DOC

Tendensen in het muzieklandschap

By Rick Martin,2014-06-23 11:14
7 views 0
Tendensen in het muzieklandschap

Landschapstekening Muziek

1. Inleiding

1.1. Overzicht aanvragen + algemene kwaliteit van de ingediende dossiers

Ingediende aanvragen ensembles:

-Anima Eterna

    -Aranis

    -Arco Baleno

    -Blindman

    -Bonk / Flat Earth Society (FES)

    -B'Rock

    -Brussels Jazz Orchestra -Capilla Flamenca

    -Champ d’Action

    -Choux de Bruxelles

    -Collegium Instrumentale Brugense

    -Collegium Vocale Gent -Emanon

    -Ensemble Explorations -Graindelavoix

    -Hageland Wind Orchestra -Hermesensemble

    -Het Collectief

    -Het Spectra Ensemble -Huelgas Ensemble

    -I Solisti del Vento -Ictus

    -Il Fondamento

    -Il Gardellino

    -La Petite Bande

    -Les Muffatti

    -Musica Meridiana / Phenix Fagottenkwartet

    -Nefertiti / Mâäk's Spirit -Octopus

    -Octurn

    -Oltremontano

    -Orkest der Lage Landen -Oxalys

    -Prometheus Ensemble -Psallentes

    -Quatuor Danel

    -Scores (Decap-Lab) -Spiegel String Quartet -Symfonieorkest Vlaanderen -Zefiro Torna

    -Zita Swoon

Ingediende aanvragen concertorganisaties:

-(K-RAA-K)?

-AMUZ

    -Concertgebouw Brugge

    -De Centrale / Intercultureel Centrum De Centrale

    -De Vrienden van Brosella

    -Freemusic

    -Handelsbeurs

    -JazzLab Series

    -Kolonie

    -Middagconcerten van Antwerpen -Muziekcentrum De Bijloke Gent -Stichting Logos

    -Villarte

    Ingediende aanvragen muziekclubs:

    -De Casino (voorheen De Spiegel) -De Zwerver

    -Democrazy

    -Gemeenschapscentrum De Vaartkapoen / Vk*concerts

    -Jeugdhuis Trefcentrum Y'

    -Jeugdhuis Zenith

    -Kinky Star

    -Muziekcentrum Dranouter

    -Muziekcentrum Nijdrop

    -Muziekpublique

    -N9 (Driewerf Hoera)

    -'t Ey

    -'t Smiske

    Ingediende aanvragen kunstencentra:

-Het Depot

    -Muziekodroom

    -TRX (Muziekcentrum Trix)

    Ingediende aanvragen festivals:

-Afro-Latino

    -Ars Musica

    -Festival Ten Vrede

    -Festival van Vlaanderen - Brugge / MA festival

    -Festival van Vlaanderen - Gent en Historische Steden

    -Festival van Vlaanderen - Limburg / Basilica Concerten

    -Festival van Vlaanderen - Mechelen -Festival van Vlaanderen - Vlaams-Brabant -Festival van Vlaanderen Internationaal - Brussel/Europa

    -Funky Fun Productions

    -Happy New Festival

    -Jazz en Muziek

    -Labadoux

    -November Music Vlaanderen

    -Personal Mountains

    -Sfinks Animatie

-Trefpunt

    -Zonzo Compagnie (festival Oorsmeer)

Ingediende aanvragen werkplaatsen:

    -Aubergine Artist Management -Gentlemanagement

    -Keremos

    -Kultuurburo Link

    -Playground

    -Rock'O Co

    -Zephyrus

    -De Muziekfactorij

1.2. Samenstelling commissie

    -dhr. Luc Mishalle, voorzitter; -mevr. Elly Rutten, ondervoorzitter;

    -dhr. Rik Bevernage

    -mevr. Julia Bucz

    -dhr. Dirk Coutigny

    -mevr. Moniek Darge

    -mevr. Klaartje De Bonnaire -dhr. Joost Fonteyne

    -dhr. Gé Huismans

    -dhr. Johan Huys

    -dhr. Gert Keunen

    -mevr. An Overbergh

    -mevr. Tatjana Scheck

    -dhr. Patrick Smagghe

    -mevr. Melike Tarhan

    -mevr. Veronique Verspeurt -dhr. Dirk Verstockt

1.3. Procedure en timing beoordeling

01 oktober 2008

    De aanvraagdossiers komen binnen. Ze worden gescreend op ontvankelijkheid en aan de commissies bezorgd. Brieven voor ontvankelijkheid worden binnen drie weken verstuurd.

oktober december 2008

    Het agentschap formuleert de zakelijke adviezen. Het streefdoel is om deze zakelijke adviezen aan de commissie te bezorgen ten laatste op de vergadering waarop de dossiers in kwestie voorliggen.

november-januari 2009

    De Beoordelingscommissie Muziek formuleert haar artistieke adviezen. Zij geeft voorstellen voor subsidiebedragen.

02 februari 2009

    De zakelijke en artistieke preadviezen worden verstuurd naar de organisaties.

16 februari 2009

    De replieken komen binnen bij het agentschap. Rekening houdend met de reacties van de aanvragers, worden de zakelijke en artistieke adviezen definitief geformuleerd.

20 maart 2009

    De definitieve adviezen worden naar de minister gestuurd.

april 2009

    De Vlaamse Regering neemt haar beslissing over de structurele subsidies 2010

    2012.

    1.4. Beoordelingscriteria, bijkomende beoordelingscriteria en aandachtspunten beleid

    De beoordeling van de dossiers werd gebaseerd op de criteria uit het Kunstendecreet:

    1. kwaliteit van inhoudelijk concept en concrete (uit)werking;

    2. profilering en positionering;

    3. langetermijnvisie;

    4. landelijke en/of internationale uitstraling;

    5. meerwaarde van het initiatief voor de regio op het vlak van het aanbod of op

    het vlak van facilitering voor andere regionale initiatieven;

    6. maatschappelijk of sociaal belang, waarbij prioriteit wordt gegeven aan

    initiatieven die een specifieke doelgroep bedienen of een zeer specifieke

    invulling geven aan hun opdracht;

    7. samenwerking en netwerking met artistieke en niet-artistieke actoren in het

    binnen en/of in het buitenland;

    8. publieksgerichtheid;

    9. aandacht voor diversiteit en interculturaliteit;

    10. samenwerking met artistieke en niet-artistieke actoren met het oog op een

    optimaal gebruik van de werkingsmiddelen en beschikbare infrastructuur en

    met het oog op een maximale besteding van de middelen voor artistieke

    creatie en een beperking van de overheadkosten;

    11. realisme van het voorgestelde groeipad en conformiteit tussen het artistieke

    en het financiële beleidsplan;

    12. gedegen financiële onderbouw van de werking.

    13. haalbaarheid;

    14. de plaats van het initiatief binnen het volledige instrumentarium aan

    ondersteuning en subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap, waarbij een

    initiatief dat niet thuishoort binnen het Kunstendecreet kan worden

    doorverwezen naar de ondersteuningsmogelijkheden Cultuurinvest en de

    Fondsen van de Vlaamse Gemeenschap.

    In deze ronde werkten de beoordelingscommissies voor de eerste keer met een format

    waarin alle bovenvermelde criteria aan bod komen. Zo wordt gegarandeerd dat alle

    criteria in de beoordeling worden meegenomen, maar ook dat geen andere criteria

    worden gehanteerd dan deze die binnen het Kunstendecreet van toepassing zijn. De

    Beoordelingscommissie heeft steeds met de mix van bovenstaande criteria rekening

    gehouden. Vanzelfsprekend was het eerste aandachtspunt van de commissie de

    kwaliteit van het voorgestelde beleidsplan en de kwaliteit van de organisatie op zich,

    maar ook alle andere criteria kwamen steeds aan bod.

    Bij de conclusie van de beoordeling werd gewerkt met vijf categorieën:

    ? zeer goed

    ? goed

    ? voldoende

    ? onvoldoende

    ? volstrekt onvoldoende

    Deze categorieën werden niet benaderd vanuit een budgettair strategisch oogpunt,

    maar puur op basis van de kwaliteit van de werking en de noodzaak van de

    organisatie binnen het veld toegekend.

    Tot slot vestigen we de aandacht op de beslissing om geen dossiers door te verwijzen

    tussen commissies. Het is de aanvrager zelf die bepaalt binnen welke sector, en dus

    bij welke commissie, hij de aanvraag indien. Dit valt dus volledig onder de

    verantwoordelijkheid van de aanvrager. Voor een heel aantal organisaties zijn er

    echter aspecten van de werking die niet stricto senso binnen de muziek kaderen. Deze

    aspecten werden echter wel meegnomen in de beoordeling.

    1.5 Cijfers Muziek 2010-2012

    aantal aantal Aantal Voorstel Voorstel Voorstel gevraagd Per werkvorm aan-meerjarig nieuwe Uitstroom Instroom commissie bedrag vragen 2007 aanvragers 2010

    Concert-7.683.398 10 3 2 0 4.625.000 organisatie 13

    Festival 18 4.998.556 12 6 4 1 1.950.000

    Kunsten-1.640.000 3 0 0 0 850.000 centrum 3

    Muziekclub 19 5.721.344 15 4 2 1 2.941.000

    Muziek-15.681.061 27 14 3 3 8.748.000 ensemble 41

    Werkplaats 8 1.577.734 4 4 0 1 540.000

    Totaal 102 37.302.093 71 31 11 6 19.654.000

    Ter vergelijking: voor de periode 2007-2009 werd aan de 71 gesubsidieerde organisaties samen een bedrag van 18.300.000 euro toegekend. Na indexatie liep dit op tot 19.005.265 euro in 2009.

2. Vaststellingen en suggesties

    De beoordelingscommissie heeft binnen het korte beschikbare tijdsbestek geen uitgebreide landschapstekening kunnen opmaken. De onderstaande vaststellingen en suggesties zijn dan ook gewoon een neerslag van een aantal opvallende elementen die tijdens de advisering van de aanvraagdossiers naar voren kwamen. Dit kan echter wel gebruikt worden als een eerste aanzet voor een uitgebreide landschapstekening.

Vaststellingen.

A. Grensvervaging

    - De grensvervaging zet verder door: het verschil tussen concertorganisatie,

    club, cultuurcentrum, kunstencentrum is vaag geworden. Veel

    concertorganisaties werken vanuit hun eigen zaal, hebben een ensemble, een

    productieve werking, organiseren een festival, Ensembles noemen zichzelf

    productiehuizen. De grens tussen sommige werkplaatsen/kunstencentra/

    ensembles is moeilijk te trekken. Muziekclubs zijn ook bekend omwille van

    hun festival. De afbakening in categorieën strookt aldus niet meer met de

    artistieke realiteit. Dit is op zich niet negatief, maar er moet voorkomen

    worden dat organisaties aan 'subsidiehoppen' gaan doen.

    - Veel organisaties zijn nu multidisciplinair bezig. Barokorkesten krijgen plots

    aandacht voor 'gestiek', kostuums, Hedendaagse muziek is niet los te

    koppelen van wetenschap. Pop werkt met visuals. Bij geluidskunst en

    experimentele elektronica is de grens tussen muziek en beeldende kunst

    soms moeilijk te onderscheiden. Concertorganisaties organiseren ook dans,

    muziektheater, tentoonstellingen,...

    - Heel wat indieners zijn geneigd alle onderdelen van de format voor het

    opstellen van een aanvraagdossier in te vullen, ook al is dit niet nodig. Men

    voelt zich blijkbaar verplicht om zich met alles bezig te houden in plaats van

    zich te concentreren op de kerntaken. Het landschap moet divers zijn, maar

    dit wil niet zeggen dat elke organisatie op zich heel divers bezig moet zijn.

    Een aantal concepten en uitwerkingen rond educatie, diversiteit,

    publiekswerking e.a. rammelen. Dit is ook logisch: men kan niet op al deze

    domeinen tegelijkertijd inventief of zelfs maar beslagen zijn.

B. Vraag naar grotere budgetten

    - Nogal wat organisaties vragen een zeer stevige verhoging van middelen. Veel

    van dat geld wil men naar extra personeel laten vloeien. Die vraag is

    verdedigbaar als het gaat om verdere professionalisering of het

    aanpassen van de lonen aan de huidige cao-barema’s. Maar soms blijkt

    de verhouding tussen het gewenste personeelsbestand en de ingeschatte

    werklast scheefgetrokken. Waarom vraagt bv. een middelgroot ensemble

    met gemiddeld 25 concerten op jaarbasis meerdere personeelsleden bij?

    Twee tendensen springen naar voor:

    1. Een algemene verhoging van de lonen en mensen voortaan betalen voor

    diensten die voordien niets kostten omdat ze op vrijwillige basis gebeurden.

    Dit heeft als oorzaak dat de beschikbaarheid van de vrijwilligers daalt en de

    vrijwilligers die er toch nog zijn, zijn zich steeds meer bewust van hun recht

    op vergoeding.

    2. Iemand in dienst nemen die internationale connecties uitbouwt. Voor veel

    organisaties is Vlaanderen inderdaad te klein om leefbaar te blijven, maar als

    iedereen apart een medewerker aanwerft om te gaan prospecteren op de

    internationale markt, wordt dit onoverzichtelijk duur en inefficiënt.

    - De druk op het muziekbudget (dat officieel niet bestaat, maar er in de

    praktijk wel is) is door de recente opstart van een aantal receptieve

    multidisciplinaire mega- en mediumgrote spelers onrealistisch hoog.

    - Veel podia kennen een groei in zaalcapaciteit. Ze zijn ooit begonnen met een

    zaalcapaciteit van 150 tot 400 personen. Ondertussen wordt er op veel

    plaatsen (veelal met stedelijke en/of Vlaamse subsidies, maar soms ook

    zonder subsidies) gebouwd en verbouwd en gaat men naar zalen van 500 tot

    1.000 personen. En dan moet men overschakelen naar een marktgerichte

    programmering omdat de nieuwe zaal anders niet meer vol geraakt.

    Daardoor krijgt men in heel Vlaanderen veel van hetzelfde, vaak ten koste

    van artistiek waardevolle projecten. Dit betekent niet dat de

    Beoordelingscommissie voorstander is van één profiel per club. Spreiding

    (dezelfde groep die een tournee langs verschillende clubs realiseert) is zeker

    even belangrijk.

    - Enkele organisaties vragen dermate hoge subsidies aan dat het vermoeden

    rijst dat zij een gooi doen naar het statuut van ‘grote instelling’. Sommige

    clubs beginnen zich kunstencentrum (of muziekcentrum) te noemen zodat

    het vermoeden rijst dat zij menen dat ze met dat predicaat in de toekomst

    misschien als kunstencentrum zullen worden erkend met dito enveloppe. In

    realiteit is er op dit ogenblik geen significant verschil tussen een muziekclub

    en een monodisciplinair kunstencentrum binnen de muzieksector.

    - Het overgrote deel van de door de BC Muziek geadviseerde subsidies voor

    ensembles gaat naar de klassieke sector. Ongeveer 40 procent van het totale

    budget zal gaan naar ensembles die zich specialiseren in oude muziek/barok.

    C. Nood aan meer coördinatie

    - Het 'sporen' van gesubsidieerde zalen en ensembles is problematisch. De

    ambities en wensen van concertorganisatoren enerzijds en van ensembles

    anderzijds liggen soms ver uit elkaar. Waar de ambities van ensembles zijn

    om te kunnen werken en spelen, mikken de concertprogrammatoren op de

    uitbouw van een artistiek profiel voor hun organisatie.

    - Meer en meer ensembles richten een eigen cd-label op of geven cd's uit in

    eigen beheer. Dat is op zich geen probleem, maar enige coördinatie is

    aangewezen.

    - Verschillende ensembles spreken over digitalisering van partituren. Dat kan

    inhouden: het online beschikbaar stellen of het archief digitaliseren. Ook dit

    kan gecoördineerd gebeuren. De materie is relatief nieuw, en ook Europa

    begint in deze richtlijnen te geven.

    - Vooral bij ensembles zien we slechts bij een kleine minderheid

    samenwerking op zakelijk, promotioneel en organisatorisch vlak. De

    Beoordelingscommissie Muziek ziet bij uitbreiding van dit soort

    samenwerking mogelijkheden om de overheadkosten te beperken en een

    meer efficiënte werking uit te bouwen. Ze benadrukt de noodzaak hiervan en

    vindt dat dit een beoordelingscriterium moet worden bij de volgende

    subsidierondes.

    - Wegens verwachte financiële groeibeperking richten sommige organisaties

    satellieten op. Het zou efficiënter zijn mocht een aantal van die satellieten

    onderdak vinden bij een groter moederhuis. Het is al te gek dat we enerzijds

    pleiten om administratie en promotie te bundelen, wanneer anderen, waar

    samenwerking voor de hand ligt, bijhuizen creëren.

    - Structureel gesubsidieerde kunstencentra en concertorganisaties werken

    samen met andere vzw's om specifieke projecten te realiseren. Die andere

    vzw's vragen hiervoor dan subsidies aan. Het is zelden duidelijk wie de

    initiatiefnemer is en dus of sommige organisaties niet dubbel gesubsidieerd

    worden.

    - Veel ensembles geven aan in een min of meer vaste bezetting te spelen. In

    realiteit worden echter veel producties gerealiseerd met een kleinere

    bezetting om zo het aantal concerten op te schroeven.

    - De vergoeding van de medewerkers verschilt soms sterk al naargelang de

    organisatie waarvoor men werkt en ook naargelang de sector waarin een

    organisatie zich situeert. Met name is er een duidelijke achterstelling bij de

    niet-klassieke sector.

    - Er zijn nog steeds clusterorganisaties (een deel van de activiteit als vzw, een

    deel als bvba, een ander deel als zelfstandig café, enz.). Het kluwen is soms

    moeilijk te ontwarren.

    - Weinig receptieve organisaties geven gevolg aan de vraag naar etnisch-

    culturele diversiteit en ecologische duurzaamheid.

    Suggesties en bedenkingen.

    - De opdeling muziekclubs/concertorganisaties houdt geen steek. Zeven van

    de dertien concertorganisaties baten een vaste zaal uit. Minstens twee

    muziekclubs hebben dan weer geen zaal. Aan de term muziekclub kleeft

    teveel een popetiket, vandaar dat 'clubs' die klassiek programmeren zichzelf

    liever concertorganisatie noemen. Een betere terminologie is

    'concertorganisaties mét zaal' en 'concertorganisaties zonder zaal'.

    - Gesubsidieerde podia zouden (meer) faciliteiten moeten bieden aan

    gesubsidieerde ensembles.

    - Het muziekleven in Vlaanderen is florissant en gezond, maar door een

    toenemende vermenging van disciplines (zie hoger) en een verbreding

    (waaronder bv. kunsteducatie en management) moet op één of andere

    manier over schottenloze budgetten worden gepraat.

    Het is nodig om opnieuw na te denken over de opsplitsing in verschillende

    commissies en de bevoegdheden van elke commissie.

    - Daar waar het in de popsector de regel is dat verschillende groepen (6 tot 15)

    onderdak krijgen bij een centraal management, dat hen op één of meerdere

    vlakken begeleidt, is daar in de klassieke sector geen spoor van te bekennen,

    op enkele schuchtere pogingen tot clustervorming rond infrastructuur na.

    Met name bij de kamermuziekensembles (die elk minstens een zakelijk

    leider en een promotieverantwoordelijke nodig menen te hebben) lopen de

    overheadkosten hierdoor onverantwoord hoog op.

    - Enige afstemming tussen verschillende overheden en overheidsdiensten is

    noodzakelijk. In een bepaald dossier staat letterlijk: 'het zou nogal grof zijn

    dat één dienst van de Vlaamse Gemeenschap (een pak) subsidie geeft om een

    muziekclub uit te bouwen en dat achteraf de dienst cultuur geen geld geeft

    om in een programmering te voorzien'. Lokale overheden hebben een sterke

    neiging om prestigieuze podia op te richten en deze met veel lokaal geld op

    de culturele kaart te zetten, om daarna de hete aardappel door te schuiven

    naar de Vlaamse Gemeenschap.

    - Het gaat niet op dat men klassieke muziek kan studeren tegen een prikje

    (met subsidie van het ministerie van onderwijs), terwijl men, een

    uitzondering daar gelaten, popmuziek moet studeren tegen gemiddeld

    25 euro per uur (zelfs indien daar al op bijgepast wordt vanuit het budget

    cultuur).

    De relatie onderwijs-cultuur blijft problematisch en zorgt voor heel wat

    hoofdbrekens. In feite ressorteert een flink deel van de

    'begeleidingsactiviteiten' van clubs onder onderwijs.

    - De dossiers van de grote instellingen en het steunpunt voor de muzieksector,

    het Muziekcentrum Vlaanderen, moeten opnieuw voor advisering bij de

    Beoordelingscommissie Muziek terecht komen, zoniet krijgt men een

    vertekend beeld van het landschap.

    - De rol en de taken van het Muziekcentrum Vlaanderen moeten verduidelijkt

    worden. De commissie denkt hierbij onder meer aan een rol inzake

    digitalisering en internationale spreiding. Een eenvoudig en weerkerend:

    'wat doet het Muziekcentrum van Vlaanderen voor u' in de nieuwsbrief van het Muziekcentrum kan een mooi begin zijn.

    - De hierboven genoemde aanbevelingen dienen als een eerste insteek naar toekomstige beleidskeuzes en moeten aan de sector worden meegedeeld, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse visitatie.

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com