DOC

Template onderzoeksvoorstelonderzoekscontractcv

By Joanne Gonzalez,2014-06-23 11:13
9 views 0
Template onderzoeksvoorstelonderzoekscontractcv

    Onderzoek over de woonconsument in Vlaanderen 1995-2005.

    Inventaris van studies en databanken

    met perspectieven voor verder onderzoek

    Katrien Tratsaert

    Sien Winters

    Onderzoeksopdracht binnen luik II van het onderzoek „Ruimte voor Woonbeleid‟ uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Woonbeleid

    Vversie 18 oktober 2006

    iii Inhoud

    Inleiding 1 1. Beschikbare studies 3 1.1 Profiel van de woonconsument 3 1.2 Studies met betrekking tot de deelmarkten 7

    1.2.1 Private huurmarkt 7

    1.2.2 Sociale huur- en koopsector 10

    1.2.3 De eigendomsmarkt 18

    1.2.4 Het marginale wooncircuit m.i.v. thuisloosheid 19 1.3 Doelgroepen van het woonbeleid 24

    1.3.1 Jongeren 24

    1.3.2 Ouderen 25

    1.3.3 Zwakke bewonersgroepen (algemeen) 30

    1.3.4 Migranten, allochtonen en asielzoekers 34 1.4 Ruimtelijke verschillen in het profiel van de woonconsument 36 1.5 Invloed van ontwikkelingen op de vraag 49

    1.5.1 Demografische ontwikkelingen 49

    1.5.2 Sociale ontwikkelingen 53

    1.5.3 Economische ontwikkelingen 53

    1.5.4 Ruimtelijke ontwikkelingen 55

    1.5.5 Technische ontwikkelingen 56

    1.5.6 Culturele ontwikkelingen 58 1.6 De overheid 58

    1.6.1 Invloed van de overheid op de woonconsument 58

    1.6.2 Invloed van de woonconsument op de overheid 65 2. Beschikbare databanken 66 2.1 Databanken resulterend uit steekproefonderzoek 66

    2.1.1 Sociaal-economische enquête 2001, de volkstellingen 1981 en 1991 66

    2.1.2 Het Sociaal-Economisch Panel (SEP) 67

    2.1.3 Huishoudbudgetonderzoek 68

    2.1.4 European Community Household Panel (ECHP) en de Panelstudie

    Belgische huishoudens (PSBH) 70

    2.1.5 European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC) 71

    2.1.6 De survey van de Studiedienst van de Vlaamse Regering 73

    2.1.7 Schriftelijk leefomgevingsonderzoek (SLO) 75

iv

    2.1.8 De gezondheidsenquête 75

    2.1.9 Leefsituatie-onderzoek bij thuiswonende ouderen 77

    2.1.10 Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe (SHARE) 78

    2.1.11 Enquête energiegedrag Vlaamse huishoudens 79

    2.1.12 Survey in het kader van de stadsmonitor 80 2.2 Administratieve databanken 81

    2.2.1 AROHM 81

    2.2.2 Ethias 81

    2.2.3 Algemene Directie Statistiek 82

    2.2.4 Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen 82

    2.2.5 Beroepsvereniging van het krediet 84

    2.2.6 Centrale voor Kredieten aan Particulieren van de Nationale Bank van

    België 84

    2.2.7 CIPAL 86

    2.2.8 De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen 87

    2.2.9 Het Vlaams woningfonds 88

    2.2.10 Vlaams overleg bewonersbelangen 88 2.3 Metadatabanken 90

    2.3.1 ECODATA 90

    2.3.2 Huisvestingsdatabank van Woonbeleid 90

    2.3.3 Stadsmonitor 91

    2.3.4 Studiedienst van de Vlaamse Regering: lokale statistieken 92 3. Leemten in huidig onderzoek en potentialiteiten 94 3.1 Een volwaardig kennismonitoringsysteem voor woonbeleid 94 3.2 Hiaten in de kennis omtrent wonen vanuit het conceptueel schema 95

    3.2.1 Aard en omvang van de vraag 96

    3.2.2 De invloed van een aantal ontwikkelingen 98

    3.2.3 De overheid 101 3.3 Vanuit de deelmarkten 102

    3.3.1 De privé-huurmarkt 102

    3.3.2 De sociale huursector 103

    3.3.3 De eigendomsmarkt 104

    3.3.4 De relatie tussen de verschillende woningmarktsegmenten 105 Afkortingen 106

     iv

    1

    Inleiding

    In Vlaanderen werd reeds heel wat onderzoek gedaan naar de vraagzijde op de woning-markt. De resultaten daarvan zijn beschreven in onderzoeksrapporten, wetenschappelijke papers en meer vulgariserende literatuur.

    In een eerste deel van dit rapport maken we een inventaris van beschikbaar onderzoek met betrekking tot de vraagzijde van de woningmarkt. We geven telkens een beknopte toelichting bij de aard van de gehanteerde onderzoeksmethode en de gemaakte analyses, zonder in te gaan op de resultaten. We beperken ons tot onderzoek dat is uitgevoerd tij-dens de afgelopen 10 jaar, dus na 1995. Een andere rapport van het kenniscentrum (zie verder) heeft de aanbodzijde tot focus. Studies die kenmerken van de woningmarkt beschrijven, zoals uitrusting en comfort van het woningbestand, prijzen van woningen en bouwgronden, gegevens over leegstand,… komen in dat luik aan bod. Studies die zowel relevant zijn voor de vraag als voor het aanbod (en dat zijn er heel wat) worden hieronder wel mee opgenomen.

    Onder „studie‟ verstaan we onderzoeksactiviteiten van een minimale omvang. Het gaat

    over opdrachten van overheden of private instellingen, waarvan de resultaten werden neergeschreven in een rapport, paper of boek. Hiervan afgeleide producten zoals artikels of bijdragen op studiedagen of in boeken werden niet opgenomen, tenzij ze belangrijke bijkomende analyses bevatten. Wel werden enkele werken opgenomen die een thema-tische bundeling zijn van bijdragen waarvan sommige reeds elders gepubliceerd werden, daar waar het samenbrengen van inzichten rond één thema een meerwaarde biedt, zeker ingeval er een synthese werd opgenomen.

    De inventaris kan dienst doen als werkinstrument voor wie op zoek is naar informatie over woonbehoeften of voor wie zelf onderzoek wil uitvoeren over bepaalde deelaspecten van de woonproblematiek. Daarnaast biedt de inventaris het noodzakelijk referentiekader voor de verwerking en interpretatie van de resultaten van de woonsurvey 2005, die werd afgenomen van april 2005 tot februari 2006 en waarvan momenteel de eerste resultaten worden verwerkt.

    De structuur van de inventaris is gebaseerd op het analytisch kader dat de onderzoekers van het Kenniscentrum uitwerkten bij de opstart van hun werkzaamheden. Dit kader ver-trekt van een gezamenlijk gedragen visie op duurzaam wonen en heeft tot doel een uit-gangspunt te bieden om de complexiteit van het wonen en woonbeleid meer inzichtelijk te maken. De tekst bevat een schema dat dit alles in beeld brengt en toelaat de drie onderzoeksluiken van de opdracht „Ruimte voor woonbeleid‟ af te bakenen. De analyse

    van de „woonconsument‟ valt samen met luik II.

    Centraal in het hiernavolgend overzicht staat de „vraag‟ naar wonen vanwege de consu-

    ment. De woning wordt daarbij in een zeer brede betekenis wordt bekeken, dit betekent met alle relevant economische, sociale, ruimtelijke en ecologische kenmerken. Relevant in het onderzoek naar de vraag zijn zowel de kwantitatieve aspecten (hoeveel woningen zijn er nodig) als de kwalitatieve (welke kenmerken moeten deze woningen hebben). Het is daarbij nodig een onderscheid te maken naar doelgroepen en naar regio‟s. Dit komt aan bod in de twee eerste punten van deze paper. Verder is de tijdsdimensie relevant: hoe zal de vraag evolueren in de toekomst en welke ontwikkelingen spelen daar op in?

2

    We bekijken dit in een derde punt, waarbij we een indeling hanteren volgens verschillende soorten van ontwikkelingen: demografische, sociale, economische, ruimtelijke, technische en culturele. In een laatste punt van deze paper wordt ingegaan op de relatie tussen de overheid en de vraag: hoe kan de overheid via diverse maatregelen de vraag beïnvloeden en hoe kan de woonconsument ook zijn of haar noden kenbaar maken bij de overheid? Voor elk van de beschreven studies geven we aan wie de opdrachtgever is, wat de voor-naamste betrachting is van de studie, welke methodologie gehanteerd werd en wat de belangrijkste output is van de studie. Ingaan op de resultaten van de analyses zou ons binnen dit bestek te ver leiden. We gaan ook niet in op de beleidsaanbevelingen, waar-mee bijna elk onderzoeksrapport eindigt.

    In het tweede deel van dit rapport vindt u een overzicht van bestaande administratieve databanken en de omvangrijke survey-databanken die informatie kunnen leveren over de woonconsument met een beknopte beschrijving van de techniek die gebruikt werd om de data te verzamelen en de gegevens m.b.t. wonen die in deze databanken zijn opgenomen. Ten slotte geven we in het laatste deel van dit rapport aan welke de opvallendste leemten zijn in het onderzoek naar de woonconsument in Vlaanderen. We sluiten af met sugges-ties voor relevant onderzoek, daarbij verwijzend naar de tot nu toe onbenutte mogelijk-heden die sommige databanken bieden.

    3

    1. BESCHIKBARE STUDIES

    1.1 Profiel van de woonconsument

    Meulemans B., Geurts V. & De Decker P. (1996), Wonen in Vlaanderen. Onderzoek

    naar de doelgroepen van het woonbeleid. Een analyse van de woonproblemen in Vlaanderen, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 163 p.

    Opdrachtgever:

    Vlaams minister van Leefmilieu en huisvesting, N. de Batselier.

    Doelstelling:

    Inventariseren van de sociale knelpunten inzake betaalbaarheid en basiscomfort op de woningmarkt.

    Methodologie:

    Er werd gebruik gemaakt van gegevens uit de CSB-enquêtes van 1976, 1985, 1988 en 1992, uit het LBSVM-onderzoek (1994) van het CSB, het patrimoniumbestand van de VHM, de gezinsbudgetenquête van de Algemene Directie Statistiek 1998 en een steekproef uit de volks- en woningtelling van 1991. De gebruikte analysemethodes zijn een cross-sectionele analyse voor de brede maatschappelijke trendbewegingen en een panelanalyse voor het opvolgen van de veranderingen bij de individuele huishoudens. Belangrijkste output:

     evolutie van de huisvestingssituatie (in termen van comfort, woonquotum, bewoners-

    titel) 1976-1992 in relatie tot socio-economische kenmerken (gezinstype, leeftijd,

    tewerkstelling, onderwijsniveau, inkomen, …);

     huisvestingssituatie van langdurig bestaansonzekere huishoudens;

     bestendiging van zwakke huisvestingssituaties;

     typologie van „zwakke‟ situaties (langdurig geen eigen woning, geen onvolledig uitge-

    ruste woning en/of langdurig een hoge woonquota) op de woningmarkt; verstedelijkingsgraad als differentiërende factor:

    ; woonindicatoren naar verstedelijkingsgraad en naar buurttype;

    ; verhuisbewegingen naar verstedelijkingsgraad en veranderingen in eigendoms-

    titel.

     bepalen van de doelgroepen van het woonbeleid met o.a. de kwantificering van de

    nood aan sociale huurwoningen en sociale eigendomsverwerving;

     bepalen en kwantificeren van de doelgroepen van het woonbeleid per arrondissement

    en provincie.

4

    Goossens L., Vanneste D. & Thomas I. (1997), Huisvesting in sociaal-economisch en

    geografisch perspectief, Monografie 10, Algemene Directie Statistiek-DWTC, Brussel,

    307 p. + bijlagen.

    Opdrachtgever:

    DWTC, valoriseringsprogramma voor federale socio-economische databanken. Doelstelling:

    In beeld brengen van de ontwikkelingen op de woningmarkt van 1981-1991. Dit houdt onder meer in: de beschrijving, verklaring, evaluatie en het formuleren van aanbevelingen tot bijsturing van het ruimtelijk woonpatroon daar waar dit ruimtelijke of sociale oneven-wichten vertoont die als welvaartonevenwichten geïnterpreteerd kunnen worden. Een nieuwe monografie over wonen/huisvesting op basis van de socio-economische enquête 2001 wordt verwacht eind 2006, begin 2007.

    Methodologie:

     ruimtelijke analyse op basis van de volledige resultaten Volks- en Woningtelling 1981

    en 1991;

     sociologische analyse op basis van een gestratificeerde steekproef uit Volks- en

    Woningtelling 1981 (aantal = 50 192) en 1991 (aantal = 53 565);

     uni- en multivariate analyses.

    Voornaamste output:

    Sociologische luik

     bespreking van de globale huisvestingssituatie 1981-1991: aantal woningen, bewo-

    nerstitel, woningtype, woon- en leefcomfort, bouwjaar en verbouwingen, aantal woon-

    vertrekken en oppervlakte (dit is aanbodzijde);

     constructie van een synthese-indicator voor wonen, een “centrale woonindicator” op

    basis van kwaliteit, comfort, woningbezetting en woonomgeving;

     woonindicatoren naar bewonerstitel (eigendom huur);

     relatie tussen woonsituatie en socio-economische kenmerken (leeftijd, huishoudtype,

    professionele situatie, onderwijsniveau, nationaliteit).

    Ruimtelijk luik

    Voornamelijk via kaartmateriaal

     vier onderdelen: bouwjaar, comfort, type en grootte van de woning en bewonerscate-

    gorieën;

     huisvestingssituatie op groot- en regionaal-stedelijk niveau: woonindicatoren naar

    verstedelijkingsgraad, benadering op buurtniveau voor Brussel, Gent en Namen (zie

    1.4, ruimtelijke verschillen in het profiel van de woonconsument).

    5

    Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de Studiedienst van de Vlaamse Regering, Vlaamse Regionale INDicatoren, Brussel.

    Opdrachtgever:

    Jaarlijkse publicatie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (vroeger “Administratie Planning en Statistiek”) sedert 1994.

    Doelstelling:

    In de VRIND-rapporten worden onder meer de beschikbare woonstatistieken samenge-bracht uit diverse bronnen (openbaar en privé), aangevuld met resultaten van gepubli-ceerd onderzoek. Hierbij worden de beoogde effecten zoals die naar voor komen in beleidsdocumenten opgevolgd.

    Methodologie:

    Tabellen en grafieken op basis van de diverse beschikbare bronnen voor woondata zoals het fiscale statistieken (Algemene Directie Statistiek), de volkstellingen 1981 en 1991en

    SEE 2001, gegevens van LIN, voormalige “afdeling financiering van het

    huisvestingsbeleid”, de VMSW, het Vlaams Woningfonds, het VOB, Stadim.

    Voornaamste output:

    Een stand van zaken en evolutie o.a. op het vlak van (zie ook 1.6, de overheid) eigendomsstructuur;

     prognoses woningbehoeften;

     woningkwaliteit;

     ondersteuning eigendomsverwerving en huurders;

     evolutie prijzen, rentevoeten.

    Van Dam R. & Geurts V. (2000), De bewoners van gesubsidieerde en niet-gesubsi-dieerde woningen in Vlaanderen: profiel, woningkwaliteit en betaalbaarheid, UFSIA-

    Berichten, 2003: 3, 25 p., Centrum voor Sociaal Beleid, Antwerpen

    Opdrachtgever:

    Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, programma beleidsgericht onderzoek. De stu-die kadert in het onderzoek naar het profiel van de sociale huurder en de subjectieve beleving van de realisaties van de sociale huisvesting (Pannecoucke e.a., 2001). Doelstelling:

    Studie van de huisvestingssituatie van de Vlaamse huishoudens en de doelmatigheid van het huisvestingsbeleid (cf. 1.6, de overheid).

    Methodologie:

    Vergelijkingen tussen (niet) gesubsidieerde huurders/eigenaars op basis van analyses op de resultaten van het Sociaal-Economisch Panel (1976-1997) van het CSB. Voornaamste output:

     overzicht van de voornaamste sociale huisvestingsmaatregelen;

     socio-demografisch en socio-economisch profiel van gesubsidieerde en niet-gesubsi-

    dieerde eigenaars en private en sociale huurders;

6

     woonsituatie (woningtype en bouwjaar, gebreken, uitrustingniveau, prijzen en betaal-

    baarheid) van gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde eigenaars en private en sociale

    huurders;

     identificatie van precaire woonsituaties bij gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde

    eigenaars en private en sociale huurders.

    Pickery J. (2004), „Woonkwaliteit en tevredenheid met de woonomgeving in Vlaanderen. Een analyse van de algemene socio-economische enquête 2001’, Stativaria 31,

    juli 2004, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek, Brussel, 53 p.

    Opdrachtgever:

    Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, Administratie Planning en Statistiek. Doelstelling:

    Eerste aanzet voor analyses op de Socio-Economische Enquête 2001 in afwachting van de huisvestingsmonografie (cf.1.1).

    Methodologie:

    Bivariate en multivariate analyses (logistische regressie) op een databestand dat werd samengesteld door de koppeling van:

     een 10% steekproef op niveau van huishoudens uit de Socio-Economische Enquête

    2001;

     rijksregistergegevens: geboortedatum, burgerlijke staat, verhouding tot de referentie-

    persoon van het huishouden;

     het persoonsformulier uit de SEE 2001: ingevuld op het niveau van individuen met

    onder meer de tewerkstellingssituatie en het opleidingsniveau van de individuele

    leden van het huishouden.

    Belangrijkste output:

     profiel van private huurders, sociale huurders en eigenaars volgens huishoudtype,

    leeftijd, onderwijsniveau, professionele status, inkomensbronnen, nationaliteit; tevredenheid met de verschillende aspecten van de woonomgeving, met de voorzie-

    ningen en faciliteiten in de buurt volgens bewonerstitel.

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com