DOC

Over God wordt veel gediscussieerd

By Howard Powell,2014-06-23 18:32
15 views 0
Over God wordt veel gediscussieerd

    Het vormsel in het bisdom Antwerpen

    Oriënterende tips voor catechese en liturgie

2010-2011

    Inleiding op deze brochure

    Het vormselsacrament vormt de tweede stap in de christelijke initiatie: doopsel - vormsel - eucharistie. Terwijl het doopsel de parochiële basis vormt voor de eerste intrede in de geloofsgemeenschap, legt het vormsel de band met de bisdom- en de wereldkerk. Daarom wordt iemand gevormd door de bisschop zelf of een vertegenwoordiger van de bisschop. In juni 2010 kwam de bisschop van Antwerpen samen met alle vormheren die hem in het volgende werkjaar zouden vertegenwoordigen. Daar werden enkele afspraken gemaakt over een tijdig contact tussen de vormheer en de parochiegemeenschap waar hij gaat vormen. Eveneens werden oriënterende verlangens geuit om de vormselritus uitdrukkelijker te doen aansluiten bij de kernbetekenis van de gave van de heilige Geest. Eerder dan de catechese aansluiting te laten vinden bij de vormselviering en de invulling ervan, zou de kern van de ritus - "Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods" - de basis moeten vormen voor de voorbereidende catechese. Om de viering en voorbereiding meer op mekaar te laten aansluiten werd besloten om deze brochure op te stellen en ze online aan te bieden. Daarvan is wat u nu leest het resultaat. Ook de inhoud wil aan de bedoelde oriëntaties tegemoet komen:

    1) De heilige Geest: achtergronden voor catechisten en

    pastores

     p. 2

    2) Werkvormen rond het zegel van de heilige Geest

     p. 5

    3) Hoe zelf een viering opstellen?

     p. 12

    4) Drie thematisch uitgewerkte vormselvieringen:

     leef in het licht! p. 15

     een goede vaart p. 23

     op weg p. 30

    5) Dankgebeden waaruit gekozen kan worden

     p. 36

    6) Suggesties met liedjesbundels

     p. 46

    Aan deze bundel werkten mee:

    Jef Barzin, Greet Fabré, Johan Govaerts, Bart Paepen,

    Bart Rombouts, Wim Selderslaghs.

    CCV in het bisdom Antwerpen, 1 november 2010

     2

1. De heilige Geest:

    achtergronden voor catechisten en pastores

    Over God wordt veel gediscussieerd. „Geloof jij dat God bestaat?‟ klinkt het

    dan. Zo‟n discussie heeft weinig zin. Of het antwoord nu „ja‟ of „nee‟ is, negen kansen op tien verandert dat niets aan je manier van leven. Zoals je een nacht lang kan doorgaan over buitenaards leven en de volgende ochtend je leven voortzet zonder rekening te houden met de aliens, zo staat gepalaver over God vaak los van

    het geleefde leven.

    Een veel interessantere vraag is: „Geloof jij dat de God van Jezus je leven kan veranderen?‟

    Tweeduizend jaar geleden heeft een Joodse man zijn hele leven afgestemd op een God die Hij zijn Vader noemde. Zijn doen en laten was erop gericht aan mensen duidelijk te maken dat ook zij op die Vader mochten vertrouwen. Hij heeft er zelfs zijn leven op verwed dat niets belangrijker is dan Gods liefde te ontvangen en door te geven aan elkaar. Wat moet het een ervaring geweest zijn deze man in levende lijve te ontmoeten! Mensen hadden het gevoel God zelf te zien, zozeer gaf Jezus vlees en bloed aan Gods liefde. Verhalen vertellen ons hoe Hij het leven veranderde van mannen en vrouwen uit alle lagen van de bevolking. Ze gingen Hem volgen en werden zijn leerlingen, dat wil zeggen: ze stemden hun leven af op de God die in Jezus zichtbaar werd.

    Dit eindigde niet toen Jezus stierf, integendeel. De geschiedenis van zijn dood en wat erop volgde, bracht een enorme beweging op gang. Leerlingen van Jezus bleven elkaar ontmoeten en vertelden elkaar de verhalen over Jezus en zijn God. Zo werden ze er zich langzaam van bewust dat ze ook na zijn dood leerling van Jezus konden zijn en dat Hij, hun leraar, ook dan nog de weg wees. Maar dat was niet alles. Het geloof groeide dat Jezus aanwezig was in mensen die hun leven op Hem afstemden. Zoals God zichtbaar werd in het spreken en handelen van Jezus, zo werd Jezus zichtbaar in het spreken en handelen van zijn leerlingen.

    Met welke woorden en beelden kan je dit geloof uitdrukken en doorgeven? Het antwoord op deze vraag vonden de eerste christenen op de eerste bladzijde van de bijbel. „De geest van God zweefde over de wateren‟, lazen ze in het gedicht dat de schepping van hemel en aarde bezingt. Het oude testament spreekt over de geest van God om uit te drukken hoe die God aan het werk is in de schepping. Het Hebreeuwse woord voor geest - roeach- roept geen spookwereld op maar

    betekent: adem, wind, grenzeloze ruimte... Door zijn geest is God onzichtbaar maar voelbaar aanwezig om leven te geven aan zijn schepping. Geen wonder dat het beeld van de geest ook werd toegepast op Jezus en op de manier waarop Hij na zijn dood en verrijzenis aanwezig was in zijn leerlingen.

    Als Jezus zijn leven geeft op het kruis, schenkt Hij zijn Geest, zegt het evangelie volgens Johannes. Zo worden de leerlingen drager van Jezus‟ spirit, zijn bezieling, zijn enthousiasme. Zij mogen delen in de liefde die de motor was van zijn bestaan. Gaandeweg ontdekken zij de liefde van God als een geschenk dat zin geeft aan een mensenleven in al zijn facetten. De weg naar gerechtigheid, vergeving en geluk is deze liefde. De bron van hoop ondanks alles, moed om door te gaan en visie op een zinvolle toekomst is deze liefde. Bevrijding uit de beklemming van moeten en niet kunnen is deze liefde.

     3

    Christenen geloven dat Gods geest ook vandaag aan het werk is in hedendaagse leerlingen van Jezus. Heel duidelijk is dit bij mensen die we „heiligen‟

    noemen. Ze zijn zodanig vervuld van Jezus‟ geest dat in hun spreken en handelen God tastbaar aanwezig is. Maar het moet niet altijd spectaculair zijn. Ook “gewone” mensen zijn uitgenodigd om hun levensrichting af te stemmen op de God van Jezus.

    Dit lijkt een prestatie. Alsof „heilig zijn‟ zoiets is als het winnen van een olympische medaille. In de eerste plaats is het echter een geschenk. In Jezus geeft onze God zijn Geest als een cadeau. Deze gave wordt verbeeld in de sacramenten, vooral het doopsel, het vormsel en de eucharistie. In het vormsel is de gave van de geest zelfs de kern van het sacrament: „Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods‟, zegt de vormheer bij de zalving. Een zegel werkt als een stempel die

    een waarmerk garandeert. Het is een onuitwisbaar teken dat de God van Jezus zich in jou investeert.

    Het is onze taak deze investering te beheren: toe te laten dat ze ons leven kleurt. De eerste brief van Petrus drukt het zo uit:

    „Dient elkaar, als goede beheerders van Gods veelsoortige genade, met de gaven, zoals ieder die heeft ontvangen: wie spreekt, moet beseffen dat hij Gods woorden spreekt, wie een dienst verricht, wete dat God het is die hem kracht verleent.‟ (1Petrus 4,10-11)

    Wij zijn beheerders van Gods veelsoortige genade. Het is een vergeten woord in onze taal: „genade‟. Spijtig, want het drukt een prachtige realiteit uit: een goddelijk cadeau dat je niet hoeft te verdienen. Het resultaat van de genade zijn de gaven. Dit wordt in het Grieks letterlijk weergegeven. Het Griekse woord voor „genade‟ is charis‟. „Gaven‟ is een vertaling van het Griekse „charisma‟. Het achtervoegsel „ma

    legt de klemtoon op het resultaat. In het Nederlands heeft het woord „charisma‟ een andere betekenis. In ons taalgebruik verwijst het naar uitstraling. De bijbelse taal verbindt het met de heilige Geest. Als je wil, verandert het geschenk van God je leven: je spreekt Gods woorden en je zorgt voor elkaar met Goddelijke kracht.

    Kan de God van Jezus ook jouw leven veranderen? Zeker en vast! De levensgeschiedenis van ontzettend veel mensen getuigt daarvan. Niets weerhoudt onze God ervan ook ons leven vandaag te raken. God schenkt zijn Geest opdat wij Hem door ons laten werken ten dienste van elkaar. Wie zich laat inspireren door de Geest geeft stem, handen en voeten aan de God van Jezus.

     4

    2. Werkvormen rond het zegel van de heilige Geest

    Het ontvangen van het zegel van de heilige Geest is een centraal gebeuren tijdens de vormselviering. Om de vormelingen voor te bereiden op dit belangrijk „geschenk‟ vinden we het belangrijk dat dit in verschillende catechesebijeenkomsten besproken wordt. Omdat de Geest zo belangrijk is, lees je als catechist best vooraf de inleidende tekst (zie hier net voor). Hoe je dit dan verwerkt in de catechese lees in deze tekst. We hebben vier werkvormen voorzien, telkens rond een bepaald thema: water, vuur, olie en handen. Bij elk thema vind je eerst een inleiding die de vormelingen zal aanspreken. Daarna vind je een voorstel van een werkvorm waarbij we duiden op welke manier, op welk moment dit thema/dit ritueel aan bod komt tijdens de vormselviering. Deze werkvormen zijn grotendeels afkomstig uit de map „Go4God‟ (gratis te downloaden via

    www.ccv.be/antwerpen/materiaal). Wie meer activiteiten bij deze thema‟s wil organiseren, vindt in deze map nog meer inspiratie. Ten slotte vind je ook de officiële tekst terug die tijdens de vormselritus zal gebruikt worden.

1. Water Gods adem over het water

Inleiding

    Hoe ben jij gedoopt? Als baby? Of was je toen al wat ouder? Heb je je ooit afgevraagd waarom ze in godsnaam water gebruiken om iemand te dopen? Baby‟s zijn meestal toch al gewassen als ze naar de kerk komen … Een mens kan maar drie dagen overleven zonder

    water. Het is levensnoodzakelijk dus. Maar wie schipbreuk lijdt of in een tsunami terechtkomt, vindt water heel wat minder prettig. Water: leven en dood tegelijk. In het gedicht over de schepping waar de Bijbel mee begint, lezen we: Gods goede adem zweeft over het water. Alsof God wil zeggen: er is iets goeds mogelijk wanneer mensen ondergaan in het water, maar daarna weer bovenkomen en Gods goede Geest inademen. Da‟s nu juist wat er eigenlijk gebeurde toen wij werden gedoopt. Al kan je nog moeilijk

    spreken over ondergaan en bovenkomen, met die enkele druppeltje water over een kindhoofdje, vind je niet?

Werkvorm

    Tijdens de vormselviering verwijst de vormheer in het gebed bij de handoplegging naar het doopsel (zie tekst uit de vormselritus). Verder hernemen de vormelingen in de geloofsbelijdenis persoonlijk het geloof dat bij hun doopsel door hun ouders is uitgesproken.

    1. Lees het verhaal van het doopsel van Jezus voor. Onderstaande tekst is zeer bruikbaar.

    Jezus laat zich dopen

    Vanmiddag heb ik iets vreemds meegemaakt. De profeet Johannes zou weer preken bij de Jordaan.

    Ik wilde er graag nog eens bij zijn. Ik heb hem al eens eerder gehoord en wat hij zegt, laat je niet zomaar los. Johannes is een rare man: graatmager, met diepliggende ogen, die dwars door je heen

    kijken. Hij spreekt over God en over een wereld waar het goed is voor iedereen. Hij zegt dat alle

    mensen zich moeten bekeren. Iedereen hangt aan zijn lippen als hij spreekt. Zo was het ook vandaag. Toen hij klaar was met spreken, nodigde hij iedereen uit om zich te laten dopen in de Jordaan. „Dan worden jullie nieuwe mensen, die goed proberen te zijn in hun leven‟, zei

    hij. De mensen schoven aan om zich door Johannes te laten dopen. Ik ook. Wie droomt er niet van

    een wereld vol goedheid?

    Opeens stokte de rij. Er stond een man bij Johannes om zich te laten dopen. Johannes leek hem te kennen. Wilde hij hem niet dopen? De man drong aan en Johannes dompelde hem onder water. De

    man keek ernstig toen hij weer bovenkwam. Plots vloog er een witte duif boven zijn hoofd. Niet eentje die toevallig voorbijkwam, maar een duif die recht boven het hoofd van de pasgedoopte man bleef fladderen. Wij stonden ernaar te kijken zonder te begrijpen wat er gebeurde. De zon scheen en

    de duif straalde van licht. En toen leek het wel alsof er een stem was die zei: „Jij bent mijn liefste

    zoon, jij bent een man naar mijn hart.‟

     5

    Alle mensen keken ademloos toe. Het was muisstil. „Wie is dat?‟ fluisterde de man die naast mij stond. „Ze zeggen dat hij Jezus heet‟, antwoordde een vrouw naast hem. „Hij is de man met wie alles

    nieuw zal worden.

    Wij keken hem na terwijl hij in de mensenmassa verdween.

    De hele verdere dag bleef ik erover piekeren. Was het de stem van God die ik had gehoord? Heeft

    Jezus dan iets met God te maken? Zelfs Johannes leek onder de indruk. Morgen zal ik proberen

    meer over hem te weten te komen.

    Uit „Het grote avontuur van God en mens‟,

    Jeugdbijbel geschreven door Kolet Janssen,

     uitgeverij Davidsfonds/Infodok

    2. Zet de vormelingen in kleine groepjes rond een flap. Herhaal de cursief gedrukte zinnen uit bovenstaande tekst. Laat de vormelingen op de flap noteren wat deze tekst hen zegt over het doopsel. Laat hen na enkele minuten voorlezen wat ze genoteerd hebben. Probeer zelf enkele staakwoorden te noteren. Wellicht kan je enkele van deze woorden gebruiken om te vertellen over de link tussen doopsel en vormsel.

    3. Maak het even stil en lees de tekst voor zoals die in de vormselritus zal voorkomen.

Uit de vormselritus

    Almachtige God,

    Vader van onze Heer Jezus Christus,

    door de doop uit water en heilige Geest

    hebt Gij deze jongens en meisjes

    tot nieuw leven gewekt

    en bevrijd uit de macht van het kwaad.

2. Vuur spirit, moed, enthousiasme

Inleiding

    Heb jij al eens een lucifer aangestoken? Spannend, vind je niet? Da‟s moeite doen en voorzichtig blijven tegelijk. Want wat als een brandende lucifer valt …? Maar als het lukt, kan je er heel mooie dingen mee doen. Een kaars aansteken, een fornuis aanmaken of een vuurkorf. Allemaal toffe, maar ook gevaarlijke dingen. Zo moeten de leerlingen na Jezus‟ dood ook gedacht hebben: ze willen Jezus‟ spirit wel warm houden, maar ze durven niet

    goed. Stel dat ze je belachelijk maken of uitsluiten, … waar sta je dan met al je vuur en enthousiasme. En net als ze dat zitten te denken, gebeurt er iets wat weten ze niet

    waardoor ze hun ramen en deuren opengooien. Onbevreesd gaan de leerlingen van Jezus de wereld in. Geen houden aan. Het goede nieuws over Jezus verspreidt zich als een lopend vuurtje. Tot bij ons, hier en nu! Straf hé, vind je niet?

Werkvorm

    Het gebeuren dat in de inleiding geschetst wordt, herdenken en vieren we elk jaar opnieuw met Pinksteren. In dat Pinkstergebeuren klinken liefde voor Christus én voor de mensen en

    begeestering door. Dit willen we beklemtonen in deze werkvorm.

    De heilige Geest die op Pinksteren door de Heer over de apostelen is gezonden, diezelfde Geest wordt aan de vormelingen geschonken bij de zalving. Over de zalving met chrisma vertellen we meer bij de werkvorm over olie.

    1. Kopieer onderstaande rebussen enkele keren en laat de vormelingen per twee of drie raden wat er staat.

    (Oplossing: In vuur en vlam staan / Branden van verlangen)

     6

    2. Deze spreekwoorden zijn zeer goed van toepassing op wat de apostelen meemaakten op Pinksteren. Lees onderstaand bijbelverhaal voor.

    Isaak slentert door de straten van Jeruzalem. Het is druk vanwege het Pinksterfeest. De nauwe straatjes krioelen van de mensen. Soms moet Isaak zich tegen de muur drukken om een jongen met een kar door te laten. In een van de bredere straten ziet hij opeens een heleboel mensen bij elkaar

    staan. Wat is daar aan de hand?

    Isaak gaat op zijn tenen staan. Vooraan staat iemand te praten. Hij maakt grote armgebaren. Niet veel verder staat nog iemand. Ook hij vertelt vol vuur. Steeds meer mensen komen luisteren naar wat zij zeggen. Isaak dringt naar voor tussen de mensen. Waar hebben die mannen het toch over? Opeens hoort hij de naam van Jezus vallen. Isaak snapt er niets van. Dat is toch die man die ze nog niet lang geleden aan het kruis hebben genageld? Die is toch dood! Waarom praten ze nu nog over

    hem? Dat is toch allemaal afgelopen!

    Een van de vrienden van Jezus loopt vlak langs Isaak heen. Isaak kent hem nog, hij heeft hem

    gezien toen Jezus nog leefde.

    ‟Hé, waarom praten jullie nog steeds over die Jezus van jullie?‟ vraagt Isaak. „Die is toch dood?‟

    De man schudt zijn hoofd en lacht. „Hij is nog altijd bij ons. Dat voelen we gewoon, daar zijn we

    zeker van!‟

    Een van de omstanders zegt: „Dat kan toch niet, Petrus!‟

    Maar Petrus houdt vol: „Een heleboel dingen die Jezus vroeger gezegd heeft, beginnen we nu pas te begrijpen. Over God die hij zijn vader noemde. Over hoe we moeten zorgen dat iedereen erbij hoort.

    We willen iedereen over Jezus vertellen!‟

    ‟Maar Jezus is toch dood‟, houdt Isaak vol. „Hoe kunnen jullie dan doen alsof er niets gebeurd is!‟

    ‟Na zijn dood zaten we bang en verdrietig bij elkaar‟, vertelt Petrus. „Al onze hoop was

    kapotgeslagen. Jezus had ons iets wijsgemaakt! Van al zijn mooie dromen was niets terechtgekomen! We durfden haast niet meer buiten te komen en we wisten niet hoe het nu verder moest. Toen zei opeens iemand: „We kunnen hier niet eeuwig zo blijven zitten. Vertel nog eens over

    Jezus.‟ En allemaal herinnerden we ons dingen over Jezus, wat hij gezegd of gedaan had. We werden helemaal warm vanbinnen als we aan hem dachten. Hij was dan wel dood, maar toch was dat niet het einde. Met wat hij gezegd en gedaan had, moesten wij verder gaan. En we voelden heel duidelijk dat hij ons daarbij zou helpen. Hij had dat ook gezegd vroeger: als ik er niet meer ben, stuur

    ik jullie de Geest als een helper en een trooster.‟

    ‟En toen zijn jullie op straat over Jezus gaan praten?‟ vraagt Isaak.

    Petrus lacht. „Dat was heel raar. We konden gewoonweg niet meer blijven zitten. Het was alsof er een wind door de kamer had gewaaid, die al onze angst en moedeloosheid had meegenomen. We waren niet meer tegen te houden en we begonnen tegen iedereen die het wilde horen over Jezus te vertellen. Er waren zelfs mensen die een andere taal spraken, maar die ons toch begrepen omdat

     7

    we zo enthousiast waren!‟

    Isaak blijft nog een hele tijd staan luisteren naar wat die vrienden van Jezus vertellen. Er staan veel

    mensen om hen heen. Sommige mensen lachen om hen, omdat ze zo luid praten en grote

    armgebaren maken. „Ze hebben zeker te veel wijn gedronken!‟ zeggen ze.

    Wat ze zeggen klinkt goed en waar, vindt Isaak. Hij wil er best nog meer over horen.

    Uit ‘Het grote avontuur van God en mens’,

    Jeugdbijbel geschreven door Kolet Janssen,

     uitgeverij Davidsfonds/Infodok

    3. Vertel aan de vormelingen dat diezelfde Geest aan hen geschonken wordt. De Geest geeft christenen de kracht om over Christus te getuigen en naar zijn voorbeeld te leven. Hoe zien de vormelingen dat voor zichzelf? Hoe zullen ze dat waar maken? Sluit af met het rustig voorlezen van de tekst die tijdens de vormselviering zal klinken.

Uit de vormselritus

    Zend over hen uw heilige Geest, de trouwe Helper.

    Geef hun de geest van wijsheid en inzicht,

    de geest van raad en sterkte,

    de geest van vroomheid en liefde,

    en vervul hen van eerbied voor uw heilige Naam.

3. Olie een onuitwisbaar cadeau

Inleiding

    Wat lees jij eerst als je een briefje of mailtje ontvangt? Van wie het komt natuurlijk. En waar het over gaat. Gevormd worden lijkt daar een beetje op. Je wordt gezalfd met chrisma. Je weet nog niet meteen wat dat inhoudt. En heeft olie wel een afzender? Eigenlijk wel, want de vormheer zegt van wie het komt: “de heilige Geest”. Die heeft geen post- of mailadres

    om naar terug te schrijven. Vreemd hé. Maar het wordt nog vreemder. Wie gevormd wordt, is zelf een beetje het adres van de heilige Geest geworden. Zo worden we met alle vormelingen samen geestdriftige adressen die openstaan voor Gods brieven. Da‟s nog eens een briefwisseling, hé!

Werkvorm

    Het zalven met olie is een oud gebruik. Ook in andere sacramenten komt God door de zalving even heel dicht bij de mens. Tijdens de vormselviering komt elke vormeling individueel, begeleid door ouders, door peter en meter of door de catechist, naar voor. Op dat moment legt de vormheer zijn hand op het hoofd van de vormeling en tekent met chrisma een kruisteken op het voorhoofd.

    1. Nodig de vormelingen uit om rond een tafel te gaan zitten. Er wordt een kort gesprek gevoerd over de verwachte geschenken bij het vormsel. Zorg ervoor dat het geen opbod wordt! De catechist vertelt iets over materiële cadeaus en legt dan „een geschenk‟ op tafel.

    In het geschenk zitten spelkaartjes en een flesje goedruikende olie.

    2. Het geschenk wordt uitgepakt en dan wordt het „grote geschenkenspel‟ gespeeld. In deze stapel kaartjes zitten „geschenken‟ die je gelukkig kunnen maken. Over het flesje olie

    wordt nog niets gezegd, de vormelingen mogen er wel al eens aan ruiken. Het flesje olie blijft in het midden staan en de kaartjes worden in een stapeltje, met de tekst naar onder, op de tafel gelegd. Om de beurt trekken de vormelingen een kaartje. De vormeling leest wat erop staat en legt het kaartje voor zich. Dan is het de beurt aan de volgende. Zo gaat men de kring rond. Wanneer men terug aan de beurt komt, trekt men weer een kaartje. Ook dit kaartje wordt voor zich op de tafel gelegd. Let wel! Vanaf nu heeft elke speler steeds twee kaartjes! Het bovenste kaartje is wat men het liefst heeft. Wat

     8

onderaan ligt, heeft men minder graag.

    Vanaf de derde ronde heeft de vormeling de mogelijkheid één van de kaartjes weg te doen. Er ontstaat zo een „afvalstapel‟ naast de stapel kaartjes. De volgende speler mag het laatst weggeworpen kaartje eventueel „recupereren‟.

    Het spel eindigt als alle kaartjes in het midden opgebruikt zijn of na 10 minuten. Elke vormeling heeft nu voor zich twee kaartjes. Ieder wordt uitgenodigd om te vertellen waarom hij deze „geschenken‟ bewaard hebben.

    Leg dan een laatste kaartje op tafel: „gezalfd worden met olie bij je vormsel‟. Vraag wat er speciaal is aan dit geschenk en verwijs ook naar het flesje olie.

GSM rugzak een paar schoenen

fiets ticket voor een pretpark rolschaatsen

DVD-speler 2 filmtickets skeelers

Mp3-speler nieuwe cd toffe pennenzak en ringmap

gezelschapsspel cd-bon knutselpakket

computerspel geld om te gaan shoppen DVD

horloge nieuwe kleren boek

een goedruikende crème een mooi kruisbeeldje een massage met

     welruikende olie

    een jeugdbijbel boekenbon een mooie kaars

     9

een dikke knuffel van mama een complimentje van iemand die me verdedigt

    of papa een vriend(in) als ik gepest word

    een bedanking omdat ik iets samen gezellig eten samen zitten rond een

    goeds heb gedaan kampvuur en genieten

    een stralend zonnige dag vrede liefde

een positieve opmerking een goed rapport een toffe klasgroep

    over mijn uiterlijk

    goedheid een dikke knuffel van geduld

    mama of papa

    een toffe groep in de een nieuwe vriend(in) vriendelijkheid

    jeugdbeweging/sportclub, …

    een nieuwe toffe vertrouwen vriendschap

    buurjongen/- meisje

    geloof zelfbeheersing zachtmoedigheid

wijsheid vreugde gezalfd worden met olie

    bij je vormsel

    3. Voer nog een kort gesprek rond olie. Vraag aan de vormelingen of ze soms olie gebruiken. Voor massage? Een ontspannend oliebad? Of bij het koken? Hebben ze ooit al gemorst met olie? Dan weten ze zeker dat je olievlekken niet zomaar kan verwijderen. Zo is het ook met de zalving tijdens de vormselritus: God wil elke vormeling met zijn Goede Geest doordringen. Het laat sporen na die je niet meer kan wegwissen.

Uit de vormselritus

    Ontvang het zegel van de heilige Geest,

    de gave Gods.

4. Handen je laten veranderen door Jezus‟ liefde

Inleiding

    Als je bijna twaalf bent, heb je al heel wat meegemaakt. Van school veranderen. Op kamp gaan. Verhuizen. Een reis naar het buitenland. Wie weet wat allemaal … Soms kan zo‟n belevenis je een beetje veranderen. Een leraar die met vuur over een boek spreekt geeft je soms zin om dat te gaan lezen. In vreemde landen of dichtbij mensen zien bedelen, verandert je soms ook: je wil iets doen voor armen. Wie Jezus echt ontmoet heeft, vertelt achteraf vaak ook dat hij of zij er enorm door veranderd is. De heilige pater Damiaan bijvoorbeeld. Of zuster Jeanne De Vos die in India werkt. Het vormsel kan jou ook veranderen. Niet dat je opeens iemand anders wordt, natuurlijk. Maar als je je laat raken door een echte ontmoeting met Jezus en ja, dat kán groeit er in jou zeker een

    fantastisch mooie verandering die je je nooit had kunnen voorstellen … En weet je wat nog straffer is? Je hoeft het niet alleen te doen. Gods Geest zal je hierbij helpen en de mensen rondom jou beloven je te blijven steunen. Mooi he!

Werkvorm

    Vooraleer de vormelingen individueel naar voor komen voor de toediening van het vormsel strekt de vormheer zijn beide handen uit over alle vormelingen. Ondertussen spreekt hij een gebed uit.

    Tijdens de zalving leggen de begeleiders van elke vormeling (ouders, peter en meter of catechist) de hand op de schouder van de vormeling als teken dat zij dit kind verder zullen blijven begeleiden. Op beide momenten hebben deze handen een symbolische betekenis.

     10

Report this document

For any questions or suggestions please email
cust-service@docsford.com