisië 72,2 86,4 8.137 Tunesië 69,8 68,7 5.404 Mali 53,7 38,2 681 Turkije 69,3 84,0 6.422 Malta 77,3 91,5 16.447 Turkmenistan 65,7 98,0 2.550 Marokko 67,0 47,1 3.305 Uruguay 74,1 97,6 8.623 Mauritanië 53,9 41,2 1.563 Venezuela 72,6 92,0 5.808 Mauritius 71,6 83,8 8.312 Verenigde Arabische Mexico 72,3 90,8 7.704 Emiraten 75,0 74,6 17.719 Moldavië 67,8 98,6 1.947 Verenigde Staten 76,8 99,0 29.605 Mongolië 66,2 83,0 1.541 Vanuatu 67,7 64,0 3.120 Mozambique 43,8 42,3 782 Vietnam 67,8 92,9 1.689 Myanmar (Birma) 60,6 84,1 1.199 West-Samoa 71,7 79,7 3.832 Nederland 78,0 99,0 22.176 Wit-Rusland 68,1 99,5 6.319 Nepal 57,8 39,2 1.157 IJsland 79,1 99,0 25.110 Nieuw-Zeeland 77,1 99,0 17.288 Zambia 40,5 76,3 719 Niger 48,9 14,7 739 Zimbabwe 43,5 87,2 2.669 Nigeria 50,1 61,1 795 Zuid-Afrika 53,2 84,6 8.488 Noorwegen 78,3 99,0 26.342 Zweden 78,7 99,0 20.659 Oeganda 40,7 65,0 1.074 Zwitserland 78,7 99,0 25.512

    ? STICHTING KENNISNET/ ; CMO WERKBLADEN - 7

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com